20 maart 2026
Als dromen fluisteren
Met dezelfde personages als in ‘Waar de zon de sneeuw raakt’ belandt Mélissa Da Costa terug in het Alpendorp Arvieux. Het leven gaat verder, vijf jaar later.
Mélissa Da Costa is geboren in Clermont-Ferrand in 1990. Ze huwde een grafische ontwerper, heeft twee kinderen en woont in de buurt van Parijs. Sinds 2020 kan ze van haar pen leven en stopte ze met haar baan als communicatiemedewerkster. Haar debuut Al het blauw van de hemel was een bestseller en in 2024 was ze de meest gelezen auteur in Frankrijk.
In deze recente vertaling van Les douleurs fantômes (2022) tot Als dromen fluisteren zijn de jongeren uit het vorige verhaal terug samengekomen. Er wordt trouwens vaak verwezen naar dat vorige werk: Waar de zon de sneeuw raakt. Het is dan ook een aanrader dat je de boeken in die volgorde leest. De gebeurtenissen zullen dan een duidelijkere betekenis krijgen.
Terug in Arvieux worden de vrienden ondergedompeld in herinneringen aan toen. Hun levens verliepen ver van elkaar en nu – vijf jaar later – denken ze elk voor zich volwassen te zijn. Ook nu weer is Ambre het hoofdpersonage. Het hele verhaal wordt door haar verteld of vanuit haar oogpunt. De geschiedenis is afwisselend droevig en dan weer opbeurend. De jongeren zoeken nog hun weg en dat gebeurt door elkaar terug te vinden en weer te verliezen. Hun onderlinge verhouding bepaalt de sfeer die vaak melancholisch is. Allen zijn ze op een of andere manier nostalgisch op zoek naar oude jeugddromen. Ze ondervinden dat het leven vreemd kan lopen. Toeval bestaat niet volgens hen.
Het verhaal volgt de gebeurtenissen in strikte volgorde. Er wordt niet afgeweken van de tijdlijn. In korte hoofdstukken worden de twee weken van het gezamenlijk verblijf beschreven. Hoewel Da Costa moeite doet om een sfeervol verhaal te brengen, is het langdradig met overtollige passages of weinig zeggende verwijzingen naar het vorige boek.
Door de eenvoudige schrijfstijl is het een eerlijk en puur boek. Een verhaal over loslaten, vergeving, weggaan en de moed vinden om verder te gaan. De emoties van de jongeren zijn pril en wispelturig. Ze gaan alle kanten uit en zijn niet eenduidig te beschrijven. Dat houdt in dat het boek soms anekdotisch overkomt en heel wat situaties zijn voorspelbaar. Zo kan het levensverhaal bondig omschreven worden als ontroerend, maar zijn de karakters met weinig diepgang uitgewerkt.
Wie van emotionele en hoopvolle verhalen houdt, komt hier aan zijn trekken. Een rustig voortkabbelende geschiedenis die niet dadelijk tot diepzinnige overpeinzingen leidt. Het laatste hoofdstuk – de epiloog – speelt zich weer vijf jaar later af. Ook dit stuk is een weinig origineel slot: ze leefden nog lang en gelukkig en kregen vele kinderen. Hoewel de nakende geboorte dan weer kan laten vermoeden dat er een derde boek op komst is!
Ten slotte is de vertaling slordig en draagt niet bij tot enige diepgang.
Paul Van Aelst