Liddie Austin
Michel Ackaert
Non-fictie
  • 49 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

6 maart 2026 Eigenzinnige vrouwen in de kunsten
Als losse medewerker in de Brugse Kunstacademie (D.K.O.) kom ik regelmatig in contact met talentvolle dames, leerlingen, die achter de schilderezel of gewoon met een tekenblok op hun schoot heel fraai werk leveren. Sommigen en dikwijls gestuurd door de leerkracht, kiezen een kunstenaar uit een ver of niet zo ver verleden als inspiratie. Dit is spijtig genoeg zelden een vrouw.
Eind augustus 2023 haal ik het lijvig boek Moeten vrouwen naakt zijn om in het museum te hangen van Christiane Struyven in huis. Ik heb dit werk zelf gekozen en dat is met het boek(je) van Liddie Austin niet anders. Mijn recensie van Struyven is ondertussen al zo’n 2615 keer bekeken. Heeft wellicht ook iets te maken met het woordje ‘naakt’ in de titel?
Ik bezit nu dus twee werken over legendarische vrouwelijke kunstenaars, al of niet in de schaduw van een echtgenoot, jaloerse partner, concurrent of aanbidder.  Een keuze maken voor de eerstvolgende lessenreeks uit die geniale vrouwelijke voorbeelden kan na beide publicaties geen probleem meer zijn. Sommige dames komen zelfs voor in beide boeken.
“Om als vrouw in de kunstcarrière te kunnen maken, zeggen kunsthistorici nu, moet er tot ongeveer halverwege de twintigste eeuw aan drie belangrijke voorwaarden worden voldaan. Je moet eigen geld hebben zodat je je privélessen kunt veroorloven, familie hebben die je ondersteunt én er moet als het even kan een connectie zijn met een gevestigde mannelijke kunstenaar die je kan introduceren in zijn netwerk.”
(Berthe Morisot, (1841-1895) voorvrouw van het impressionisme, blz. 15)
Het boek van Liddie Austin is klein, compact maar toch heel compleet. Ik tel 23 namen en daar zijn meteen enkele bekenden tussen. Wie kent er niet Lee Miller, Frida Kahlo, Yayoi Kusama, Yoko Ono en Marina Abramovic? Naast de kunstenaars zelf brengt Liddie Austin ons ook het verhaal van gerenommeerde vrouwelijke kunstverzamelaars en mecenassen. Helene Kröller-Müller in ‘vrouw met een missie’ spendeert het familiefortuin aan talrijke werken van Van Gogh, Renoir, Latour en Mondriaan. Haar zielsverwant is de 20 jaar jongere Sam van Deventer die haar in zowat alles adviseert. Helene, Sam en haar man Anton vormen tot haar dood in 1939 een fel besproken ménage à trois. Dat is een jaar nadat het museum met haar collectie opent op de Hoge Veluwe. De gehele Kröller-Müllercollectie is dan reeds overgedragen aan de Nederlandse Staat op voorwaarde dat die de kost van het door de Belgische art nouveau architect Van de Velde ontworpen museum op zich neemt.  
Het spreekt vanzelf dat ook de excentrieke steenrijke Peggy Guggenheim niet kon ontbreken. Vader omgekomen op de Titanic, vertrekt ze later naar Parijs waar ze huwt met de Frans-Engelse dadaïstische kunstenaar Laurence Vail. Dominante en seksueel onverzadigbare Peggy probeert met hem alle standjes die ze op de muren van Pompeï heeft gezien. Dat huwelijk loopt spaak en Peggy begint in Londen een galerie voor hedendaagse kunst, ‘Guggenheim Jeune’, met werken van Kandinsky, Cocteau en Mondriaan. Zeer snel sluit ze de verlieslatende galerie en start de privécollectie die haar later wereldberoemd zal maken. Ze verblijft in Parijs als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Als gek koopt ze alles op wat de paniekerige kunstenaars snel kwijt willen. Dat zijn werken van Picasso, Magritte, Brancusi, Man Ray, Miró, Léger en Van Doesburg. Deze volgens de nazi’s ‘Entartete Kunst’ of moreel verwerpelijk en de kunstenaars zelf lopen gevaar. Het Louvre vindt het niet de moeite om die ‘moderne’ waardeloze werken ergens in veiligheid te brengen. Peggy denkt daar gelukkig anders over en smokkelt haar collectie als ‘huishoudspullen’ naar Amerika. Na enkele tussenstops, relaties en projecten zoals een nieuwe galerie in New York, Art of this century, belanden Peggy en haar collectie in Venetië aan het Canal Grande in Palazzo Venier dei Leoni. Ze cultiveert er een bohemien-reputatie, heeft haar eigen gondola en ligt er tussen haar hondjes met een opvallende zonnebril vaak te zonnen op het dakterras; naakt! Te laat, ik was er in dat Palazzo in het jaar 2007. Ze sterft in 1979, 81 jaar oud aan een hersenbloeding. 
Een rode draad bij een altijd wat willekeurige verzameling van levensverhalen van vrouwelijke kunstenaars is hier misschien wel dat ze al vroeg wisten dat ze iets wilden maken. Om kunst te maken moet je eigenzinnig zijn, blijkt telkens weer. Voorwoord p. 8
Ik ga langzaam doorheen dit boek van kunstenaar naar kunstenaar en noteer naast hun eigenzinnigheid ook wat deze vrouwen uitzonderlijk maakte. Paula Modersohn-Becker (1876-1907) is de eerste vrouw die zichzelf naakt schildert. Sterker nog en tegen alle gangbare fatsoensnormen van die tijd, verklaart ze tijdens haar lessen in de privéschool van beeldhouwer Filippo Colarossi het volgende: “In deze heilige zalen teken ik naakten, ’s morgens met de vrouwen, ’s avonds met de mannen. De avondlessen met mannelijk naakt hebben mijn voorkeur. Je leert daar meer.” Vanessa Bell (1879-1961) ontwerpt de omslagen van de boeken van haar beroemde zus Virginia Woolf maar raakt later in een diepe depressie als haar zoon Julian sterft in de Spaanse Burgeroorlog. De echtgenoot van Georgia O’Keeffe (1887-1986), Alfred Stieglitz, fotograaf en eigenaar van Gallery 291 zet close-up naaktfoto’s van haar naast haar eigen werken, uitvergrote bloemen. Wat anderen denken over haar werken spreekt ze tegen. Neen, het zijn geen erotische thema’s maar wel modellen die perfect kunnen stilzitten. 
Alice Neel (1900-1984) schildert de opkomende ‘counterculture’. Haar modellen zijn o.a. Andy Warhol en Jackie Curtis over wie Lou Reed het nummer ‘Walk on the wild side’ schrijft. Niet alleen eigenzinnige vrouwelijke schilders en beeldhouwers passeren in dit boekje maar ook gerenommeerde fotografen zoals Lee Miller (1907-1977). In ‘Fotograaf in de vuurlinie’ (blz. 87) lees je hoe ze onbeschaamd afstapt op de 17 jaar oudere beroemde surrealistische fotograaf en beeldend kunstenaar Man Ray. Hij introduceert haar bij Picasso en Jean Cocteau. Na Man Ray en met een tussenstop bij een Egyptische miljonair zoekt ze haar ding bij de Britse surrealist en schrijver Roland Penrose. We zien op foto’s van tijdens hun ‘summer of love’ een picknick met vrienden in Zuid-Frankrijk. De heren kunstenaars zitten geheel gekleed in het gras, de dames zijn topless. Tijdens de oorlog volgen er minder liefelijke beelden van de landing in Normandië en later is zij de eerste fotograaf in het net bevrijde Dachau.
Uiteraard kan Frida Kahlo (1907-1954) niet ontbreken. Naar eigen zeggen waren er twee ongelukken in haar leven. Dat was het vreselijk ongeval met de tram waarvan ze nooit is hersteld en het tumultueus huwelijk met kunstenaar Diego Rivera die het zelfs aanlegde met haar eigen zuster. Dat laatste was het ergste wat haar is overkomen. Veel te laat wordt ze wereldberoemd. De surrealist en ook fotograaf Dora Maar (1907-1997) valt in de smaak bij Picasso, 55 jaar, gehuwd en met een minnares die net bevallen is van een dochter. De dames gaan soms lijfelijk op de vuist maar het is toch Dora die Picasso aanzet om na het oorlogsdrama in Spanje één van zijn meeste gekende werken ‘Guernica’ af te werken. Sterker nog, naast de foto’s die ze maakt, terwijl hij in vijf weken tijd zijn aanklacht tegen de oorlog maakt, schildert ze zelf een stuk paardenbeen. Zijzelf modelleert voor de wanhopige huilende vrouw in het werk. Dat brengt me meteen bij Françoise Gilot (1921-2023) ook kunstenares en ook minnares van Pablo. Ze is de enig vrouw die de norse Picasso zelf verliet. “Geen vrouw verlaat een man als ik,” schokschoudert Picasso. “Wacht maar af,” antwoordt Françoise. Ze pakt haar kinderen op en vertrekt vanuit het idyllische Zuid-Frankrijk naar Parijs.
De volgende in de rij is de ‘Pokadot Prinses’, Yayoi Kusama (1929). Haar werk ‘Aggregation-One thousand boats show’ is bekleed met piemels. Het is haar manier om haar angst voor het mannelijk geslachtsdeel te bedwingen, zegt ze: “Ik ben als de dood van alleen al het idee dat iets langs en lelijks als een fallus mij zou binnendringen.” Ze houdt performances in o.a. Schiedam waar ze de poedelnaakte collega-kunstenaar Jan Schoonhoven met stippen beschildert. Het beschilderen van naakte lichamen is haar protest tegen de oorlog in Vietnam. Dan komt die andere Japanse, die bij de meesten vooral beroemd is omwille van haar man, John Lennon, Yoko Ono (1933) “Heb je racisme en seksisme overwonnen, krijg je als kunstenaar commentaar op de hotpants die je draagt.” Ze is dan wel reeds 82 jaar. Tot grote ergernis van de echte Beatles fans die haar de scheldnaam ‘witch’ en de schuld geven van de breuk tussen de leden van die legendarische band gaan ze hun eigen weg en maken zelfs samen muziek. Hun album ‘Two virgins’ verschijnt met een naaktportret van hen samen op de cover. Ik kan niet anders of besluiten met dat icoon van de avant-garde en koningin van de opzienbarende performances, Marina Abramovic (1946). Ze begint een relatie met de Duitse kunstenaar Ulay en gaan samen steeds verder in hun performances. Urenlang elkaars adem inademen, naakt keihard tegen elkaar aanlopen of elkaar in het gezicht slaan, het is vooral over het ego heen stappen om tot eenheid te komen. ‘The artist is present’ is zowat haar meest gekende performance.
Heb ik kunstminnend dit boekje van Liddie Austin, Amerikaanse en journaliste voor diverse magazines, gesmaakt? Jawel, in iedere biografie (23) krijg je als lezer beknopt hoe die eigenzinnige vrouwen ondanks jaloerse partners, ontrouwe echtgenoten en incest hun plaats hebben veroverd in een kunstwereld gedomineerd vooral door mannen. Schilderen, boetseren, beeldhouwen, fotograferen en performen is hun manier om (soms postuum) naam en faam te maken. Het is meestal een lange en moeilijke strijd met veel obstakels, tegenslagen en ellende. De relaties die ze aantrekken of afstoten betekenen soms hun ondergang of als het toch eventjes meezit hun succesverhaal. Liddie Austin gaat heel ver in de intimiteit van de kunstenaars.   Nymfomane Tracey Emin (1963) schildert, maakt beelden en video’s, borduurt, fotografeert en schrijft teksten in neon. Door een agressieve vorm van blaaskanker en na een levensreddende operatie in 2020 meldt ze nonchalant: “Mijn clitoris heb ik nog, maar die doet het niet meer.” 
Hoefde ik echt niet te weten maar ben nu wel blij verrast dat Paula Modersohn-Becker nota bene eind 19e eeuw liefst werkte met mannelijk naakt want: “Je leert daar meer!”
 
Michel Ackaert

Liddie Austin
Michel Ackaert
Non-fictie
Michel Ackaert (1957) was cipier in de gevangenis van Brugge. Publiceerde reisverslagen, opiniestukken, recensies en een boek over menswaardige detentie ‘Seks in de gevangenis’.
_Michel Ackaert Recensent, reiziger, vrijwilliger en cultuurfanaat
Meer van Michel Ackaert

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies