Nuala O’Connor
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 862 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

14 februari 2023 Nora. Vrouw en muze van James Joyce.
De titel “Nora” zou die kunnen zijn van zomaar een roman met een vrouw als hoofdpersonnage. Maar de ondertitel “Vrouw en muze van James Joyce” verandert dat grondig en wekt zekere verwachtingen. Want dan is het duidelijk. Deze roman gaat over “De” Nora Barbacle, de vrouw en levenslange partner van de James Joyce en model voor “Molly Bloom”.
Na Bloom is ze zelfs het belangrijkste personage in Ulysses, het boek dat zo lang het onderwerp was van levendige controverses en aan de grondslag lag van het openbreken van de manier waarop een roman kon geschreven worden.
Dublin, 1904. Nora Joseph Barnacle is een twintigjarige jonge vrouw uit Galway die als dienstmeisje in Finn's Hotel werkt. Ze is blij in de “Capital” te zijn en geniet van de levendigheid van haar geadopteerde stad. Op 16 juni - Bloomsday – slaat een bom in haar leventje in en verandert het totaal. Die bom is Dubliner James Joyce die bij de eerste oogopslag op haar verliefd wordt en deze noodlottige of gelukkige ontmoeting is het begin van een buitengewone en levenslange liefdesrelatie.
De roman wordt verteld door Nora zelf. Ze is een ongeschoold, eerder arm plattelandsmeisje met een Galway-achtergrond en het blijft een opmerkelijk iets dat ze een intelligent, vrijdenkend meisje is niettenstaande haar arme achtergrond. Het is daarom zo merkwaardig dat ze werkelijk alles overboord gooit en zich volledig overgeeft aan James Joyce. Haar leven zal nu volledig draaien rond een man waar ze niet gewoon verliefd op lijkt te zijn, maar op een fascinerende manier mee verbonden is. Dat is trouwens wederkerig. Voor Joyce wordt Nora het centrum van zijn denken, doen en verlangen. Behalve wanneer hij met zijn schrijven bezig is. Dan verdwijnt alles op de achtergrond.
Als ze haar leven vertelt, ligt de nadruk op haar leven met “Jim” Joyce, de dominante figuur, het centrum van haar bestaan, niettegenstaande ruzies en geschillen, waaraan ze haar lot onlosmakelijk gekoppeld heeft als ondersteunende vrouw van een genie.
De roman opent in Dublin op 16 juni 1904 - haar eerste date met Jim, nu herdacht als Bloomsday, de dag waarop de Ulysses van Joyce, in de gedaante van het joods Ierse burgermannetje Bloom zich afspeelt. De flash van herkenning tussen de intellectueel en het gewone volksmeisje is ook expliciet seksueel, een belangrijk deel van hun verhouding en zal dat ook blijven. James heeft “ervaring” al is dat dan enkel met prostituees. Nora heeft wel een tweetal “boyfriends” gehad maar dat leidde niet tot een intieme relatie. Met James Joyce zal dat vlug veranderen. Het is net het feit dat Nora onervaren is maar toch direct en zelfs het initiatief neemt, dat Joyce in vuur en vlam lijkt te zetten. We weten dat dat zo is, want er zijn vele brieven bewaard die expliciet beschrijven hoe het er tussen hen aan toe ging. “Door mijn liefde voor jou kan ik bidden tot de geest van eeuwige schoonheid en de tederheid die in je ogen wordt weerspiegeld of om je onder mij neer te halen, op je zachte borsten, en je van achteren te nemen, als een varken dat op een zeug rijdt, verheerlijkt in de oprechte stank die uit je billen oprijst, verheerlijkt in de kale schaamte van je omgeslagen jurk en je witte meisjesachtige slipje en in de verwarring van je roze wangen en verwarde haar.”
Dat contrast tussen het verheerlijkend romantische – James bezingt haar schoonheid in lyrische termen en is buitengewoon jaloers - en het bijna liederlijk fysieke, zal zo blijven tot op latere leeftijd.
Joyce kan het niet meer uithouden in het – volgens hem - achterlijke Ierland. Hij moet weg. Parijs lokt maar het zal Zwitserland worden. Die plotselinge aandrang om “weg” te gaan, is iets dat zich keer op keer zal herhalen, net zoals totaal berooid zijn en moeten bedelen om geld bij familie, vrienden, kennissen, bewonderaars, mecenassen. Net hoe arm, zal Nuala O’Connor zo pijnlijk scherp beschrijven in de scène van die ene Kerstmis – de voornaamste feestdag in het jaar voor de Ieren - en ze hongerig en koud de meest minieme geschenkjes uitwisselen.  
Enkele maanden na hun eerste ontmoeting verlaten ze Ierland. Bijzonder gedurfd voor Nora, die letterlijk alles achterlaat, iets doet wat gewoon schandalig was in het Katholieke Ierland van toen (gaan samenleven met een man en er van onder trekken, zonder getrouwd te zijn) geen vreemde taal te kennen, zonder enig bezit en dan naar “the Continent” te trekken, naar Zwitserland, waar Joyce een baan als leraar is beloofd.
Zo begint hun zwerversleven van Zürich naar Triëste naar Rome, terug naar Triëste en uiteindelijk naar Parijs. Al tientallen jaren ongehuwd omdat Joyce aan geen enkele kerk gebonden wil zijn, worstelt het tweetal met de cultuurschok van Europa (het eten, het weer) en hun eigen armoede. Maar Nora lijdt meer: ze is eenzaam, leeft in het kielzog van een charismatische, mercuriale echtgenoot die te veel drinkt, haar vaak in de steek laat, het werk haat waarmee hij de kost moet verdienen en zichzelf verliest in zijn schrijven. Het is het verhaal van een vrouw die verlangt naar vrouwelijke vriendschap en voortdurend bezig moet zijn met het verzorgen van kinderen en het ondersteunen van een eigenzinnige zwerver terwijl ze blijft van hem houden en er mee om moet kunnen dat anderen van hem houden. Joyce is ontrouw, zelfzuchtig, charmeert maar enkel als het thuis stuift, vlucht telkens weg naar een andere plek, heeft altijd schulden en als hij geld heeft, drinkt hij nog meer en koopt luxueuse dingen, ook voor Nora en de kinderen, tot al het geld weer op is.
Langzaam begint Joyce de strijd om publicatie en erkenning te winnen, maar literatuur is grotendeels de achtergrond van dit huiselijke portret van wederzijdse afhankelijkheid, doorspekt met familiedrama's. O'Connor's Joyce is "een man die hetzelfde is als elke andere, met alle bedriegerijen en fouten van een man", aldus Nora. Ze ontpopt zich als zijn rots, de ondersteunende, robuuste, toegewijde vrouw van een zelfzuchtig, onberekenbaar genie, die de show op de weg hield.
Het moeilijke bij het lezen van een boek zoals dit (zoals uit sommige reacties duidelijk blijkt) is, wat de ondertitel Historische fictie aanduidt: “Dit is fictie.” En de wrevel die men onvermijdelijk voelt telkens men passages te lezen krijgt waarvan men wil weten: Is dit nu wat echt gebeurde, is dit wat James Joyce beweerde, deed, schreef, dacht of is het wat de schrijfster van het romanverhaal hem toedicht?

Het is als roman een absoluut authentiek lijkende en overtuigende hervertelling van een van de beroemdste relaties in de literatuur van twee onorthodoxe individuen die buiten de regels van de samenleving leefden en die gewoon blijven fascineren en intrigeren en Nuala O'Connor heeft een opmerkelijk eerbetoon geschreven aan Nora Barnacle en haar relatie trachten neer te schrijven met een van de literaire grootheden van Ierland en de vreselijke ontberingen, de onverdragelijke ups en downs, het telkens weer verhuizen en ergens ander herbeginnen, al wat ze bijna vier decennia lang in naam van de liefde moest doorstaan. Ze beschrijft nadrukkelijk hun relatie die toch intens, levendig is, met een sexueel zeer sterke band en beleving, vanaf hun eerste kus, het ganse levensverhaal door, samengevat in wat ze zegt na de dood van Jim: "Wat zal mijn leven in godsnaam zonder hem zijn? We waren als één persoon met vele kanten en nu is mijn beste deel weg. Oh Jim, oh mijn lieve schat, ik weet niet hoe ik verder moet zonder jou.”
Zelfs bij het lezen van een dergelijke aanhaling, weet je niet of dat nu een aanhaling is uit een bestaande tekst of een gedachte die schrijfster in de mond legt van haar romanfiguur.
Als roman is dit het verhaal van een vrouw over het hunkeren naar vrouwelijke vriendschap, het verzorgen van kinderen. Een uitzonderlijke roman van een van de meest briljante hedendaagse Ierse schrijvers, dit is een verhaal van liefde in al zijn vele seizoenen, van vurige seksualiteit tot kameraadschappelijke tederheid, door kracht, uitdaging en moed. Nuala O'Connor heeft een vrouw tot leven gebracht over wie elke literatuurliefhebber zich zeker veel vragen heeft gesteld en heeft dat met immense vaardigheid en durf gedaan. Deze fictieve Nora is volledig overtuigend in haar rauwe sensualiteit, haar koppige vastberadenheid, haar krachtige gevoel van grieven en haar onvermogen om te stoppen met het liefhebben van een diep grillige, wild manipulatieve maar enorm getalenteerde man. Een echt indrukwekkend werk van biografische fictie, Nuala O'Connor schrijft een krachtig en indringend verslag van het leven van Nora Joyce, die ondanks dat ze werd herinnerd als 'de grootste muze van de Ierse literatuur' echt een veel complexer, indrukwekkender en intrigerend individu was dan haar blijvende reputatie suggereert.
Nuala O'Connor werd geboren in Dublin, Ierland, in 1970. Ze is afgestudeerd aan trinity college Dublin, is romanschrijfster en schrijver van korte verhalen en woont in County Galway met haar man en drie kinderen. Dat wil zeggen dat ze zeer vertrouwd is met de “Iersheid” van haar personnages, hun manier van reageren, hun gedachten-achtergrond met speciale haat-liefde verhouding tot hun moederland en het Ierse Engels dat ze als taal gebruiken. Vermits Nora haar leven vertelt in de eerste persoon, doet ze dat ook meestal met een zangerige hint van een Ierse brogue, wat een extra charme toevoegt aan de roman.
Buiten het feit dat Nuala de Ierse leefwereld van Nora en James door en door kent en dus haar fictie in zeer gekende authenticiteit baadt, is er nog het feit dat ze zeer veel en grondig onderzoek verricht heeft, tot en met de plekken gaan verkennen waar Nora en James leefden. De kans is dus groot dat deze “roman” korter bij de werkelijkheid staat dan een van de vele non-fictie biografieën.
De roman zal lezers aanspreken die geïnteresseerd zijn in Joyce, de “fans”, maar ook het bredere lezerspubliek, de mensen die gewoon een verhaal willen lezen van vrouwenfictie en zelfs romantiek.

Maar wat auteur Nuala O'Connor met haar roman Nora probeert te doen, zal door sommigen als heiligschennis worden beschouwd want ze laat immers dingen gebeuren die ze als romanschrijfster aanvoelt. Wat ze bereikt is knap, wat de echte Joyceanen nog verder van streek zal brengen omdat die gewoon willen weten wat er echt gebeurde. Die lezen dan best een non-fictie werk zoals, bijvoorbeeld, James Joyce van Richard Ellman.

Victor De Raeymaeker
Nuala O’Connor
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies