Hilde E. Gerard
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 222 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

26 september 2022 Enkele reis Brugge
Een man staat op het punt zijn flat binnen te gaan als hij wordt aangesproken door een persoon die hem verwijt hem zo lang te hebben laten wachten. De man is zeer bang, laat van angst zijn sleutel vallen. De indringer duwt hem brutaal naar binnen grijpt de tengere man bij de keel. “Er kraakt iets in de keel van het slachtoffer.” Daarmee is de moord gebeurd die ieder zichzelf respecterend misdaadverhaal moet inleiden…
In Prüm, Duitsland, in de Salvatorsbasiliek, worden, in een gouden lijst, de “Heilige Sandalen van Christus” bewaard. Dat zijn natuurlijk uiterst belangrijke relikwieën die vroeger duizenden pelgrims aantrokken en een belangrijke bron van inkomsten betekenden.  Zelfs nu nog zijn ze het voorwerp van – een eerder toeristische - interesse, zoals we leren in dit verhaal.  Voor het nabije Trier voelde dat destijds aan als een verlies van prestige. Het kon natuurlijk niet achterblijven en deed het nog eentje beter door de “Tunica Christi” – het naadloze onderkleed van Jezus - te verwerven.
Deze vreemde voorwerpen hebben op zichzelf geen grote marktwaarde. Het zijn geen kunstvoorwerpen, ze kunnen niet verkocht worden want iedereen (her)kent ze als relikwieën en weet waar ze eigenlijk thuishoren. Vreemd genoeg wekken beide voorwerpen toch de begeerte op van een bepaalde persoon die alles in het werk zal stellen om ze in handen te krijgen.
In Prüm staat het heilig schoeisel in de Sint- Salvatorsbasiliek onder de hoede van kapelaan Zettler. In Trier zijn er twee vooraanstaande burgers die een sleutel hebben die toegang verschaft tot het heilig kleed. Eén ervan is Professor Michael Holzberger die een aantrekkelijke jonge dochter heeft, “Kerstin”. Op een dag krijgt hij een eigenaardige mail, waar hij zich eerst niets van aantrekt. Maar dan volgt een kort telefoontje dat hem vraagt of hij wil “dat we uw 17-jarige dochter pijn doen” waarna er een filmpje volgt waarin duidelijk gemaakt wordt hoe zeer zijn dochter toegankelijk is voor mogelijke misdadigers. In ruil voor haar veiligheid willen ze de “Tunica Christi en zal Holzberger de som van 50.000 euro ontvangen. Hij krijgt een week om na te denken. Natuurlijk mag hij niet met de politie – noch met iemand anders praten…
Hij beseft al vlug dat dit menens is, panikeert en deelt de bende mee dat hij zal doen wat ze zeggen. Als hij dan toch wat begint na te denken herinnert zich het recente gebeuren in Prüm waar Kapelaan Zettler vergat de toegangsdeur tot de basiliek en de zaal met de heilige sandalen te sluiten omdat hij emotioneel erg in beslag genomen was met een stervende parochiaan… Holzberger vindt dat toch te toevallig en reist naar Prüm. Als hij uitlegt aan Zettler wat er met hem aan het gebeuren is, vertelt de goede man hem meteen hoe ook hij bedreigd werd met als onderpand zijn nichtje Claudia. Hij concludeerde dat het om een goed georganiseerde bende ging en stemde in met hun voorwaarden. De sandalen verdwijnen en vermits de kapelaan een zo goede, geliefde en integere iemand is, vallen er geen verdenkingen op hem…
Holzberger is nu nog ongeruster en wil zeker spelen. Hij moet zijn dochter in veiligheid stellen. Hij heeft een zeer goede vriend, Jan Christiaensens, die hij nog als Erasmusstudent had leren kennen. Die woont in Sint-Niklaas, is ondertussen getrouwd, heeft een knappe zoon van 17, “Seb”, een kindje van één en half en zijn vrouw is in verwachting. Holzberger telefoneert naar zijn dochter en legt haar in bedekte termen uit dat ze in groot gevaar is, dringend weg moet uit haar flat, Duitsland moet verlaten en naar zijn vriend Jan reizen, die haar veilig onderdak zal verschaffen. Hij doet dat in bedekte termen want de bende blijkt buitengewoon goed op de hoogte van zelfs de kleinste details van zijn persoonlijk leven en omstandigheden en zal dus zeker zijn telefoongesprekken afluisteren. Kerstien strubbelt natuurlijk tegen maar begrijpt uiteindelijk toch dat het menens is en vertrekt meteen, nog vol vragen. Ze is een slim, levendig, ondernemend en mooi meisje. Als ze bij Jan aankomt, geeft die haar wel wat te eten, maar zegt haar dat hij stante pede met zijn familie op vakantie vertrekt en zij bij de buurman een kamertje zal krijgen… Hij is duidelijk zenuwachtig en zijn vrouw blijkt hoogst verbaasd dat ze plots op vakantie vertrekken…
Dan komt alles in een stroomversnelling. Op het televisienieuws krijgt ze te horen dat kapelaan Zettler in zijn huis vermoord terug gevonden is. (Dat is de moord waarmee het boek begon…) Er is al een verdachte - de man die de kapelaan laatst gezien heeft - en die man is professor Michael Holzberger, haar vader…
Natuurlijk kan ik de rest van het verhaal met de ontknoping niet verder vertellen. Enkel dit: ze besluit naar Brugge te reizen omdat ze denkt dat ze daar de elementen zal vinden die de onschuld van haar vader zullen bewijzen. Blijkbaar toevallig loopt ze Seb tegen het lijf, die duidelijk van haar onder de indruk is, alhoewel hij ook zijn twijfels heeft, want soms blijkt dat ze niet alles zegt en ze vreemde dingen doet. Ze gaan samenwerken.
Op de trein waarmee ze reizen wordt iemand vermoord en Seb en Kerstin worden door een jongetje gezien, terwijl ze elkaar stonden te zoenen, niet ver van het lijk… Ze moeten nu zowel uit de handen blijven van de politie als van de bende… Er is een pakjesman, een koffer, twee mannen van 1 m 92, geheimzinnige vergiftigingen, een kathedraal met een biechtstoel om zich in te verbergen, een stadspark, een privédetective en een grote baas, het masterbrein… Met ergens de relikwie van het Heilig Bloed in Brugge die wel eens gevaar zou kunnen lopen, vooral omdat de Heilige Bloedprocessie op handen is.
Duidelijk voldoende stof voor een spannende misdaadroman. Toch blijf je op het einde van het verhaal eerder onvoldaan achter. De misdaadroman behoort misschien wel tot het lichtere genre van de literatuur en enkel bedoeld om wat te ontspannen. Maar het moet wel aan zekere regels voldoen. Meer dan gelijk welk literair genre moet het logisch opgebouwd zijn, een duidelijke spanningsboog hebben, een denkpiste die de lezer mee kan volgen. Alhoewel ze de lezer soms opzettelijk op een verkeerd spoor zal zetten, die leidt naar een logische, herkenbare ontknoping. Dat houdt in dat alles wat gebeurt, alles wat gezegd wordt of beschreven, ergens zin moet hebben en deel uitmaken van een weefsel, een richting, een spoor. Overbodig, onnodig gepraat is dus uit den boze. De lezer moet zich niet voortdurend afvragen waarom iets gezegd wordt en of dat een bedoeling heeft. Geen onnodige handelingen en beschrijvingen. Geen bladvullend gebabbel zoals “Schenk ik nog in?” – “ Nee, dank je.” “Later misschien. Ik heb nu geen dorst. Ik wacht wel even. Misschien later op te trein.” Geen onnodige details: “Hij gooide zijn rugzak in de hoek en ging dan met gekruiste benen uit het raam zitten staren.” Dat kan – en moet - natuurlijk wel als bijvoorbeeld zal blijken dat er een slaapmiddeltje in dat drankje zat, of dat er nu iets belangrijks uit de rugzak verdwenen is. Of dat hij iets of iemand opmerkt terwijl hij uit het raam staart. Of een medereiziger zijn rugzak herkent aan een bepaald detail, wat dan weer gevolgen heeft.
Er is heel wat overbodig ballast in dit boek. Schrijfster heeft duidelijk plezier in zelf ontdekken en uitvinden van het verhaal naargelang het zich ontwikkelt. Daardoor doet het nogal lichtvoetig aan, alsof het een verhaal is van “De Vijf” en sluipen er onlogische details het verhaal binnen. Bijvoorbeeld:  vooraleer de moordenaar op de trein stapt, maakt hij een duidelijk teken met zijn hand over zijn keel om het slachtoffer bang te maken en hem te  verwittigen wat hem te wachten staat. Dat doet hij natuurlijk best niet. Waarom zou hij dat doen? Andere reizigers kunnen dit opmerken. Het slachtoffer krijgt de tijd zich uit de voeten te maken of ergens hulp te zoeken.
En betrokkene, neemt zich voor de som geld die hij ontvangen heeft van de misdadigers terug te storten. Net alsof de maffiabaas zo maar zijn bankrekeningnummer zou bekend gemaakt hebben…
De moord in de trein waarmee het boek begint, gebeurt in feite ergens in het midden van het boek…
Kerstin wordt geholpen door de buurvrouw van Jan, Maria, en er ontstaat een warme vriendschap met de gulle, wijze vrouw. Waar je verder in het boek niets meer over verneemt.
De “bende” lijkt een grote, buitengewoon efficiënte organisatie die overal is en altijd alles weet. Blijkt dan uiteindelijk uit niet meer te bestaan dan vier man, waarvan één een huurdetective en is het drukmiddel de klassieke “gokschulden” zijn. Soms zijn het inderdaad onverbiddelijke, wrede moordenaars, maar soms vallen ze nogal uit hun rol: Een boef-moordenaar lacht met zijn toevallige woordspeling "Ik ben haar op het spoor...." als hij Kerstin achterna zit in de trein.
Een boek in een gekend kader plaatsen is best een goed middel om het echt te doen lijken. In dit boek is dat Brugge, maar dan zo nadrukkelijk dat het op een toeristische folder begint te lijken. Schrijfster is er ook niet in gelukt in de huid te kruipen van haar personages zodat je als lezer over ze leest, maar niet met hen meeleeft. Jammer, want “Enkele reis Brugge” heeft alle ingrediënten in zich van een knappe misdaadroman met een in zich goede verhaallijn, sterke bladzijden en personages, originele vondsten.

Misschien moest er een deadline gehaald worden ?

Victor De Raeymaeker
Hilde E. Gerard
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies