30 maart 2026
Godfried Bomans, zijn werk
Als u enig gevoel voor humor hebt, moet ik u aanraden het werk van Godfried Bomans te lezen, ervan te genieten en deze afbraakliteratuur te laten liggen. Hans van Stralen mist namelijk elk gevoel voor humor. Hij citeert stukken tekst van deze bekende Nederlander, geeft er kritiek op en schijnt niet altijd begrepen te hebben dat er ironie in het spel was.
In zijn boek refereert Van Stralen met cijfers tussen haakjes aan een uitgave van het verzameld werk van Bomans dat zesduizend bladzijden omvat. Ik heb meer dan dertig boeken van Bomans, maar deze niet, waardoor het moeilijk is de context op te zoeken.
Van Stralen verwoordt in zijn inleiding dat hij zich niet gaat bezighouden met “vragen over de persoon achter het werk. De discipline van waaruit ik te werk ga is de literatuurwetenschap.” Maar op pagina 12 lezen we al in een voetnota: “Broshuis maakt melding van acht buitenechtelijke relaties van Bomans met vrouwen”. Toch herhaalt hij een paar keer in het boek dat hij zich niet bezighoudt met de persoon achter het werk...
De voetnota’s lijken trouwens dikwijls een voorwendsel te zijn om nog wat meer kritiek te uiten. En zie op p. 8 in Een woord vooraf: “Ik beschouw zijn oeuvre als het product van een zelfgenoegzame, wereldvreemde man, flauwe en eindeloos zichzelf herhalende en zichzelf tegensprekende schrijver”. In dit Een woord vooraf portretteert de gul lachende wetenschapper (zie de foto op de kaft) zich als iemand die “doorwrochte studies” over “belangwekkende” literatuur maakte en dat gaat over Sartre, Dostojewski of Joyce, maar zeker niet over “een oubollige auteur als Bomans… hopeloos gedateerd...”
Van Stralen houdt niet van het verouderde taalgebruik van Bomans, maar hijzelf schrijft bijvoorbeeld: “men denke aan”. Dat Bomans niet meetelde in de serieuze literatuurgeschiedenis en geen enkele voorname prijs in de wacht sleepte, vindt de auteur normaal en wat meer is, hij meent met dit boek bewezen te hebben dat Godfried geen enkele prijs verdiende.
Hans van Stralen is behalve literatuurwetenschapper ook theoloog. Hij kan niet lachen met de vele verhalen van Bomans over Sinterklaas, waarin de “oubollige” auteur zich speels, in een puntige stijl op ironisch-sceptische wijze uitlaat over de heilige man.
Iemand voor wie van Stralen veel bewondering heeft, is Sartre. Hij wordt 7 keer vernoemd. Bovendien gebruikt hij 6 bladzijden lang de “choix originel” van J.P. Sartre om de levenshouding van Bomans te onderzoeken, onder de veelzeggende titel “Dwaas” (hoofdstuk 7). “Van centraal belang is dat vader Bomans zijn zoon altijd weer als een “imbeciel” beschouwde.”
Franse uitdrukkingen worden niet vertaald en dat in Nederland waar weinig mensen Frans verstaan! Dat Bomans een parodie schrijft op de psychoanalyse van Freud, wordt door de theoloog/literatuurwetenschapper ook niet gewaardeerd.
Ik noteerde verschillende zet- of spelfouten.
Afsluitend is er een kort overzicht van geraadpleegde literatuur en een personenregister
Gerda Sterk
Hans van Stralen was als literatuurwetenschapper en theoloog van 1985-2022 verbonden aan verschillende universiteiten in Nederland. Momenteel is hij gids van Nationaal Monument Kamp Amersfoort en helpt hij migranten met Nederlands taalonderwijs bij hun inburgering.