15 mei 2026
Wie is er bang voor sekseverschillen?
In ‘Wie is er bang voor sekseverschillen?’ bundelt Griet Vandermassen een aantal columns die ze in de voorbije jaren voor De Standaard schreef. Ze deelt die in volgens een zestal thema’s en voorziet het geheel van een proloog. Die draagt de titel ‘De mens is geen homp klei’ en daaruit blijkt al haar basishouding.
In deze proloog schetst ze in het kort haar persoonlijke evolutie in het denken over mannen, vrouwen en hun verschillen. Eerst was ze een feministe die alle verschillen tussen beide geslachten toeschreef aan een verschillende socialisatie van jongens en meisjes en die alle problemen toeschreef aan het overheersende patriarchaat. Volledig in lijn dus met het overheersende gedachtengoed in het feminisme. Maar na een kennismaking met de evolutiepsychologie is Griet Vandermassen anders gaan denken. Ze vindt dat de mens “geen homp klei” is die door socialisatie gevormd wordt. De aangeboren kenmerken zijn belangrijk en verklaren voor een groot deel de gemiddelde sekseverschillen.
Uit Darwin voor dames (2005, een bewerking tot boek van haar doctoraat) en Dames voor Darwin (2019) blijkt al haar standpunt. Ik heb beide boeken gelezen en ben dus vertrouwd met haar poging om een vorm van feminisme te baseren op wetenschappelijke inzichten. Ze is van mening dat het traditionele feminisme te veel gestoeld is op ideologie en te weinig op de wetenschap, met name de biologie en de evolutiepsychologie. Daarmee is ze uitgegroeid tot een dissidente en soms omstreden stem in de literatuur over sekseverschillen.
Een citaat uit haar hoofdstuk over ideologie maakt haar positie duidelijk: “Misschien moeten we gewoon af van het woord feminisme. Er kleeft te veel ideologische bagage en ook theoretische onzin aan vast. Laten we proberen om verschillen tussen mannen en vrouwen en problemen van seksuele ongelijkheid wetenschappelijk geïnformeerd te benaderen. Laten we in elk geval stoppen met het woord feminisme in te zetten als kwaliteitslabel.” (p. 147) Met zulke uitspraken maakt ze zich niet geliefd in traditionele feministische milieus. Griet Vandermassen is een buitenbeentje en net dat maakt haar teksten boeiend.
In dit boek bundelt ze haar columns uit De Standaard volgens zes thema’s: seksualiteit en partnervoorkeuren, interesses en prioriteiten, agressie en seksuele competitie, ideologie, jongens en mannen en tot slot ‘buiten de lijntjes’ (waarin ze het onder meer over interseksen heeft). Ze sluit haar boek af met een epiloog over trans tieners en kondigt meteen aan dat dit het onderwerp van een volgend boek wordt.
In deze teksten toont de auteur tevens dat ze zeer genuanceerd denkt. Het hoeft verder geen verwondering te wekken dat ze ondersteund worden door vele wetenschappelijke publicaties, zoals blijkt uit de bibliografische gegevens die gerangschikt zijn volgens de titels van haar columns. Dit boek is een uitstekende manier om kennis te maken met het denken van Griet Vandermassen en is heel wat leesbaarder dan een boek als Darwin voor dames.
Fons Mariën