Alana S. Portero
Michel Ackaert
fictie
  • 10 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

26 maart 2026 Slechte gewoontes
In de onderbuik van Madrid, de arbeiderswijken San Blas, Chueca, Villaverde, Carabanchel, Aluche, de Calle Amposta en de veldjes van het Paraíso-park, speelt ‘Slechte gewoontes’ zich hoofdzakelijk af. Transvrouw Alana S. Portero beschrijft wellicht autobiografisch haar coming-of-age met op de achtergrond de losgeslagen hoofdstad van Spanje tijdens de post Franco periode. Spanje na 1975, Pedro Almodóvar, La Movida Madrileña en eindelijk los van de langste dictatuur in Europa; ik ben meteen geboeid en schenk me nog een glas troebele Manzanilla sherry in. “Ay Carmela!”
Het verhaal begint als Alana op zesjarige leeftijd buurjongen en junkie Efrén met de naald nog in zijn voet dood terugvindt op de stoep. De arbeiderswijk El Gran San Blas was een bouwproject van Franco uit de jaren vijftig. Geen toeval dat er weinig of geen voorzieningen waren voor deftige scholen en gezellige buurtwinkels. “Arbeiders werden door de franquisten nooit anders gezien dan als lastdieren die je gemakkelijk in de periferie kon stallen. De regering van de Transitie naar de democratie in de jaren zeventig en tachtig verstrekte er bijna gratis heroïne om linkse dissidenten middels een soort standrechtelijke executie uit de weg te ruimen voor een regime dat zo een manier had gevonden om zichzelf in stand te houden.” (blz. 14) Het is in deze dystopische troosteloze omgeving dat de hoofdrolspeler met veel moeite haar weg en ware identiteit zoekt.
In november 2023 recenseerde ik Valse krengen (Las Malas) van schijfster, actrice, zangeres en voorheen sekswerker Camila Sosa Villado. “Córdoba, Argentinië, de jaren negentig. Elke nacht komen in het duister park Sarmiento transvrouwen samen. Ze prostitueren er zich, dealen drugs, voeren een kat en muis spelletje met de corrupte politie en proberen er ondanks alle ellende een band met elkaar te smeden…” 
Net zoals in Valse krengen begeeft de piepjonge Alana zich schoorvoetend en voorzichtig tussen de verschoppelingen, de nachtraven, de travestieten en de meer ervaren sekswerkers. Daar is Maria, bijgenaamd ‘de Pruik’, die helemaal niet de heks is die iedereen van haar maakt. Gemita, de zwakzinnige dochter van bovenbuur Aurelio, wordt door haar vader dagelijks uitgescholden en misbruikt. Haar broer Saul is bloedmooi, beweegt zich gracieus door de wijk en wordt regelmatig uitgescholden voor vuile flikker. Een blinde lotenverkoper en Franco aanhanger heft steevast na een fles goedkope wijn het falangistenlied ‘Cara al sol’ aan maar raakt na de vuisten van een geïrriteerde toehoorder nooit verder dan ergens na het eerste couplet ‘rojo ayer’. Daar is ook Margarita, een lieve transvrouw, die voor Alana haar eerste confrontatie is met haar onzekere en verwarde toekomst die ze eigenlijk haat en vreest.
“Uit zijn schorre stem en zijn gebaren spraken gastvrijheid, zachtheid en vrouwelijkheid en toen ik naar hem keek wist ik dat ik levenslang vertrouwen zou hebben in gays, en er in de toekomst ook een paar zou beminnen.” (over Antonio, de ober, blz. 100)    
En dan is daar plots de zoon van een Amerikaanse militair. Jay is een stuk ouder dan Alana, ervaren in de mannenliefde en heel direct. Hij leert haar de wijk Chueca kennen, een wijk die voor hen min of meer veilig is. Ze voelen zich thuis in El Figueroa, een café op de hoek van de Calle Augusto Figueroa en Hortaleza. Daar zitten mannen als koppeltjes naast elkaar, bediend door Antonio de flamboyante ober die de twee jongelingen met liefdevolle raad, condooms en… zijn huissleutels bijstaat. Alana schrijft even liefdevol over haar ouders en haar oudere broer, die haar meeneemt in het bruisende nachtleven van Madrid. Wat fout moet lopen loopt fout en in een hippe danstent in de Calle Valverde gaat Alana mee met de bloedmooie meid Estrella. De schrijfster beschrijft dit moeilijk moment heel prozaïsch alsof ze er zelf bij was. Was ze wellicht ook! “Toen ik haar voorzichtig van me af duwde en opbiechtte dat ik niet verder kon, omhelsde ze me met de zachtheid die ik van vrouwen gewend was en zei me dat het oké was.” (blz. 160) 
“Toen ze besefte dat Paula al in de travestietenhemel was, de enige plek waarnaar de ziel van zo’n heilige als zij kon gaan, bleef ze haar bij de naam noemen. Ze belde een ambulance en ging naast haar zitten.” (blz. 186)
De volgende in de rij van medereizigers op deze fascinerende weg naar de seksuele volwassenheid is Eugenia, de Moorse. Ze is reeds op gevorderde leeftijd maar met een teint die doet denken aan exotische oorden, kniehoge zwarte versleten latex laarzen en een gitzwarte paardenstaart tot op haar bijgewerkte kont scharrelt ze haar kostje bijeen rond de Cines Luna. Samen met Raquel, ofwel Cartier en Paula, ofwel Chinchilla vormen ze een trio waarvan je niet meteen weet wie gay, travestie en wie transvrouw is. Als Paula eenzaam sterft in een portaal van de Corredera Baja ontfermt Eugenia zich over haar lichaam en ziel. Niemand weet hoe diep de liefde van een travestietenfamilie kan gaan.
Lees ‘Slechte gewoontes’ om een idee te krijgen van hoeveel lijden, pijn en risico’s het met zich meebrengt om in het verkeerde lichaam geboren te worden. Pedro Almodóvar
En dan gaat het zwaar fout. Alana wandelt op een winterse dag door het centrum van Madrid. Het is bijna Kerstmis en ze is als vrouw gekleed. Ze draagt laarzen met een brede hak, een strakke zwarte jurk in zeemeerminmodel met daarover een zwarte driekwartjas. Ze kocht voor Eugenia een paar nieuwe laarzen. “Die avond zat ik lekker in mijn vel! Ik vond mezelf prachtig en had het perfect cadeau gevonden voor iemand die ik adoreerde.” (blz. 201) Ze wordt plots vakkundig in elkaar geslagen en voor dood achtergelaten. Tussen de slagen en stampen herkent ze de stem van Vark, de hooligan: “Sieg Heil, hoer!” Dit is een keerpunt in haar leven en op 2 februari van het jaar 2000 gooit ze al haar vrouwenkleren weg. Ze trekt terug in bij haar ouders. Margarita, de transvrouw uit haar jeugd die haar toen een spiegelbeeld voorhield is nu een zwaar zieke oude dame. Alana staat haar met veel liefde bij tijdens haar laatste dagen. 
“Ik trok een roodbruine strapless jurk aan die me als gegoten zat, ik maakte me op met dezelfde make-up die ik had gebruikt om afscheid te nemen van Margarita. Ik trok een paar hakken aan in het felste rood dat er bestond en ik liep de straat op waar ik was opgegroeid met opgeheven hoofd, dansend bijna.” (blz. 246)
Neen, wat haar liefhebbende en bezorgde ouders hadden gehoopt en verwacht dat hun zoon een El Cordobés (zie de kaft!) zou zijn, een dappere kerel, een sympathieke don Juan, op-en-top man die zijn ouders een huis cadeau geeft, zou nooit gebeuren.
Van dit boek werd ik koud en warm tegelijk. Je gaat heel diep in de wereld van een aantal mensen die het heel moeilijk hebben met hun geaardheid en er alles aan doen om toch te overleven in een soms vijandige wereld. Het is ook het verhaal van enkele wijken in het Madrid na Franco en de groeipijnen van een nieuwe maar nog niet meteen tolerante democratie. Alana S. Portero (1978) schrijfster, toneelschrijfster, regisseuse en medeoprichtster van het theatergezelschap Striga zet in Slechte gewoontes een uniek werk neer, een spiegel voor Spanje.

Michel Ackaert 

Vertalers: Annet van der Heijden en Alyssia Sebes
Alana S. Portero
Michel Ackaert
fictie
Michel Ackaert (1957) was cipier in de gevangenis van Brugge. Publiceerde reisverslagen, opiniestukken, recensies en een boek over menswaardige detentie ‘Seks in de gevangenis’.
_Michel Ackaert Recensent, reiziger, vrijwilliger en cultuurfanaat
Meer van Michel Ackaert

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies