Bert van den Berg en Hugo Koning
Benny Madalijns
Non-fictie
  • 21 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

16 april 2026 De mythen van Plato. Verhalen voor alle tijden.
Plato had het, paradoxaal genoeg, niet zo op mythen. In zijn ideale staat had hij de dichters liever buiten de deur gehouden, en zijn kritiek op de traditionele Griekse verhaalcultuur was al even scherp als zijn bewondering voor de logos, de rede. En toch staat zijn werk vol met verhalen die hij zelf verzon: een beschrijving van een verloren beschaving, de tragische gespleten bolletjesmensen, rondleidingen door de onderwereld, het ontstaan van de kosmos.
Bert van den Berg, specialist in het platonisme en het laat-antieke neoplatonisme, en Hugo Koning, kenner van de Griekse mythologie, zijn beiden universitair docent aan de Universiteit Leiden en duiden die paradox vanuit het inzicht van de Franse antropoloog Lévi-Strauss, die mythen beschreef als bon à penser, goed om mee te denken. Dat is dan ook precies de houding die hun boek De mythen van Plato. Verhalen voor alle tijden weerspiegelt: niet de pretentie dat Plato altijd gelijk had, maar de overtuiging dat zijn verhalen nog altijd bruikbare denkinstrumenten zijn. 
Het boek bevat negen clusters van Platoonse mythen in nieuwe Nederlandse vertalingen, elk gevolgd door een interpreterend essay. Deel I, Spelen met de waarheid, opent met de nobele leugen uit de Staat, het omstreden idee dat een samenleving soms een verhaal voor waar moet houden ook al is het dat niet. Daarna volgt de grotvergelijking, en de uitgebreide Atlantismythe uit Timaeus en Critias, een politieke parabel die Plato zelf wellicht nooit heeft afgemaakt en waarover sindsdien geen gebrek aan speculatie is geweest. Deel II, De fantasie van de filosoof, brengt de mythe van Protagoras over de oorsprong van de menselijke beschaving, de dubbele liefdesmythe uit het Symposium met de bolletjesmensen en de geboortemythe van Eros, de driedeling van de ziel via de wagenmenner uit de Phaedrus, de mythe van de uitvinding van het schrift, en de kosmische tijdsmythe van Kronos uit de Staatsman en de Wetten.
In Deel III, Het einde en daarna, verzamelt Plato's eschatologische mythen: het oordeel van de zielen uit de Gorgias, het lot van iedere ziel uit de Wetten, de topografie van de onderwereld uit de Phaedo, en de mythe van Er waarmee de Staat afsluit, meteen de meest uitgewerkte van de vier.
Er is een dappere soldaat die op het slagveld sterft maar na twaalf dagen herrijst met een verslag van het hiernamaals: een kosmisch gerechtshof, een cyclus van duizend jaar beloning of straf, en het moment waarop zielen zelf een volgend leven kiezen, om daarna te drinken uit de rivier van Vergetelheid. De dramatische kern is de keuze. Veel zielen kiezen onwijs, verblind door begeerte of angst. Alleen wie geleerd heeft schijn van werkelijkheid te onderscheiden, kiest verstandig. Zo wordt de mythe de ultieme rechtvaardiging van de filosofie als levenshouding.
Ook vandaag, in tijden van herbewapening, oorlogstaal en alomtegenwoordig is de keuze aan ons ‘ondermaansen’, niet aan ‘godheden’. Wie niet geleerd heeft schijn van werkelijkheid te onderscheiden, kiest verkeerd, verblind door angst, door de belofte van veiligheid door kracht. Plato's vraag is ook de onze.
Elk van die teksten krijgt een nieuw vertaalde passage en een essay. Het is een ordelijke architectuur voor wat toch brede, soms weerbarstige stof is.
De vertalingen zijn fris en leesbaar, zonder anachronistisch te worden. Ze laten iets tot zijn recht komen wat generaties eerbiedig hooghoudende lezers stelselmatig over het hoofd hebben gezien: dat Plato grappig is, of op zijn minst ironisch. Aristofanes krijgt last van de drank en zit op een bepaald moment met de hik, waarna hij zijn verhaal over de gespleten mensheid ophangt. Alcibiades rolt stomdronken en verkleed als Dionysus het gezelschap binnen om de loftrompet te steken op Socrates. De slimme en ietwat arrogante Socrates zelf leest zijn gesprekspartners geduldig maar meedogenloos de les. Bij dit soort passages vergeet je dat je een tekst leest van meer dan tweeduizend jaar oud.
Voor mij is de allegorie van de grot onlosmakelijk verbonden met een aantal concrete herinneringen . In de jaren zeventig van vorige eeuw studeerde ik moraalfilosofie aan de VUB, en het was professor Leopold Flam die mij voor het eerst ernstig met Plato confronteerde. In zijn eigenzinnige colleges over de grote stromingen van de filosofie sprong hij van Spinoza naar Sartre naar Plato zonder dat je altijd nauwkeurig kon volgen hoe hij daar was geraakt, maar het beeld van de gevangenen in de grot keerde bij hem telkens terug. Ik begreep toen nog niet waarom, maar het beeld liet me sindsdien niet los.
Wie de tekst van de allegorie nog niet kent, of haar opnieuw wil lezen in de vertaling van Van den Berg en Koning, treft hier de passage aan waarmee Socrates het gesprek opent. Ze is even eenvoudig als onontkomelijk:
“Goed”, zei ik. “Nu moet je aan de hand van de volgende vergelijking eens nadenken over de vraag hoe belangrijk het is voor de mens om wel of niet door onderwijs gevormd te zijn. Stel je voor dat er mensen wonen in een soort van onderaardse grot. Een lange doorgang, die zo breed is als de grot, leidt van die grot naar het licht van de zon. Die mensen zitten al van jongs af aan vast met boeien aan hun benen en nek, zodat ze ook hun plaats blijven en alleen maar naar voren kunnen kijken, omdat het door de boeien onmogelijk is om hun hoofd te draaien. Achter die mensen, op enige afstand en hooggelegen, brandt ook een vuur dat voor licht zorgt. Tussen het vuur en de gevangenen loopt boven hen een pad, en je moet je voorstellen dat daar een muur langsloopt die lijkt op de wanden die poppenspelers gebruiken om zich voor hun publiek af te schermen en daarboven hun poppen te laten zien.” “Ik zie het voor me.” “Stel je dan ook voor dat er mensen langs die muren lopen die allerlei voorwerpen dragen, en beelden van mensen en andere levende wezens, gemaakt van steen en hout en ander materiaal. Het ligt voor de hand dat sommige van die dragers praten, terwijl andere hun mond houden.” “Dat is een bizar beeld, met bizarre gevangenen.” “Maar niet zo anders dan wij! Denk jij bijvoorbeeld, om daar maar eens mee te beginnen, dat deze mensen iets van zichzelf of elkaar hebben gezien, iets anders dan de schaduwen die door het vuur worden geprojecteerd op de wand tegenover hen?” [...] “Geheel en al”, zei hij. “Hoe zouden ze ooit iets anders dan schaduwen hebben kunnen zien?”
(Staat, 514a-515b, vertaling Van den Berg en Koning)
Wat dit fragment volgens mij zo onweerstaanbaar maakt, is niet de abstracte filosofische these die erachter schuilgaat, maar de dramatische eenvoud waarmee ze wordt opgeroepen. Socrates vraagt zijn gesprekspartner niet om een redenering te volgen, maar om zich iets voor te stellen. En dat beeld is, zoals Flam in zijn colleges telkens liet aanvoelen, onmiddellijk herkenbaar als een beschrijving van de toestand waarin wij ons zelf bevinden. Wij kennen ook voornamelijk schaduwen, representaties, beelden van de werkelijkheid die we voor de werkelijkheid zelf houden. Socrates presenteert de grot als een metafoor voor de menselijke conditie en voor de filosofische opdracht: wie denkt, klautert uit de grot. Wie uit de grot komt, heeft een plicht om terug te keren en de anderen te onderwijzen, ook al is dat werk ondankbaar en soms gevaarlijk.
Van den Berg en Koning laten zien hoe sterk dat beeld vandaag nog werkt. The Truman Show, The Matrix, de sociale media-filterbubbel, René ten Bos' beschouwingen over volk en elite als twee werelden die elkaar niet meer verstaan: het zijn allemaal varianten op Plato's grot, en dat is niet toevallig. Tegelijk voegen de essays iets toe wat Plato zelf vermoedelijk niet had verwacht: de bereidheid om ook de andere kant te belichten. Ten Bos gebruikte het beeld om de claim van de filosofische elite te bekritiseren. Wat geeft de filosoof het recht te zeggen dat hij de werkelijkheid kent en de mensen in de grot niet? Is de grot niet ook gewoon een woonplek waar men goed en zinvol kan leven? Die vraag zit al in Plato's tekst besloten, ook al geeft Plato er zelf een ander antwoord op. De gevangenen wachten misschien helemaal niet op bevrijding. Ze zitten er goed. Ze kennen hun plek. De man die terugkomt met verhalen over het zonlicht, is voor hen een onruststoker. Dat is een ongemakkelijke gedachte voor wie gelooft in emancipatie en de kracht van onderwijs, maar het is een eerlijke gedachte, en als vrijzinnig humanist kan ik haar niet naast me neerleggen.
De overige mythen in het boek zijn niet minder de moeite waard. 
De bolletjesmensenmythe uit het Symposium is komisch en ontroerend tegelijk: de mens als gehalveerd wezen dat zijn wederhelft zoekt, een oud verhaal dat nog altijd functioneert als verklaring voor het verlangen naar liefde en voor de diversiteit van seksuele oriëntaties. Van den Berg en Koning schetsen hoe deze mythe een rol speelde in Amerikaanse rechtszaken over homoseksuele rechten, en hoe ze opduikt in de musical Hedwig and the Angry Inch. De mythe van de wagenmenner en het gevleugelde tweespan wordt overtuigend in verband gebracht met Jonathan Haidts theorie over de twee besluitvormingssystemen: het snelle, intuïtieve en het trage, rationele. De gejaagde menner die twee paarden in tegengestelde richtingen probeert te sturen, het ene edel en bedachtzaam, het andere onbeheersbaar en driftig, is als beschrijving van de menselijke psyche merkwaardig accuraat.
De mythe van de uitvinding van het schrift, verteld in de Phaedrus, is misschien de meest provocerende van het stel. De Egyptische god Theuth beweert aan koning Thamus te hebben uitgevonden wat de mensheid nodig had: het schrift. Thamus is sceptisch en wordt door Plato in het gelijk gesteld: het schrift zal het geheugen verzwakken, want mensen zullen dingen opschrijven in plaats van ze werkelijk te begrijpen en te onthouden. Van den Berg en Koning laten zien hoe dit argument vrijwel identiek terugkeert in de hedendaagse discussie over wat het internet met ons brein doet. Plato heeft niets gezegd over zoekmachines of sociale media, maar hij zag al scherp dat een nieuw medium de cognitieve gewoontes van de mens verandert, en dat die verandering nooit neutraal is.
Slechts twee kanttekeningen. 
De keuze voor de opgenomen mythen is enigszins arbitrair, iets wat de auteurs zelf toegeven: de cicadenmythe uit de Phaedrus, een van Plato's ‘schoonste’ passages over verlangen en de mens als wezen dat altijd meer wil dan hij kan verdragen, ontbreekt zonder duidelijke reden. En de essays zijn af en toe iets te netjes afgerond, terwijl Plato zelf nooit netjes afrondt. Zijn dialogen eindigen zelden met een conclusie. Ze eindigen met een vraag, of met een gezelschap dat uitgeteld op de vloer ligt na een nacht filosoferen en drinken, Socrates uitgezonderd, die bloednuchter opstaat en gewoon verdergaat. Die rusteloosheid had mijns inziens net iets vaker mogen doorklinken.
Maar dat zijn slechts kleine tekortkomingen bij een kwalitatief hoogstaand boek dat zijn doelstellingen naar mijn aanvoelen meer dan bereikt heeft. Wie dacht dat de klassieke filosofie anno vandaag iets voor specialisten was geworden, of dat de academische wereld haar best doet om de grote vragen te vereenvoudigen tot formules, leest hier het tegendeel. 
En als ik mijn studiejaren aan de VUB in herinnering roep, en de eigenzinnige stem van Leopold Flam die steeds opnieuw op die gevangenen in de grot terugkwam, dan begrijp ik nu beter dan toen wat hem daarin zo fascineerde: niet het filosofisch systeem dat erachter zit, maar de ongemakkelijke vraag die ze iedere lezer persoonlijk stelt. 

Zit ook jij in de grot? En als je er ooit uit bent geraakt, hoe weet je dan zeker dat je buiten staat?

Benny Madalijns

Dit boek werd eveneens gerecenseerd door Victor De Raeymaeker. 

Bert van den Berg en Hugo Koning
Benny Madalijns
Non-fictie
Benny Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte (PhD, VUB). Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen en schilder-collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies