Michel Krielaars
Benny Madalijns
Non-fictie
  • 13 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

23 maart 2026 Rivier van bloed. Een cultuurgeschiedenis van de Wolga
Hoe begin je überhaupt aan een verhaal over een rivier die door heel Rusland trekt? Die zomaar eventjes 3.530 kilometer lang is, door tientallen steden loopt, door Russen bezongen en gekoesterd wordt, maar ook het 'allesverslindende wezen' kan zijn, die voor velen de grootsheid van Rusland verbeeldt en betoverend mooi kan zijn, maar die een wrede geschiedenis met zich meetorst? Wel, Michel Krielaars heeft naar mijn aanvoelen een uitstekende invalshoek gevonden.
Gewapend met een Baedeker-reisgids uit 1892 begeeft hij zich op weg, op zoek naar wat er van het negentiende-eeuwse Rusland nog overgebleven is. Krielaars is journalist, schrijver en historicus, voormalig Ruslandcorrespondent voor NRC Handelsblad, en auteur van eerder De klank van de heilstaat en Het brilletje van Tsjechov, waarmee hij in 2015 de Bob den Uylprijs won. 
In Rivier van bloed volgt hij de Wolga van haar bescheiden bron in de Valdajmoerassen tot haar uitmonding in de Kaspische Zee: 3.530 kilometer, dertig hoofdstukken, eeuwen geschiedenis.
De structuur van het boek volgt de rivier stroomafwaarts. Van het kleine kapelletje bij Volgoverchovje waar het water opborrelt en het voor even lijkt alsof je in de Efteling bent beland, maar dan al snel niet meer, via Tver, Jaroslavl met zijn bomvolle weekdagcafés, het idyllische Pljos, het kosmopolitische Nizjni Novgorod, het Tataarse Kazan, Samara, Saratov met zijn tragische Wolga-Duitsers, Wolgograd het door Stalin omgedoopte Stalingrad, en ten slotte het multi-etnische Astrachan aan de Kaspische Zee. 
Elk hoofdstuk is een stad, en elke stad is een laag in de geologie van het Russische geweld.

Onderweg rijgt Krielaars een indrukwekkende hoeveelheid schrijvers, schilders, revolutionairen en gewone mensen aaneen zonder dat het mijns inziens een brij of opsomming wordt. 
We ontmoeten de landschapsschilder Levitan, de satiricus Saltykov-Sjtsjedrin, de fabelschrijver Krylov, de anarchist Bakoenin, de proletarische Gorki, de utopist Tsjernysjevski, de luie en onsterfelijke Oblomov van Gontsjarov, de oorlogsschrijver Grossman. Bij Repin en zijn beroemde schilderij De bootslepers van de Wolga stopt Krielaars langer, en terecht. Ter hoogte van Jaroslavl wijdt hij een van de sterkste passages in het boek aan de Wolgaslepers, de mannen die in de negentiende eeuw de boten stroomopwaarts trokken. Ten tijde van Repins bezoek in 1873 waren er 600.000 van hen.
“Het bestaan van de Wolgaslepers was primitief en troosteloos dierlijk, zoals blijkt uit het gedicht ‘Over de Wolga’ (1860) van Nikolaj Nekrasov, de belangrijkste schrijver van zijn tijd.” 

“Nekrasov beschrijft de Wolga als een rivier van slavernij, een metafoor voor de slechte sociale omstandigheden in zijn land. Een rivier van verdriet en een rivier van glorie, dat is de Wolga hier. En zo wordt die een symbool voor alles wat Rusland is.” 

“In de decennia voordat Nekrasov ‘Over de Wolga’ schreef, kwam in Europa de Romantiek op. Emoties namen de plaats in van de kille, rationele opvattingen van de Verlichting. Ook in Rusland begonnen schrijvers en dichters de schoonheid van de natuur te bejubelen, met de ongetemde wildernis en woeste rivieren als middelpunt. Zij hadden het moeilijker dan hun Europese vakbroeders, die over gevarieerder landschapsschoon beschikten. De monotonie van het Russische platteland met zijn eindeloze bossen en steppen kent in Europa zijn gelijke niet. Om nog maar te zwijgen van het klimaat, de strenge winters en droge zomers.” (pp. 108-109)
Die beelden van uitputtend lijfwerk contrasteren schrijnend met de passage die later in het boek volgt, als Krielaars de sporen van Marx en Engels langs de Wolga onderzoekt. De revolutionaire belofte en de bittere werkelijkheid die erop volgde, worden hier naar mijn gevoel met droge precisie naast elkaar gezet.
'Het ondergrondse Moskou' leest als een schelmenroman in de trant van 'De twaalf stoelen' van het schrijversduo Ilf en Petrov. Het verhaal is simpel. Twee elkaar beconcurrerende expedities dalen af in de catacomben van het Kremlin. Een van de expedities wordt gefinancierd door de Kroatische miljardair Glavic, die een concessie binnensleept om met Duitse ingenieurs de Moskouse metro te mogen aanleggen. De andere partij bestaat uit een stelletje Moskouse sukkels van het type Laurel en Hardy, die met touwladders en kaarsen op pad gaan. Ondergronds bereikt ieders hebzucht een vermakelijk hoogtepunt. Een stok waarmee je iedereen kunt verdoven speelt een grote rol.” 

“Aleksejevs verhaal dateert uit 1924, en het zou nog vier jaar op zich laten wachten voordat Stalin oppermachtig werd. Maar het boek bevatte alvast alles waarvoor je een Sovjetschrijver kon arresteren en ter dood veroordelen.” (p. 258)
De titel Rivier van bloed is geen overdreven marketingterm. Krielaars legt haarscherp de verbinding tussen verleden en heden. Hij trekt parallellen tussen de Opritsjnina, de bloedige geheime politie van Ivan de Verschrikkelijke, en het huidige bewind van Poetin. Gehuld in zwarte pijen met hondenkoppen aan hun zadels trok Ivans politieke politie te paard door het land. 
Het is naar mijn overtuiging geen toeval dat Krielaars die beelden oproept in een boek dat in 2026 verschijnt. In het verplichte geschiedenisboek van 2013 wordt Stalin een efficiënte manager genoemd die hoogstens wat onbeduidende fouten maakte. De inval in Praag in 1968 wordt toegeschreven aan de NAVO en fascisten, een redenering die woord voor woord herhaald wordt voor Oekraïne. De Russisch-orthodoxe kerk zegent de tanks en de soldaten. Ze geeft een Stalinkalender uit, voor de man die duizenden priesters liet vermoorden. 
Kunnen we ons voorstellen dat in Duitsland een Hitlerscheurkalender verschijnt? Voor een vrijzinnig humanist is dat geen retorische vraag. 
Ik geloof niet in heilige rivieren of uitverkoren naties. Ik geloof niet dat een volk een bijzondere missie heeft die het recht geeft andere volken te onderwerpen. Maar ik geloof wel in het belang van geheugen, van eerlijk kijken naar het verleden, van het weigeren van mythes die comfort bieden ten koste van de waarheid. Dat is precies waarom dit boek mij zo nauw aan het hart ligt, en waarom ik het elke vrijdenker vandaag zou aanraden.
Wie Rivier van bloed leest, kan mijns inziens niet anders dan denken aan Frank Westermans Ingenieurs van de ziel uit 2002. Westerman onderzocht hoe schrijvers functioneerden binnen het totalitaire experiment van de Sovjet-Unie, hoe hun opgewektheid, eerst nog spontaan en idealistisch, omsloeg in een verplichte lofzang. De titel verwijst naar een uitspraak van Stalin, die schrijvers beschouwde als de ingenieurs van de ziel, mensen die in dienst van de volksdictatuur de ziel van de nieuwe natie mee vorm moesten geven. 
Krielaars werkt vanuit een andere invalshoek, de rivier als leidraad eerder dan de literatuur, maar hij raakt naar mijn gevoel dezelfde wonde. Het Rusland dat beide boeken tekenen is een land dat zijn eigen burgers generatie na generatie heeft verschalkt, dat misdaden verzwijgt en mythes bouwt op bloed.
Die mythes zijn vandaag springlevend, en dat maakt dit boek urgent. Krielaars ontmoet ook mensen zoals Sasja: aardige, openhartige overlevers die alles uit hun bestaan proberen te halen ondanks de vele tegenslagen. Veel oudere Russen hebben zo veel meegemaakt en ontlenen toch nog plezier aan het leven. Dat menselijke aspect redt het boek naar mijn aanvoelen van een louter sombere aanklacht. 
Krielaars schrijft met de autoriteit van een wetenschapper en de pen van een verhalenverteller, met empathie voor de gewone Rus die kiest voor de stabiliteit van het nu boven de chaos van de jaren negentig, zelfs als dat betekent dat hij zijn ogen sluit voor de herhaling van de geschiedenis.
In zijn slotwoord bedankt Krielaars zijn vrouw die hem voor een al te gewelddadig geschiedverhaal heeft behoed, en zijn uitgever die zijn enthousiasme om steeds dieper in dat gewelddadige verleden te duiken wist te beteugelen. Voor mijn part hadden ze wat minder mogen beteugelen. Het verhaal van Krielaars is nooit op sensatie belust en had hier en daar gerust nog wat uitgediept mogen worden. Een goed verhaal mag vele bladzijden tellen.
Neen, Rivier van bloed is geen vrolijk reisverhaal. Maar ja, dat is Rusland. Voor wie iets wil begrijpen van het land dat vandaag Oekraïne bombardeert, dat Memorial verbiedt, het onderzoeksinstituut dat decennialang de misdaden van het Sovjetregime documenteerde en in 2021 door de Russische justitie werd ontbonden, en dat zijn eigen misdaden wegschrijft uit de geschiedenisboeken, is dit boek onmisbaar. Wie het gelezen heeft, kijkt meer dan waarschijnlijk veel kritischer naar het journaal. 
 
En dat is precies de bedoeling, toch.
 
Benny Madalijns
Michel Krielaars
Benny Madalijns
Non-fictie
Benny Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte (PhD, VUB). Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen en schilder-collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies