8 januari 2026
Derde brief van Johan Braeckman aan Jürgen Pieters
Dag Jürgen
Hartelijk dank voor je brief van 31 januari 2025. Ik ontving die bijna een jaar geleden en kom er pas nu toe je te antwoorden, waarvoor mijn oprechte excuses. De tijd vliegt en lijkt nergens te willen landen.
We hadden het tot hiertoe in onze briefwisseling over verschillende vormen van fictie. Ik maakte een onderscheid tussen eerlijke of authentieke fictie enerzijds en pseudo- of leugenachtige fictie anderzijds. In zekere zin zijn beide vormen bedrog, maar de onderlinge verschillen zijn frappant. Ik las net Agatha Christies The Murder of Roger Ackroyd, een boek dat precies honderd jaar geleden verscheen. Het verhaal viel me wat tegen, maar dat doet hier niet ter zake. Het punt is: Christie weet dat ze de boel belazert. Roger Ackroyd bestaat niet. Het is een personage dat ze zelf bedacht. Bijgevolg is hij niet echt vermoord en kan onze landgenoot Hercules Poirot de moordenaar in realiteit niet demaskeren. Ook Poirot bestaat trouwens niet echt. Is Agatha Christie een leugenaar? In zekere zin wel, maar het zou merkwaardig zijn mochten we haar dat kwalijk nemen. Ze wil ons niet laten geloven dat een reëel bestaande man die Roger Ackroyd heet, vermoord is. Ze wil ons entertainen. Daarom vertelt ze het verhaal zodanig dat onze vermoedens en gedachten geregeld een verkeerde richting uitgaan. We verdenken een tijdje een personage van de moord, daarna weer iemand anders en uiteindelijk blijkt dat ze ons de hele tijd misleid heeft. Ik zal hier niet verklappen wie de moord pleegde, misschien las je het boek nog niet en wil je dat ooit nog doen. Maar het is heel interessant dat nogal wat lezers verontwaardigd waren over de ontknoping. Niet omdat ze het boek niet goed vonden, maar net omdat Christie hen de hele tijd de mist in stuurde. Alsof ze een moreel onaanvaardbare leugen vertelde in een verhaal waarvan iedereen nochtans weet dat het van A tot Z verzonnen is.
Een goede schrijver neemt ons mee in een fictief verhaal waarop we reageren alsof het een reële gebeurtenis weergeeft. De verontwaardiging over Christies misleiding is evenwel niet dezelfde als die over een echte leugen. Je bent ongetwijfeld vertrouwd met verschillende voorbeelden van valse non-fictieboeken. Ik denk aan de dagboeken van Hitler, de autobiografie van Howard Hughes van Clifford Irving en het boek van Misha Defonseca over haar kindertijd. Er zijn er ongetwijfeld veel meer geschreven in het genre leugenachtige non-fictie, of literaire hoaxen. Misschien lazen ook jij en ik boeken als historisch accuraat, terwijl ze zijn gefabuleerd. Net zoals er vermoedelijk heel wat schilderijen in musea hangen die niet geschilderd zijn door de kunstenaars aan wie ze worden toegeschreven. Het gaat hier niet om romans die historische gebeurtenissen evoceren, zoals Oorlog en Vrede van Tolstoj of De Zuilen der Aarde van Ken Follett. Die handelen wel over reële feiten, maar iedereen beseft dat die zijn ingebed in een verhaallijn die voortkomt uit de verbeelding van de schrijver. Bovendien hebben Tolstoj noch Follett de intentie de lezer te doen geloven dat alles echt gebeurde zoals zij het beschrijven. Dat is helemaal anders met leugenachtige – zogenaamde – non-fictie. Neem het boek van Misha Defonseca, Survivre avec les loups (1997). Defonseca, geboren in 1937 in Etterbeek als Monica De Wael, beweerde dat haar ouders in 1941 als verzetslieden zijn opgepakt en omkwamen in Duitsland. Als joods weeskind trok ze van haar zevende tot haar elfde doorheen Europa, van België naar Oekraïne en terug. Onderweg werd ze opgenomen door een wolvenroedel. Het boek kwam eerst uit in de Verenigde Staten en vervolgens in verschillende talen in andere landen. Er werden honderdduizenden exemplaren van verkocht. Van meet af aan waren er sceptici die haar verhaal onwaarschijnlijk achtten. In 2008 gaf ze toe het hele verhaal te hebben verzonnen.
Wat moeten we hiervan denken, Jürgen? Op welk schap hoort haar boek thuis in de boekhandel of bibliotheek? Eerst was het autobiografische non-fictie, over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Maar nu, na haar ontmaskering? Is het plotsklaps een roman? Moet je zo'n boek verwijderen uit de bibliotheek en niet langer meer te koop aanbieden? Er is een gevaarlijke kant aan, want het is koren op de molen van Holocaustontkenners. Als Defonseca's getuigenis is verzonnen, waarom dan ook niet het dagboek van Anne Frank of de boeken van Elie Wiesel, Jules Schelvis en Primo Levi? Defonseca's leugen is bedenkelijke geschiedenisvervalsing. Haar verhaal hoort thuis in de meer algemene categorie van pseudowetenschap die bedreigend is voor onze democratische waarden. Dat geldt ook voor boeken die complottheorieën verspreiden, zoals die over de moord op John F. Kennedy, de aanslagen van 9/11 en het coronavirus. Ze ondergraven het vertrouwen in de wetenschap, zoals de geschiedenis en de geneeskunde, in de overheid en het onderwijs, in de media en journalistiek, in de rechtspraak en in internationale organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie en de Verenigde Naties. Ze voeden en verspreiden ook foute kennis en dubieuze meningen over belangrijke gebeurtenissen.
Uiteraard is een gezonde kritische houding tegenover wetenschap, politiek, justitie, de media en internationale instellingen noodzakelijk. Maar wie denkt dat het coronavirus is verspreid door Bill Gates, om ons onder het mom van vaccinatie een microchip in te spuiten zodat satellieten ons kunnen traceren en controleren, die geeft toch een heel originele duiding aan wat een kritische houding precies betekent. Ik kan meerdere andere subgenres van pseudowetenschap aanhalen. Er zijn kwakzalverboeken die beloven dat kanker kan worden genezen met wortelsap en brandnetelthee – dat soort dingen. Er is pseudopersoonlijkheidspsychologie, zoals astrologie en grafologie, waarvan men zelfs in kringen van human resources gebruikmaakt. Stel je voor dat je, hoewel uitstekend gekwalificeerd, niet wordt aangeworven omdat je sterrenbeeld niet geschikt is. Ik denk aan numerologie, een esoterische leer die nonsens verkondigt over de betekenis van getallen, en aan pseudoarcheologie, die ons wil wijsmaken dat aliens de Egyptische piramides en Stonehenge bouwden en dat Atlantis een reëel bestaande beschaving was. Het televisiekanaal History Channel, ook in Vlaanderen gratis te bekijken, toont hierover vrijwel dagelijks 'documentaires'. Op een ander kanaal kan je dan weer continu de zoektocht naar spoken volgen. Blijkbaar zijn die voortdurend in de buurt maar laten ze zich moeilijk vangen.
Ik kan zo een tijdje doorgaan Jürgen, maar het punt is duidelijk. Er circuleert onwaarschijnlijk veel fakenieuws en lang niet iedereen blijkt in staat om het te doorprikken. Wist je dat er van het totaal onzinnige boek The Secret, van de Australische schrijfster Rhonda Byrne, wereldwijd dertig miljoen exemplaren zijn verkocht? Mocht je het niet weten: haar zogenaamde 'geheim' houdt in dat je alles kan krijgen wat je maar wenst, mits je er maar genoeg in gelooft. Het is te belachelijk voor woorden, maar het maakte Byrne schatrijk en leverde haar een plaats op in de lijst van Time Magazine van honderd meest invloedrijke personen. Van James Redfields De Celestijnse Belofte vonden twintig miljoen exemplaren hun weg naar een lezerspubliek dat newagespiritualisme met wijsheid verwart. De winnaar blijft voorlopig Erich von Däniken, wiens Waren de goden kosmonauten al meer dan zeventig miljoen keer is verkocht.
Ik wil het probleem wat je moet aanvangen met een boek zoals dat van Misha Defonseca hier aan jou voorleggen, Jürgen. En bij uitbreiding: wat met die van Ronda Byrne, James Redfield, Von Däniken en al die andere ontelbare kwakzalver-, complot- en pseudowetenschappelijke boeken? Ik kreeg die vraag na een lezing over nepnieuws die ik ergens in een Vlaamse bibliotheek gaf. Het was de bibliothecaris zelf die ze me stelde. Ik moet toegeven dat ik er niet meteen een antwoord kon op geven. Als je me vraagt of pseudowetenschap in het onderwijs thuishoort, zeg ik vanzelfsprekend neen, al hangt het ervan af hoe de vraag precies gesteld wordt. Je kan het er als leerkracht of docent wel over hebben, maar dan om te verduidelijken wat het onderscheid is tussen degelijke wetenschap en betrouwbare informatie enerzijds en pseudowetenschap en fakenieuws anderzijds. Meer nog: ik vind dat men er in het onderwijs moet over praten, net om jongeren hun kritische zin hieromtrent aan te scherpen. Een leerkracht geschiedenis kan Holocaustnegationisme en complottheorieën ontkrachten, een docent biologie legt uit waarom creationisme vals is en in de lessen fysica leert men helder denken over klimaatontkenning. Dat lijkt me pedagogisch allemaal erg nuttig. Maar wat moet de bibliothecaris doen? Kan hij zonder meer beslissen om geen onzinboeken aan te kopen, omdat hij zijn lezerskudde wil behoeden voor leugens, bullshit en absurditeiten? Of komt het niet aan hem toe om het onderscheid te maken tussen zin en onzin? Kan hij het gangbare classificatiesysteem uitbreiden met categorieën zoals pseudowetenschap, kwakzalverij, nepnieuws en complottheorieën? En wie beslist dan welke boeken op die planken thuishoren en welke niet? Stel dat een lezer de suggestie doet om de boeken van negationisten zoals David Irving en Ernst Zündel aan te kopen. Kan je dat negeren? Misschien is die lezer een kritische historicus die zich wil verdiepen in pseudogeschiedenis om ze te ontkrachten. En wat als de bibliothecaris zelf een fan is van parapsychologie, alternatieve geneeskunde en esoterie en daarover zoveel mogelijk boeken aankoopt? Men kan hem daarover aanspreken, maar stel dat net die boeken populair blijken bij de bibliotheekbezoekers?
Ik mag niet verwachten dat je over dit alles een pasklare oplossing naar voren brengt, Jürgen. Niettemin kijk ik uit naar je mening en bedenkingen.
Hartelijk groet & hopelijk tot gauw
Johan