4 maart 2026
Vier helden: Aias, Herakles, Elektra, Filoktetes
De bundel brengt vier minder bekende tragedies samen die goed laten zien hoe Sofokles mensen toont in situaties waarin welbepaalde keuzes steeds zwaarder beginnen te wegen. Samen met de drie tragedies in ‘Oidipous en Antigone’ vormen deze stukken het volledig bewaarde toneelwerk van deze Atheense tragediedichter en zijn alle zeven overgeleverde tragedies eindelijk beschikbaar in een hedendaagse Nederlandse vertaling.
Tijdens het lezen werd me al snel duidelijk dat het in deze tragedies niet zozeer draait om overwinning of roem. Neen, het gaat hier niet om triomferende helden, maar om mensen die op een bepaald moment in hun leven onder druk komen te staan en daar geen echte uitweg meer in vinden.
Ze blijven zich angstvallig vastklampen aan eer, trouw, wraak en angst. Wat hun eerst richting gaf, wordt geleidelijk een last. Ze blijven steevast slenteren langsheen hetzelfde doodlopende spoor, ook wanneer dat hen zichtbaar schaadt. Hun ondergang ontstaat niet plots, maar groeit gestaag uit hun diepgevoelde denkwijzen en handelingen.
Binnen deze bundel neemt Filoktetes voor mij een bijzondere plaats in. Hij raakt ernstig gewond tijdens de Trojaanse oorlog. Zijn wonde blijft etteren en stinken. Zodoende wordt hij zomaar achtergelaten op het eiland Lemnos. Jarenlang leeft hij daar alleen, zonder contact met anderen en zonder uitzicht op terugkeer. Hij raakt stilaan verbitterd en wantrouwig. Zijn wereld wordt steeds kleiner. Pijn, herinnering en woede knagen onophoudelijk.
Want voor hij op Lemnos werd achtergelaten, was Filoktetes geen marginale figuur in de rand van de samenleving. Neen, hij behoorde wel degelijk tot de Griekse aanvoerders en was zelfs de drager van de boog van Herakles, een duidelijk teken van vertrouwen en erkenning. Hij nam volwaardig deel aan de expeditie tegen Troje en werd in die dagen algemeen gerespecteerd als illuster krijger. Zijn latere isolement is dan ook niet het gevolg van mislukking of onbekwaamheid, maar van een noodlottige blessure die hem eensklaps overbodig maakt voor de groep waartoe hij behoort. Juist dat maakt zijn lot zo wrang: klakkeloos opzijgeschoven worden wanneer je niet meer in het rijtje past.
Edoch. Wanneer de Grieken mettertijd ontdekken dat ze zijn boog nodig hebben om de strijd te winnen, keren ze terug. Niet omdat ze plots spijt hebben van wat ze hem aandeden, maar omdat ze hem opnieuw nodig hebben.
Het stuk ontwikkelt zich in de eerste plaats in de gesprekken tussen Filoktetes, Odysseus en Neoptolemos. Filoktetes vertrouwt niemand meer, Odysseus denkt vooral aan het einddoel en Neoptolemos is de eeuwige twijfelaar van dienst. In hun gesprekken wordt zichtbaar hoe moeilijk eerlijkheid wordt wanneer er veel op het spel staat. Woorden worden al te voorzichtig uitgesproken, beloften klinken bijzonder hol, onbeschaamd probeert iedereen zich eruit te praten.
Neoptolemos: Ja. Schaamteloos en onterecht nam ik de boog.
Odysseus: Bij alle goden, zeg jij mij dat voor de grap?
Neoptolemos: Heel zeker, als de waarheid spreken grappig is.
Odysseus: Achilleus’ zoon, wat zeg jij daar?
Neoptolemos: Wil jij dat ik twee- of driemaal hetzelfde zeg?
Odysseus: Ik wou dat ik het niet één keer hoorde.
(p. 252)
Odysseus: Bij alle goden, zeg jij mij dat voor de grap?
Neoptolemos: Heel zeker, als de waarheid spreken grappig is.
Odysseus: Achilleus’ zoon, wat zeg jij daar?
Neoptolemos: Wil jij dat ik twee- of driemaal hetzelfde zeg?
Odysseus: Ik wou dat ik het niet één keer hoorde.
(p. 252)
Bij het lezen van Filoktetes dringt zich een vergelijking op met het denken van Albert Camus, vooral met Le Mythe de Sisyphe. Camus beschrijft er hoe mensen moeten leven in een wereld die geen duidelijke zin of rechtvaardiging biedt. Filoktetes leeft in zo’n wereld. Niemand legt uit waarom hij moet lijden. Niemand maakt zijn eenzaamheid ongedaan. Er wacht hem niets.
Filoktetes moet verder met wat hem is overkomen. Niemand neemt ook maar iets van zijn pijn weg. Niemand belooft dat het later beter zal worden. Hij staat er alleen voor. Zijn dagen bestaan louter uit lijden, wantrouwen en herinneren. Toch gaat hij door. Niet uit overtuiging, maar gewoon omdat hij geen andere keuze heeft. Wanneer Odysseus hem aanspreekt in termen van plicht en noodzaak, voelt dat voor Filoktetes niet als erkenning, maar alsof men hem opnieuw probeert te gebruiken. Wat hij heeft doorgemaakt, lijkt er niet toe te doen. En precies daartegen verzet hij zich.
Wat Camus in filosofische termen onderzoekt, toont Sofokles in concrete situaties: een mens die moet leven zonder zekerheid dat zijn lijden ooit enige zin krijgt.
Op deze plek, waar hij op zichzelf was aangewezen,
geen wandelaar naast hem, geen man uit de streek,
geen buurman die zijn leed deelt, bij wie hij luid kon jammeren
als de bloederige wonde hem diep aanvrat,
een gekreun dat een antwoord vroeg.
geen wandelaar naast hem, geen man uit de streek,
geen buurman die zijn leed deelt, bij wie hij luid kon jammeren
als de bloederige wonde hem diep aanvrat,
een gekreun dat een antwoord vroeg.
Geen mens was er om op de voedende aarde milde kruiden te plukken
en bij elke nieuwe aanval de gloeiend hete bloedstroom te stillen
die gutst uit zijn verzweerde voet waarin ongedierte woedt.
en bij elke nieuwe aanval de gloeiend hete bloedstroom te stillen
die gutst uit zijn verzweerde voet waarin ongedierte woedt.
En nam de pijn af die hem vanbinnen aanvreet,
dan sleepte hij zich nu eens naar hier, dan weer naar daar,
kroop als een kleuter die een lieve min mist,
tot hij de voorraad vond waaraan hij nood had.
(pp. 225–226)
dan sleepte hij zich nu eens naar hier, dan weer naar daar,
kroop als een kleuter die een lieve min mist,
tot hij de voorraad vond waaraan hij nood had.
(pp. 225–226)
Vanuit Filoktetes bekeken krijgen ook de andere tragedies in deze bundel meer samenhang.
In Aias draait alles rond vernedering. Aias voelt zich gepasseerd bij de verdeling van Achilles’ wapens. Dat raakt hem tot in het hart. Zijn woede loopt uit de hand. Wanneer hij weer tot zichzelf komt, beseft hij dat zijn plaats binnen de gemeenschap voorgoed is beschadigd. Hij ziet geen toekomst meer voor zichzelf. Zijn zelfmoord volgt daaruit zonder dat die wordt voorgesteld als iets groots of heldhaftigs. Het is het gevolg van iemand die niet meer weet waar hij thuishoort.
In Elektra staat wraak centraal. Elektra leeft volledig in het teken van de moord op haar vader. Ze kan niet loslaten, niet vergeten. Alles in haar leven draait rond vergelding. Wanneer Orestes terugkeert en samen met haar de moord pleegt, verandert er weinig. Er komt geen rust. Het verleden blijft alles beheersen. Haar leven wordt er niet makkelijker op.
In Meisjes van Trachis staat niet Herakles centraal, maar zijn vrouw Deianeira. Zij vreest hem te verliezen. Wanneer ze hoort dat hij een andere vrouw mee naar huis brengt, raakt ze in paniek. Ze grijpt naar het bloed van Nessos, dat haar ooit werd voorgesteld als een liefdesdrank. Ze doordrenkt er een kleed mee en stuurt het naar Herakles. Het blijkt vergif te zijn. Het brandt zich in zijn huid en veroorzaakt ondraaglijke pijn.
Deianeira handelde niet uit wraak, maar uit angst. Ze wilde hem niet doden. Ze wilde hem bij zich houden. Ze wilde hem behouden, maar bracht hem ten val.
Voor dat alles deinsde
die ongelukkige vrouw niet terug
toen zij het grote onheil
van een nieuw huwelijk
op haar huis af zag komen.
Een deel van de ellende
bracht zij zelf voort, een deel kwam
door het advies van iemand anders
bij een funeste ontmoeting.
(p. 104)In alle vier de stukken blijven de personages vasthouden aan hun keuzes. Ze gaan door, ook wanneer ze zien dat het misloopt. Terugkomen blijkt bijzonder moeilijk. Dat maakt hun ondergang begrijpelijk, maar niet minder pijnlijk.
Ze voelen dat het verkeerd gaat. Maar ze raken er niet meer uit.
Dat patroon beperkt zich niet tot de wereld van de mythologie. Het is wonderwel herkenbaar in hedendaagse situaties. In politieke discussies verharden standpunten. Eerder ingenomen posities worden angstvallig gebetonneerd, ook wanneer de omstandigheden veranderen. Terugkomen op een beslissing wordt vaak gezien als zwakte. In maatschappelijke debatten blijven oude conflicten doorwerken. In persoonlijke relaties kan angst leiden tot keuzes die later moeilijk te herstellen zijn.
Sofokles beschrijft geen uitzonderlijke figuren, maar herkenbare mensen van vlees en bloed. Mensen die houvast zoeken en dat houvast niet meer loslaten zodra ze het hebben gevonden.
De vertaling van Patrick Lateur is helder en zorgvuldig opgebouwd. De dialogen blijven dicht bij de situatie en bij de personages. Er wordt weinig uitgelegd. De tekst laat de confrontaties voor zichzelf spreken. Dat vraagt aandacht van de lezer, maar maakt het mogelijk de spanningen rechtstreeks te volgen. De uitgave bevat geen uitgebreide commentaren. De nadruk ligt op de toneelstukken zelf. De lezer moet zelf nadenken over wat er gebeurt en waarom het gebeurt.
Afijn. In deze tragedies vindt de lezer geen moreel systeem dat alles oplost. De goden zijn aanwezig, maar nemen de verantwoordelijkheid niet over. Mensen kiezen en dragen zelf de gevolgen. Niemand wordt vrijgesproken door een hogere waarheid. Aias vernietigt zichzelf. Elektra blijft vastzitten in haar wraak. Odysseus kiest voor misleiding. Deianeira handelt uit angst. Die keuzes zijn begrijpelijk, maar natuurlijk niet zonder gevolgen.
Sofokles lezen toont ons bijgevolg een wereld waarin mensen nu eenmaal moeten handelen zonder zekerheid. Voor een vrijzinnig humanisme is dat een belangrijk inzicht. Het gaat immers niet om gedwee volgen, maar om zelf nadenken en verantwoordelijkheid opnemen.
Vier helden is dan ook zoveel meer dan gewoon een verzameling klassieke teksten. Het is een bijzonder geslaagde uitgave die laat zien hoe actueel deze tragedies blijven wanneer ze aandachtig worden gelezen. Voor wie geïnteresseerd is in de Griekse cultuur, in morele vragen en in menselijk handelen onder druk, is dit zeer zeker een meer dan waardevolle bundel levensechte verhalen.
Alleen al daarom verdient het boek vier sterren.
Benny Madalijns