Laurens De Vos & Lottie Bakker, red.
Karel Van Dinter
Non-fictie
  • 20 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

23 maart 2026 Waanzin. Een gids door de gekte
Waanzin. Vandaag staat het fenomeen voor zoiets als mentale ontregeling en wordt het vaak gekoppeld aan psychiatrische ziekte en krankzinnigheid. Maar was het niet reeds Plato die, bij monde van Socrates, althans sommige vormen van waanzin (μανία) beschouwde als waardevoller dan rationaliteit omdat ze van de goden komen: “In feite hebben we juist onze hoogste zegeningen te danken aan de waanzin (μανία), die ons waarlijk door een goddelijke gunst wordt verleend.” (Phaedrus 244a Vert. X. De Win). Waarna Socrates fijntjes de lof zwaait over het goede dat de profetes in Delphi en de priesteressen in Dodona brachten wanneer in een waanzinnige toestand, maar weinig of niets wanneer zij bij hun verstand waren. De anekdote zegt veel over de waardering van waanzin t.o.v. rationaliteit. Toen. Maar zit dat anders vandaag?
Ongrijpbaar 
In Waanzin - Een gids door de gekte, een bundel met essays die het fenomeen waanzin breed belichten vanuit medisch, psychologisch, filosofisch, talig en artistiek perspectief, is de kwestie nog steeds aan de orde. Vandaag wordt waanzin vooral als gestoord en verstorend gezien. Niet helemaal ten onrechte natuurlijk, maar toch heeft die eenzijdige voorstelling stevige bijsturing nodig. De auteurs laten zien dat waanzin geen vast of eenduidig begrip is. Zij verkennen de grenzen tussen normaal en abnormaal, stellen taboes ter discussie en kijken telkens vanuit een ander perspectief naar geestelijke gezondheid, littekens, afwijking en anders zijn. 
Door een eerder filosofische benadering wordt waanzin niet zozeer verklaard of opgelost, dan wel onderzocht als een glibberig iets. Elke bijdrage zet aan tot reflectie over de grenzen van menselijk begrijpen en rationaliteit. Kan men wel gewagen van essentiële en pure krankzinnigheid? Gaat het om vormen van bijzondere helderheid en creativiteit? Het levert een breed en gelaagd, maar ook weerbarstig diffuus beeld op van de complexiteit van menselijke waanzin: vaste opvattingen en dogma’s worden ter discussie gesteld. Na lectuur blijft de slotsom: een eenduidige waarheid over waanzin of gek zijn is er niet. En al zeker geen eenduidige medische waarheid. Waanzin blijft een ongrijpbaar fenomeen…
Panopticum 
Waanzin, krankzinnigheid, gek zijn, oele, … Het zijn geen wetenschappelijke categorieën of medische bevindingen, maar labels opgenaaid door een panopticum van (waanzinnige?) regels dat, als je er niet aan voldoet, beschikt over een keurslijf aan maatregelen en sancties om je te fatsoeneren. Dat werd in de hilarische karikatuur van Ken Kesey (One Flew Over the Cuckoo’s Nest 1962) reeds afdoende geparodieerd: “You’re either crazy or you’re sane. If you’re sane, you play by the rules.” Scherp. Bondig. Vol branie. Een terechte en afdoende parodie? Tja. Cynisch? Zeker. Maar volgens sommigen toch niet genoeg. En al zeker voor wie de wereld van psychiatrie, gestichten en sanatoria ooit meemaakte als het purgatorium voor - en ván - een gekmakende wereld. 
Het dwingende adagium daarvan staat echter nog steeds in kritisch contrast met die toch wel opvallend mildere volkswijsheid: “Zot zijn doet geen zeer”. En nog meer zo indien je er nog andere volkswijsheden over waanzin bijhaalt. Zodat je daar en misschien nog elders wel meer lessen kan rapen. Zoals in - ik zeg maar iets - Het Narrenschip van Sebastian Brant. Of in De Lof der Zotheid van Erasmus. Andere tijden. Zeker, maar toen ook al geplaagd door opstoten van collectieve waanzin… 
Calamiteus  
De Lof der Zotheid. Een andere gids door de gekte? Maar misschien ook een prima handleiding voor onze eigenste waanzinnige tijd? Want de wereld staat in brand. En beleven wij dan geen zoveelste waanzinnige tijd? Of neem ik er - bijvoorbeeld - De waanzinnige 14e eeuw (A Distant Mirror: The Calamitous 14th Century) ook maar even bij. Nog steeds een bestseller als het gaat om waanzinnige tijden. Barabara Tuchman beschrijft er een tanende middeleeuwse samenleving die geteisterd wordt door oorlog, pest, religieus fanatisme en sociale ontwrichting. Een tijd waarin mensen allerlei rampen zagen als een goddelijke straf voor zondigheid en geloofsafval. En meenden redding, genade en heil te vinden in geloofsfanatisme, geweld, extreme boetedoening en zelfkastijding. Een tijd waarin uiteenvallend gezag en rottende instellingen faalden om orde te brengen. Met als gevolg een samenleving die moreel en mentaal verder uit balans raakte: “Society was out of joint.” Collectieve waanzin. Herkenbaar? En om met recht ‘waanzinnig’ genoemd te worden… Maar laat dat toevallig vandaag dan ook het geval zijn. Toch? Leven wij vandaag immers niet net zo goed in een ontredderd (‘calamitous’) systeem? Mentaal en moreel op hol geslagen…
Oele 
Ik lees de bundel Waanzin. Een gids door de gekte in volle carnavalstijd. Allicht een ietwat gewaagd moment om dat op een onbevangen manier te kunnen doen. Want carnaval is toch wel dat recurrent gebeuren vol gejoel en losgeslagen feestgewoel. Doelbewust bandeloos volksvermaak en ontladende gekte... Maar vooral: carnaval heeft alles van collectieve waanzin. Voor velen is het een ontladende revolte om zich - althans even - te bevrijden van de dwingende dwangbuis en van een strak regulerend en controlerend systeem. Op zich zélf een gekkenhuis… Carnaval is dan een manier om zich in een roes te louteren van een gekmakende maalstroom van volgzaamheid, braaf zijn, presteren, … Zodat ene Gianni X carnaval mag koesteren als een volksfeest dat “in deze tijd nog zoveel mensen van verschillende leeftijden en sociale klassen kan samenbrengen” en kan waarderen als “het cement van de samenleving”. (VRTnws 13/03/2026)
Cement van de samenleving? Carnaval, waanzinnig en net daarom verbindend? Maar in vele opzichten een louterende ontlading van een systeem dat verder ontaardt richting waanzinnig leiderschap… En was het niet Roger Caillois die met Johan Huizinga stelde dat de samenleving “door een gecontroleerde ontregeling spanningen laat ontsnappen om zo haar evenwicht te herstellen”? Brengen we dan meteen ook maar de repressieve tolerantie van Herbert Marcuse in herinnering?
DSM-5-TR 
In Waanzin. De slang die in haar eigen staart bijt stellen Laurens De Vos (Vlaamse prof theater- en literatuurwetenschap Universiteit Amsterdam) en Lottie Bakker (Nederlandse psychologe én ervaringsdeskundige) waanzin als iets dat nergens op slaat, maar toch vooral “niet meer binnen de redelijkheid, het zinnige valt”. Tot op vandaag kan men nog steeds geen vinger leggen op wat waanzin nu werkelijk is. Meer dan een probleem van diagnose of afbakening, want: “Geen enkele psychiatrische stoornis kan teruggevoerd worden tot een ziekte-entiteit.” (p.18) Waarna De Vos en Bakker het gezag van DSM (voluit: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) het beruchte handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, in vraag stellen. Niet onverwacht, want een heikel punt wanneer het gaat over psychiatrische diagnose en therapie. DSM (DSM-5-TR in de recentste versie) blijft immers de standaardtool voor het stellen van een diagnose, maar is ook het mikpunt voor commentaar en kritiek. Gelukkig ook van voortschrijdend inzicht en bijstelling. Het pijnpunt van de psychiatrie zal in Waanzin meermaals aan bod komen. 
In hun inleiding geven De Vos en Bakker terloops ook een voorzet naar het probleem van de oorzaken, verantwoordelijkheden en toerekeningsvatbaarheid voor waanzinnig gedrag en handelingen. (p.34) Een morele en juridische kwestie die zich situeert op vele beslissingsniveaus: dat van de dader, van de therapeut, de rechter, de media, de samenleving, enz. Jammer echter dat een uitgewerkte ethische en juridische beschouwing daarover ontbreekt in de bundel…
Dopamine 
In Zelfgevoel en psychose leggen Lieuwe de Haan (psychiater) en Joost Haarsma (neuroloog) uit hoe een vanzelfsprekend zelfgevoel tot stand komt en kan verloren gaan. Maar ook wat daar de gevolgen van kunnen zijn en wat eraan gedaan kan worden. Zo is er bij een psychose vaak een gebrek aan een vanzelfsprekend zelfgevoel. De neurotransmitter dopamine speelt hierbij een verstorende rol. Zo lijkt er een verband te zijn tussen de werking van dopamine en ervaringen van onzekerheid. Een verband dat ook kan verklaren “waarom psychosen vaker voorkomen op momenten van grote levensveranderingen, zoals na een ontslag, een overlijden, een wereldreis, of een verliefdheid.” (p.46)
Ook voor psychiater Esther van Fenema (Waanzin, de niet ingeloste voorspelling) speelt dopamine een bepalende rol bij de ontwikkeling van psychosen en een gestoorde realiteitstoetsing. Mensen zijn dan “het normale contact met de werkelijkheid kwijt, waardoor hun perceptie van de realiteit ernstig verstoord raakt”. (p.63) Er kan dan sprake zijn van een gevaar voor henzelf of hun omgeving. Medicatie is volgens Fenema dan aangewezen. Daarin wordt zij niet door iedereen gevolgd. 
Waanzin en filosofie 
Zo beschouwt Wouter Kusters (filosoof) psychosen vooral als “bijzondere ervaringen van wijsheid, mystiek en creativiteit”. (p.65) Een visie die hij uitwerkt in zijn bijdrage Afwijkingen in het duister. Over vleermuizen, vluchtelingen en filosofen. “In een filosofische modus kunnen we perplexiteit en hyperflectie relateren aan de basis van filosofie, namelijk verwondering en reflectie. Waanzin als samenspel van perplexiteit en hyperreflectie kan dan beschouwd worden als ‘protofilosofie’, of misschien wel ‘hyperfilosofie’, voortgedreven door dezelfde – maar intensere – impulsen als gewone filosofie.” (p.115) Uiteindelijk erkent Kusters psychosen toch enigszins als ‘iets ziekelijks’, maar voor hem toch liever geen helende pillen. Die zouden de ‘filosofische kracht’ van psychosen immers kunnen inperken. Een consistent argument tegen het gebruik van pillen? Dat blijft een moeilijke. Zeker wanneer Fenema uit de eigen praktijk nog meegeeft dat kunstenaars met neuroticisme niet enkel sterk gemotiveerd zijn om fouten te voorkomen, gevoelig zijn voor kritiek en afwijzing, maar tevens hoge eisen stellen aan zichzelf. én bovendien goed presteren… (p.69) Wat waanzin?!? Wat pillen? 
Geniaal 
Waanzin en kunst? Dan vlug even doorbladeren naar Dick Swaab (emeritus neurologie en psychiatrie) met een onderhoudende causerie over het verband tussen neuropsychiatrie en kunst. En wat blijkt: hersenziekten kunnen volgens hem een grote invloed hebben op het maken van kunst. (p.82) Dus neemt Swaab ons eerst mee naar vroegere tijden toen patiënten met neuropsychotische stoornissen nog als gevangenen werden opgesloten en onheus behandeld. Maar waarna het gelukkig beter wordt. In zijn gidsbeurt doorheen het kunstzinnige pantheon ontmoeten we enkele (al dan niet) geniale componisten, schilders en wetenschappers met verhalen over ‘geelzucht’ (Vincent Van Gogh), ‘dysmorfopsie’ (Francis Bacon) en ‘paranoïde schizofrenie’ (John Nash). Interessante, maar eerder anekdotische illustraties van “de relatief sterke relatie tussen creativiteit en psychopathologie”. (p.97) Met een knipoog geeft Swaab nog mee “dat patiënten veel vaker om medicatie tegen angst en onrust vroegen wanneer er een schilderij van Vincent Van Gogh of een abstract schilderij van Jackson Pollock aan de muur hing dan bij een foto van een savanne.” Swaab op zijn best.
Echokamers  
Dan maar terug naar Fenema. Want in haar bijdrage heeft zij het ook over het verband tussen waanzin, de echokamers van de sociale media en andere nefaste ontwikkelingen in ons eigenste internettijdperk. Zij overloopt de intussen toch wel bekende oorzaken van de “worsteling met onzekerheid, dreiging en eenzaamheid” en de ervaring bij patiënten van “te weinig grip op hun bestaan”. (p.72) Voor de verklaring van gevoelens van wantrouwen en onmacht stelt ze zoals Dirk De Wachter (Borderline times) een verband vast tussen “een aantal kernsymptomen van de borderlinepersoonlijkheidsstoornis en de algemeen dreigende verbrokkeling, impulsiviteit en zinloosheid waar we aan lijden en waardoor we steeds meer vervreemden van ons mens-zijn”. (p.72) Redenen voor ongerustheid? Toch wel, want: “Je zou kunnen stellen dat de samenleving steeds waanzinniger is geworden.” (p.74)
Anti-Oedipus 
Wouter Kusters pleit in zijn bijdrage voor meer filosofische verheldering bij het denken over waanzin. Daarbij wijst hij op het beperkende discours van de psychiatrie en van “een filosofisch angehauchte psychiatrie, waarin filosofie enkel instrumenteel wordt gebruikt”. (p. 119) In zijn kritische zoektocht loopt hij ook even langs bij Karl Jaspers (psychiater én existentiedenker). Een goed idee! Daar viel hem allicht niet enkel het verband tussen existentiefilosofie en psychiatrie op, maar ook het heldere taalgebruik van Karl Jaspers. Helderheid die vooral sinds de psychoanalytische benadering verwaterde tot toenemende esoterie, verbalisme en een persoonlijk jargon. 
Dat blijkt ook uit de bespreking van Anti-Oedipus van Gilles Deleuze en Felix Guattari door Paul Moeyaert. Anti-Oedipus is een werk uit de nadagen van Mei ’68 en trachtte marxisme en psychoanalyse te verbinden. Menselijke verlangens werden dan gesteld als creatieve vermogens die onder invloed van economische en sociale krachten de werkelijkheid voortbrengen. Moeyaert geeft in De therapeutische relevantie van Anti-Oedipus. Een krankzinnige ode aan het leven? een kritische commentaar op het verband tussen schizofrenie en kapitalisme zoals Deleuze en Guattari dat leggen. Hij wil zich daarbij beperken tot de klinische relevantie ervan. 
Gilles Deleuze en Felix Guattari beschouwen schizofrenie als een archetype van radicale vrijheid, genialiteit, visie en creativiteit. Een dynamisch geheel van potenties en mogelijkheden… Wat men stelt als de ‘normale’ persoon is echter het resultaat van bedwingende maatschappelijke en economische krachten. Eenvoudig gezegd: het kapitalistische systeem met zijn consumentisme, warenfetisjisme, groei- en winstprincipes, vervreemding, ratrace, geestdodende arbeid, enz. zorgt voor een gesublimeerde, maar dociele waanzin. Volgens Moyaert kan de metafysica van Anti-Oedipus dan ook begrepen worden als “een ethiek, in de zin van een leer over de verbetering van het leven, in dit geval het leven in en met waanzin”. (p.124) Mooi, maar hoe vertaal je dat naar de therapeutische praktijk? De psychoanalyse kreeg immers wel vaker aantijgingen van esoterisch geneuzel en warrigheid te horen. Ook en vooral wat haar klinische relevantie en therapeutische aanpak betreft. Want toch meer een filosofie dan een bruikbare therapie… Wordt vervolgd?  
Verzet 
De bijdrage van Gemma Blok beschrijft de verschillende fasen in de humanisering van de psychiatrische hulpverlening. Patiënten in verzet. Activisme rond de psychiatrie sinds de negentiende eeuw is een Nederlands activistisch verhaal in een internationale context met strijdthema’s zoals stigmatisering, machtsmisbruik, inspraak, het gebruik van medicatie, revalidatie, verslaving en ontwenning, antipsychiatrie, enz. Ervaringskennis kreeg daarbij vooral de afgelopen decennia meer gehoor: “Het strijdlustig beginsel van veel activisme, ‘Niet over ons, zonder ons’, kreeg concrete vertaling in het principe van samen beslissen ofwel shared decision making, dat - althans formeel - een belangrijk streven is geworden binnen ggz-standaarden.” (p.166) Desondanks is er volgens Blok nog altijd veel kritiek en verweer vanuit patiënten. Dat is ongetwijfeld niet enkel het geval in Nederland, maar ook elders. Zodat Blok fijntjes kan besluiten met de kritiek van een Vlaamse activiste (Brenda Froyen): “Kritiek van patiënten wuift men weg als onderdeel van hun aandoening.” (p.167) In Nederland zoals in België, dus… 
Camille & Vincent  
De psychosen die Sven Unik-ID doormaakte zijn voor hem een bron van inzicht in psychische kwetsbaarheid. Tijd voor een stand van zaken, want van een psychisch kwetsbaar persoon wordt nog te veel verwacht dat die zich aanpast. Ondanks de positieve ontwikkelingen in de psychiatrie blijft de behoefte aan verzet op dat vlak dus nodig. Niet toevallig hebben kunstenaars en vrouwen een vooraanstaande rol gespeeld in dat verzet. (p.172) Er vallen ongetwijfeld nog lessen te trekken uit de geschiedenis van kunstenaars zoals Vincent van Gogh en Camille Claudel. 
Voor Laurens De Vos en Lottie Bakker is het echter niet enkel zaak om in het werk van een kunstenaar een psychiatrische diagnostiek te vinden, maar ook om te achterhalen hoe de psychische processen achter een bepaalde beeldtaal een esthetica vormen die elke toeschouwer of lezer kan beroeren. Het is meteen een extra toegang tot het werk van de kunstenaar. 
In witte inkt 
Waanzin werd doorheen de geschiedenis vaak als een vrouwenziekte gezien. Niet omdat vrouwen gekker waren, maar omdat mannen bepaalden hoe vrouwelijke waanzin diende te worden beschreven en behandeld. Afhankelijk van de tijdsgeest werden vrouwen in verschillende ziektebeelden geduwd, terwijl de aanpak steeds hetzelfde beoogde: kalmeren, controleren en conformeren aan de heersende normen. Sofie Vandamme: “Afhankelijk van de tijdsgeest dwingt het strakke korset van het patriarchaat vrouwen in een bepaald ziektebeeld, gaande van victoriaanse verveling tot de hedendaagse ratrace.” (p. 212) Geïnspireerd door Michel Foucault pleit ze voor de beschrijving van “waanzin in een vrouwelijke taal als een alternatief voor het nog steeds gangbare kwetsbaarheidsdiscours”. Aandacht dus voor de eigenheid en kracht van het vrouwelijke spreken en schrijven… Een schrijven dat Hélène Cixous (De lach van Medusa) een stormachtig schrijven noemt: “vrij als de zee, golvend, niet langer ingedamd, zoals een orgasme.” (p.227 - 228) Meteen een oproep voor een terugkeer naar de dieptes van het vrouw-zijn, onbeschaamd en luidruchtig. Het is de ontketening van een oerkracht. Het is wat ze noemt “schrijven met moedermelk, in witte inkt”.  Heerlijke taal! En meteen extra strijdpunten voor het feminisme… 
Vrouwelijke ziekte 
Enter Ophelia. ‘De vrouwelijke ziekte’ in het Hollywood van de jaren veertig van Anke Brouwers beschrijft de invloed van de performances met hysterische patiënten in de praktijk (Salpêtrière) van Jean-Martin Charcot. Eerst in de theaterwereld, maar daarna gebruikte de filmproductie in haar vrouwelijke beeldvorming opvallend vaak personages met psychologische problemen zoals trauma, onderdrukte verlangens en mentale instabiliteit. Hoewel ook mannen als getroebleerd werden opgevoerd, kregen vooral vrouwelijke personages in Hollywoodproducties een verstoord zelfbeeld of mentale aandoeningen mee. Waanzin werd daarbij niet enkel geacteerd, maar ook gebruikt als narratief middel voor het verhaal en de personageontwikkeling. Anderzijds gebruikten al dan niet feministische filmmakers het thema om dominante patriarchale en koloniale normen te bekritiseren: “Als waanzin het ziektebeeld was dat alle excessen (zoals zelfexpressie, politieke ambitie, niet-normatieve seksuele verlangens, artistieke ambitie) omvatte, dan kunnen we het ook als een teken van revolte, als de veruiterlijking van een alternatieve wereldvisie beschouwen. De vrouwelijke ziekte is in de loop van de filmgeschiedenis op deze manier zowel een symbool van maatschappelijke onderdrukking als van maatschappelijke ontvoogding geworden.” (p.248-249) 
Onderdrukking. Revolte. Ontvoogding. Trefwoorden bij de semantische analyse van filmcontent… Of hoe filmmakers aan de haal gingen met extreme vertekeningen en memes van waanzinnigheid. Bij uitbreiding ook van toepassing op het fabuleergedrag van de sociale media en sinds kort de hallucinaties van AI. Wie waagt het nog te spreken over waarheid? Of over de nood aan kritische mediaopvoeding? 
μανία 
Waanzin. Het blijft iets glibberig. Terug naar Plato dan maar? In haar commentaar op Phaedrus treedt Martha Nussbaum hem zondermeer bij: irrationaliteit staat niet altijd tegenover rede. Bepaalde passies - emotie, hartstocht, (filosofische) bezieling - zijn juist een krachtige bron voor inzicht en wijsheid. Rationaliteit zonder hartstocht volstaat niet om tot het hoogste te komen: “Sommige vormen van waanzin zijn niet alleen niet onverenigbaar met inzicht en stabiliteit, maar zelfs noodzakelijk om de hoogste vorm van inzicht en de grootste stabiliteit te kunnen bereiken.” (De breekbaarheid van het goede 2012 Ambo p.295) 
Ruimte voor waanzin? Meer dan een pijnpunt in tijden van onzinnige wanen…

Karel Van Dinter
Laurens De Vos & Lottie Bakker, red.
Karel Van Dinter
Non-fictie
Moraalfilosoof
_Karel Van Dinter Moraalfilosoof
Meer van Karel Van Dinter

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies