Joris Escher
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
  • 822 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

12 april 2023 Escher worden
Bij de naam “Escher” denkt men aan ongewone prenten waarin bijvoorbeeld, in een reeks patronen, vogels zich transformeren in vissen of mannetjes die almaar een trap oplopen en nooit boven komen terwijl er op dezelfde trappen andere ononderbroken naar beneden blijven lopen, water dat naar beneden blijft stromen, gegraveerd door een man die je vanuit zijn zelfportret onderzoekend aankijkt.
Escher is een soort merknaam geworden, een begrip, bijna. Hij is “één van de meest gereproduceerde kunstenaars ter wereld”, zijn werk wordt overal in de wereld gebruikt, prijkend op alles en nog wat, van tafeldoekjes en sjaals, tot boekomslagen en tattoos, origineel zwart-wit of in de meest afzichtelijke kleuren. Maar over de man, de mens, de kunstenaar zelf, weet men eigenlijk weinig of niets. Nochtans heeft M.C. Escher veel geschreven. Dagboeken en werkelijk heel veel brieven naar familie en kennissen, naar (kunst)zakenrelaties, de pers.
Zijn zoons vonden het blijkbaar niet nodig over hun vader te schrijven of deden dat liever niet. Ook anderen voelden zich niet geroepen. Waarschijnlijk werd ieder idee in die richting gesmoord door het veel aantrekkelijker idee van toch maar liever wat te doen met de steeds weer fascinerende prenten.
Gelukkig is er nu Joris Escher, de achterneef, die altijd al veel gehouden heeft van de broer van zijn grootvader en diens werk. Tijdens een opruimingsbeurt vindt hij een reeks Chinese lakdozen, door zijn overgrootvader meegebracht uit Japan en in één ervan zitten enkele verfijnde ivoren tangram puzzels en twee oude tekeningen. De puzzels herkent hij, want die staan afgebeeld op één van de werken van Escher, maar de tekeningen zitten al wel 90 jaar in deze doos en één ervan lijkt wel een schets als voorbereiding van zijn latere “Kubische ruimteverdeling.”
Joris Escher schrijft: “Ik voel een rilling. De doos, de tekeningen, ze lijken mij een opdracht te geven. Ik moet dit uitzoeken. Ik ben het verschuldigd aan de familie, aan iedereen die van Escher houdt. Ik mag dit niet laten liggen. Wat heeft die doos en hebben die tekeningen betekend voor oom Mauk (zo noemde men hem in de familie) en voor zijn kunstenaarschap. Als ik uit mijn roes kom, stapelen de vragen zich op. Wat is de oorsprong van de fascinaties van oom Mauk? Hoe is zijn oeuvre ontstaan? Waarom is hij, juist hij, op een weg terecht gekomen waarop niemand hem is voorgegaan en waarop niemand hem heeft kunnen volgen? Andere vragen die altijd al in mijn achterhoofd rondhingen: Waarom heeft de gevestigde orde van de beeldende kunst hem nooit willen omarmen? Was hij zo rationeel, zo gevoelloos en koud als hem altijd voor de voeten is geworpen? Mijn vader sprak niet vaak over hem, maar wel altijd met genegenheid, met voelbare warmte. Ze laten me niet los, de vragen.”
De manier waarop Joris Escher die vragen zal beantwoorden, krijgen de vorm van een geromantiseerde biografie. Een gewone biografie kon het niet worden, vermits het ging over een heel bijzonder iemand van de eigen familie. Zo maar een gefantaseerde roman kon ook niet, want hier was nu eens de kans om de mens M.C. Escher tot leven te brengen en te laten kennen zoals hij was. “Hierbij had ik de hoop dat er verbanden in het leven van Escher zichtbaar en voelbaar zouden worden die met een wetenschappelijke, objectievere vorm verborgen zouden zijn gebleven.” De taak van biograaf heeft hij duidelijk zeer ernstig genomen en zowat alles geraadpleegd en gelezen wat er te lezen viel. “Niet enkel de dagboeken en de foto’s waaruit ik heb kunnen putten, de enorme rijkdom aan gesprekken, reisdagboeken en brieven.” Maar ook de inhoud van de 37 pagina’s bronvermelding achteraan in het boek en de verhalen en herinneringen die over Escher nog de ronde deden in familie- en kennissenkring. En dat is heel wat, want Mauk was iemand die eigenlijk veel op zoek en in beweging was, iemand die veel op reis ging, niet bepaald honkvast was en dikwijls verhuisde, telkens naar een ander land. Hij woonde wèl 15 jaar in Italië. Hij was een zoeker naar kunst en kunst in de geschiedenis, maar zei wel dat hij een wetenschapper en mathematicus was op zoek naar het formuleren van wetmatigheden, het oneindige, die zich verwant voelde met de muziek en dan vooral met Bach bij wie hij ook zeker gelijkende herhalingen en mathematische opbouw meende te herkennen.
Hij was een goede familievader maar enkel tussen de periodes van hard werk en creativiteit door. Als hij aan het werk was, veronachtzaamde hij totaal en gedurende lange periodes vrouw Jetta en de kinderen. Nadat de kinderen hun eigen weg gegaan waren en hij nog enkel met zijn vrouw samenleefde, een vrouw die al zekere psychische zwaktes vertoonde, werd hij zo gegrepen door zijn werk dat hij haar in dusdanige mate verwaarloosde, dat ze hem in de steek liet en bij de kinderen is gaan wonen. Hij heeft haar nooit meer gezien… Maar tijdens de oorlog fietste hij, op zoek naar voedsel voor de familie, op een fiets met houten wielen naar de boer in het dorp en terug, beladen met 32 kg proviand.
De beschrijving van het beginnende fascistische regime onder Mussolini en de zwarthemden, hoe iedereen de groet bracht, hoe zich dat vertaalde bij de gewone mensen in het dagelijkse leven, zijn merkwaardige bladzijden.  Hoe dat ook zijn eigen familie en vriendenkring binnendrong en zijn eigen kinderen in de greep kreeg, zodat ze uiteindelijk besloten eerst naar België en dan naar Nederland te verhuizen. Enkel om te moeten vaststellen hoe ook daar tijdens de bezetting het Naziregime alles begon te overheersen. Zijn oud leermeester grafische technieken en de ontdekker van Escher, De Mesquita, was een Portugese Jood en werd tijdens één van de razzia’s weggevoerd. Joris Escher verhaalt dit met uiterst meeleven en hij beschrijft pijnlijk gedetailleerd wat er met De Mesquita en zijn familie gebeurde, de opzettelijke verwoesting van het atelier en hoe grootoom probeerde van wat nog achterbleef van de kunstwerken te redden op gevaar van eigen veiligheid. Hoe zoon Arthur de leeftijd bereikt had dat hij zich moest melden voor de “Arbeitseinsatz” en zich moest verbergen voor de ronselaas die kwamen aankloppen en huiszoeking. De aftocht van de Duitsers en hoe er plots een groepje van de moe getergde vluchters op de honende burgers begon te schieten. Dan het nieuws van de vernietigingskampen.
Escher trok als verwoede reiziger vooral naar het zuiden toe, vooral Italië, zijn grote bron van inspiratie, dat een goede invloed zal uitoefenen op zijn eerder melancholisch introverte karakter.
Op één van zijn reizen komt hij in Assisi, ziet Giotto en de mozaïeken in Ravenna, San Gimignano in Siena, Perugino, de gouden tegeltjes in de kathedraal in Venetië, de grote Coppo di Moscovaldo en -  to top it all -  komt hij in het Alhambra terecht waar vloeren en muren bekleed zijn met prachtige Moorse tegelmotieven. Wat een openbaring. Hij blijft er dagenlang schetsen, schema’s tekenen, patronen proberen te begrijpen. “Wat je daar als graficus al niet kan mee aanvangen!” Het zal de aanvang zijn van de weg die hij zal afleggen naar wat hem het meest bekend zal maken, het vakkundig en wiskundig gebruik van terugkerende motieven en geometrische figuren, de vlakken vullen met mozaïek, naast het gebruik van bewegende figuren, vogelvluchtperspectief, paradoxale, onmogelijke bouwkunst en constructies, metamorfosen, ongebruikelijke en onmogelijke perspectieven.
Joris Escher draagt er zorg voor dat hij blijft vertellen, dat het leven van zijn personage blijft gebeuren, levensecht is, en toch getrouw aan de waarheid, aan het echte leven. Dat dat zo is, betwijfel je geen ogenblik. De theoretische beschouwingen, zoals de studie van de regelmatige vlakverdeling, worden weergegeven in gesprekken en in aanhalingen uit brieven, sommige werken zoals de litho met de krokodilletjes worden in minutieus detail beschreven en uitgelegd. Je ziet de kunstenaar en drukker aan het werk, je leeft mee met zijn bijna komische twijfel aan zijn talent en bekwaamheid als kunstenaar. “Wanneer ga ik nu eens eindelijk goed leren tekenen? Een schooljongen die zich wat toelegt kan het beter dan ikzelf…” Zijn jeugd en de tegenstand van zijn ouders die hij moest overwinnen om toch grafiek te mogen studeren, zijn puberteit, expliciete seksuele fantasieën, hoe moeilijk hij het had met het benaderen van meisjes. Zijn twijfels omdat zijn bewonderde leraar hem ogenschijnlijk niet bijzonder goed vond en hem geen raad gaf. Hij trouwt, ze maken letterlijk de reis van hun leven. Hij kent jarenlang geen succes waarbij ondertussen het geërfde familiefortuin opgebruikt werd.  
De mooiste bladzijden en passages zijn die waar Joris Escher het heeft over kunst, over de ontdekkingen van C.M. Escher, diens zoektocht naar het eeuwige, de voortdurende verwondering, de bijna maniakale dwang naar verbetering van zijn meesterschap van de grafische technieken, wat hij beschrijft met aanstekelijk enthousiasme.
Wees gewaarschuwd. Je bent ergens toch beter tamelijk verliefd op Italië, hebt best al enige voorkennis over kunst en vooral de vroegromaanse Italiaanse kunst en de grote klassieke Italiaanse meesters. Teken-, schilder- en graveringstechnieken krijg je in detail uitgelegd, incluis raadgevingen: “Als je echt iets goed wil zien, moet je het tekenen.”
De auteur geeft prachtige landschapsbeschrijvingen, vertelt grappige anekdotes waarbij we bijvoorbeeld leren hoe hij naar de weerspiegeling van de lucht en het omringende landschap keek in een plas door zich voorover te buigen en dan door zijn gespreide benen te kijken. Als je dat weet en dan naar bepaalde litho’s kijkt, zie je die met heel andere ogen.
Escher blijft al die tijd eerder onbekend. Pas in 1951 komen reporters van Time en Life een interview afnemen. Op de schuchtere vraag van de op het randje doodarme Escher of daar misschien een verloning voor gegeven wordt, zegt een reporter dat ze dat helaas niet kunnen, maar dat hij vlug de gevolgen van de artikels zal ondervinden. Inderdaad, nog meer artikels volgen, plots verkoopt hij zijn werk, hij wordt eerst bekend, dan populair in de States en het hek is van de dam. Tot grote verbazing en geamuseerd ongenoegen van Escher beginnen hippies zijn werk te kleuren, af te drukken (zonder enige toestemming) op hoezen, T-shirts, affiches, tijdschriftjes, aankondigingen, kleedjes.
Jammer genoeg krijgt de lezer dat niet meer te lezen in dit boek, enkel vluchtig in een epiloog waarin de schrijver ook uitlegt waarom dat zo is. Hij wijst erop dat de belangrijkste vraag in dit boek was Hoe Escher worden? Die taak is volbracht. De rest van zijn leven zou kunnen beschouwd worden als Escher zijn. Wat niet het onderwerp was van dit boek.… Een eerder eigenaardig soort excuus en abrupt einde aan een boek dat nog in vol élan zat.
Wat ook aanvoelt als een leegte, als een ontbreken, is de afwezigheid van illustraties. Tenminste, die zijn er wel en sommige zijn zelfs interessant, maar ze zijn ofwel erg kleintjes ofwel onduidelijk, of beide. Waar echt nood aan is zijn degelijke illustraties van besproken prenten, soms details van wat zo knap beschreven of uitgelegd wordt in het boek. Schrijver verwijst naar een catalogue raisonnée om die lacune wat in te vullen.
Ik verwijs hier graag naar Escher op reis - Escher’s Journey een heerlijk mooi tweetalig boek, verschenen bij Uitgeverij Maurits, dat nu eens niet weer steedsmaar dezelfde werken van andere Escher-boeken presenteert, maar inspeelt op zijn reislust en de gravures die ontstonden tijdens en na die reizen. Na iedere episode een paar bladzijden met foto’s en tekst (wit op donkere ondergrond) en bij de 92 prenten achtergrond en toelichting. Uitgegeven naar aanleiding van een gelijknamige tentoonstelling in het Fries Museum in 2018.
Misschien is de bedoeling nog een tweede boek te schrijven over de Escher die Escher geworden is. Wat eigenlijk zeer welkom zou zijn.

Victor De Raeymaeker
Joris Escher
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies