13 april 2026
De Unie die nooit was - Waarom Europa stilstaat terwijl de wereld voorbijraast
Rolf Falter is historicus, auteur, journalist en communicatiespecialist. Hij schreef acht boeken over de Belgische en Europese actualiteit en geschiedenis, waaronder ‘België, een geschiedenis zonder land’ (2012), ‘De geboorte van Europa. Een geschiedenis zonder einde’ (2017) en ‘Het verdeelde land’ (2025). In zijn jongste publicatie onderzoekt hij waarom de Europese Unie (EU) nooit echt een “Unie” is geworden en waarom Europa soms moeilijk mee kan met het tempo van de wereld.
Om een antwoord op die vragen te vinden, neemt de auteur de lezer mee naar het naoorlogse Europa, de periode van 1945 tot 2025. In vijf delen fileert hij het ontstaan, de fundamenten, de doorbraak maar ook de stagnatie van de Europese samenwerking. Met een diepgaande analyse van wat er vandaag goed of fout is aan de Europese Unie en niet zonder zich te wagen aan een bescheiden perspectief om uit de impasse te raken. Want van een echt verenigd Europa staan we nog altijd heel veraf.
Het gaf aanleiding tot de notie van een "geopolitieke stilstand" in Europa in de context van een razendsnel veranderende wereldorde, waarbij deze regio moeite heeft om als een verenigde, krachtige speler op te treden. Een brandend actueel voorbeeld daarvan is onze falende Europese defensie, nog steeds in de hand gewerkt door een historisch onderling wantrouwen, vooral tussen Frankrijk en Duitsland.
En een gezamenlijk buitenlands beleid is in Europa al evenmin ooit gelukt. Er is ook nog altijd geen Europese kapitaalmarkt, laat staan één Europese beurs. De Europese samenwerking inzake het migratiebeleid is zwak - een probleem dat nochtans heel fel de euro-kritische partijen voedt - terwijl de samenwerking inzake justitie en politie maar heel langzaam vooruitgaat, het sociaal beleid absoluut minimaal en het energiebeleid zo goed als onbestaande blijft.
Falter vermeldt nog meer voorbeelden alvorens te besluiten dat de Europese Unie nog enkel kan beschouwd worden als een conglomeraat van lidstaten die aan hun eigen koorden willen blijven trekken. “Europese samenwerking blijft zodoende een onafgewerkte bouwplaats, waarin elke lidstaat maar beperkte soevereiniteit afstaat. De toren van Babel dus”, lezen we op pagina 314.
Een afzonderlijk hoofdstuk besteedt de auteur aan het meest scherpe verwijt dat hij de Europese Unie aanwrijft: het feit dat ze na driekwart eeuw nog altijd een onvoltooide democratie vormt. Een “schimdemocratie” of het vaker gebruikte “democratisch tekort”. Het verwijst naar de perceptie dat de Europese Unie een gebrek aan democratische legitimiteit heeft, vergeleken met nationale regeringen. Hoewel de EU formeel gebaseerd is op representatieve democratie, voelen veel burgers zich niet vertegenwoordigd door de instellingen in Brussel.
Falter verklaart de belangrijkste redenen voor deze kritiek: de Europese Commissie, die wetgeving voorstelt en uitvoert, wordt niet rechtstreeks door de burgers verkozen; hoewel het Europese Parlement direct wordt gekozen, heeft het geen formeel recht op wetgevend initiatief; ondoorzichtige besluitvorming die vaak als elitair en weinig transparant wordt ervaren; technocraten en niet-verkozen ambtenaren hebben te veel invloed op het beleid dat diep ingrijpt in het dagelijks leven van burgers en de nationale soevereiniteit; de complexiteit van de Europese structuren maakt het voor burgers moeilijk om te begrijpen wie waarvoor verantwoordelijk is, wat leidt tot onverschilligheid of wantrouwen. Toch is hij niet te beroerd om erop te attenderen dat de Europese samenwerking sinds de Tweede Wereldoorlog ook is uitgemond in een aantal fundamentele resultaten die het dagelijks leven op het continent indringend hebben veranderd.
Als voornaamste succes noemt hij het waarborgen van vrede tussen de lidstaten: wat begon als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) maakte oorlog tussen aartsvijanden zoals Frankrijk en Duitsland "niet alleen ondenkbaar, maar materieel onmogelijk". Voorts noemt hij onder meer de creatie van een vrije markt die heeft geleid tot economische groei, meer keuze voor consumenten en de afschaffing van handelsbarrières tussen 27 landen; het Schengenakkoord dat burgers toelaat de binnengrenzen te passeren zonder paspoortcontrole waardoor zowel het toerisme als het wonen en werken in andere lidstaten wordt vergemakkelijkt; de invoering van de euro (een gemeenschappelijke munt in 20 landen) die wisselkoersschommelingen heeft geëlimineerd en de handel binnen Europa goedkoper en transparanter gemaakt; Erasmus+, het bekende subsidieprogramma van de EU dat studenten, docenten en jongeren de kans biedt om ervaring op te doen in het buitenland via studie, stage of uitwisselingen, met als doel persoonlijke en professionele ontwikkeling.
In zijn slotalinea’s biedt Falter geen pasklare oplossingen in de moeilijke zoektocht om het proces van samenwerking binnen Europa na twintig jaar stagnatie weer op gang te brengen en het te zuiveren van al de institutionele ballast en dito misstanden die de ontwikkelingen in de loop der decennia hebben verzwaard. Hij houdt het bij een aantal (nogal utopische) aanbevelingen.
De Unie die nooit was is zeker geen droog en saai geschiedenisboek. Wel integendeel, Falter hanteert een vlotte schrijfstijl, soms licht ironisch en boordevol details. In plaats van louter feiten op te sommen, reconstrueert hij zijn verhalen rond personen, spanningen en concrete situaties, waardoor de lezer als het ware wordt meegezogen in de diplomatieke onderhandelingen.
Een van de sterkste punten van het boek is de wijze waarop Falter het verleden aan het heden koppelt. De gemiste kansen uit de naoorlogse periode om de Europese integratie gestalte te geven, worden niet alleen beschreven als een historisch curiosum, maar ook als een vroege illustratie van problemen die vandaag nog steeds spelen binnen Europa: aarzelende besluitvorming, botsende nationale belangen en het voortdurende dilemma tussen samenwerking en soevereiniteit. De ondertitel - over een Europa dat stilstaat terwijl de wereld voorbijraast - krijgt zo een duidelijke en overtuigende invulling.
Toch is het boek niet zonder kanttekeningen. Wie op zoek is naar diepgaande theoretische analyse van Europese integratie, kan Falters aanpak soms als eerder beschrijvend ervaren. Zijn focus ligt duidelijk op het verhaal en de historische herbeleving, minder op abstracte duiding. Daarnaast veronderstelt het boek af en toe enige voorkennis van de politieke context, wat het voor sommige lezers minder toegankelijk kan maken.
Desondanks blijft De Unie die nooit was een sterk en relevant werk. Falter toont onomstotelijk aan dat Europese samenwerking niet vanzelfsprekend is. Dat maakt het boek tegelijk historisch interessant en bijzonder actueel. Het is een boeiende en goed geschreven studie die verleden en heden op een inzichtelijke manier met elkaar verbindt en de lezer aan het denken zet over de toekomst van Europa. Waar geen plaats meer zal zijn voor nostalgie, een verlangen om de wereld te herstellen zoals die was, toen Europa zekerder was, een grotere rol speelde, en onze bondgenootschappen nog overeind stonden.
Marc De Bock