Konstandinos Kavafis, vertaling Hero Hokwerda
Benny Madalijns
fictie
  • 15 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

23 juni 2026 Verborgen dichterschap
Konstandinos Petros Kavafis (1863-1933), de Griekse dichter uit Alexandrië, werkte zijn hele leven als ambtenaar bij de Egyptische dienst voor irrigatiewerken, woonde als vrijgezel op de derde verdieping van een appartement in de Rue Lepsius, en liet zijn gedichten nooit bundelen maar drukte ze in eigen beheer en verspreidde ze onder kennissen en geïnteresseerden.
Op zijn grafsteen staat alleen het woord 'dichter'. Wat hij dacht, voelde en begeerde, hield hij met grote zorgvuldigheid verborgen, ook al schreef hij er zijn hele leven over. Hero Hokwerda brengt dat leven, na vijftig jaar studie en vertaalwerk, nu voor het eerst volledig en betrouwbaar in het Nederlands.
Verborgen dichterschap biedt een ruime selectie uit alles wat de dichter buiten zijn poëzie schreef: dagboeken, brieven, poëticale notities, journalistieke stukken, morele bespiegelingen, en een reeks getuigenissen van tijdgenoten die hem van nabij kenden. De band is voorzien van uitvoerige toelichtingen die niet decoratief zijn maar wezenlijk.
Naar mijn aanvoelen is Verborgen dichterschap de grootste verrassing van de twee uitgaven die Hokwerda dit jaar bij de Historische Uitgeverij bezorgt. Een pareltje. Niet zozeer omdat Kavafis' proza literair uitzonderlijk hoogstaand is, want dat is het lang niet altijd, maar omdat het de contouren tekent van een denker die zijn dichterschap met opmerkelijke helderheid en ook met opmerkelijke angst beschouwde.
De notities over poëtica en moraal die hij schreef tussen 1900 en 1910 zijn documenten van een man die zijn eigen oeuvre als een kwetsbaar en verborgen project koesterde. De brieven zijn terughoudend tot op het beklemmende af; de getuigenissen van tijdgenoten schetsen een man die zijn persoonlijke roerselen even secuur bewaakte als hij zijn gedichten bewerkte, soms een heel jaar lang aan één enkel vers sleutelend.
Op pagina 244 citeert Hokwerda de dichter Yorgos Seferis, die Kavafis' beroemdste gedicht Ithaka omschreef als een rijpe combinatie van waarneming, voelen en denken, to the point, ontdaan van verhulling. Dat is een andere lezing dan de gangbare: Ithaka is niet de beloning die je verdient maar de bestemming die je in beweging zet, en de wijsheid is niet het doel maar de uitkomst van de tocht. Dat Seferis' notitie in het prozaboek opduikt, is veelzeggend: het zijn precies zulke kruisverbindingen tussen leven en werk die Verborgen dichterschap onmisbaar maken voor wie de gedichten ten volle wil begrijpen.
Kavafis was tegelijkertijd historicus van wat hij de 'grote Griekse wereld' noemde, het uitgestrekte hellenistische universum dat reikte van Alexandrië tot Klein-Azië, de Balkan en de Zwarte Zee. Als lid van de Griekse gemeenschap in het Brits-Alexandrijnse Egypte, afgesneden van het vasteland en omringd door een stad die steeds minder Grieks klonk, was zijn poëzie mede een antwoord op dat verlies. Maar zijn blik op de oudheid was verre van nostalgisch of piëteitsvol: hij gebruikte historische figuren en situaties niet om ze te verheerlijken maar om hun menselijke twijfels, hun angst en hun verval zichtbaar te maken.
De tekst Lof van de sofisten I, geschreven in 1892 en opgenomen in Verborgen dichterschap op pagina's 95-97, maakt dat vroeg en concreet duidelijk. In die tekst rehabiliteert Kavafis de sofisten, de rondtrekkende filosofen en redenaars die in het klassieke Athene van rond 400 vC een twijfelachtige reputatie genoten, mede dankzij Plato's beeldvorming. Hij stelt hen voor als mannen die de twijfel als methode hanteerden en daarvoor zwaar werden gestraft.
Protagoras van Abdera, die schreef dat hij niet kon weten of de goden bestonden, omwille van de kortheid en de onzekerheid van het menselijk leven, werd door de Atheners veroordeeld, zijn werken verbrand, en hij verdronk op de vlucht. Kavafis vertelt dit zonder sentiment en zonder verhulling, als iemand die de onverdraagzaamheid jegens het vrije denken herkende als een constante in de geschiedenis, en die de sofisten bewonderde om precies de kwaliteiten waarvoor zij werden veroordeeld.
Voor mij als kunstwetenschapper én vrijdenker heeft die tekst een bijzondere resonantie. Kavafis schrijft hier niet als bewonderaar van de klassieke oudheid maar als iemand die haar interne contradicties scherp ziet: het hellenisme dat de vrijheid van denken verhief tot ideaal en tegelijk de vrijdenker vervolgde. Die spanning heeft hem zowel in zijn proza als in zijn poëzie voortdurend beziggehouden, en de sofistentekst laat zien dat hij die levenshouding al in 1892 had gevonden, lang voor zijn dichterschap tot volle wasdom was gekomen.
Verborgen dichterschap is in de eerste plaats een boek voor wie Kavafis al kent en hem beter wil kennen: als denker, als zelfkritisch arbeider aan zijn eigen oeuvre, en als man die zijn vrijheid zorgvuldig en onomkeerbaar koos. Hokwerda's bezorging is daarvoor de meest betrouwbare gids die het Nederlands tot nu toe heeft voortgebracht.

Benny Madalijns

Konstandinos Kavafis, vertaling Hero Hokwerda
Benny Madalijns
fictie
Benny Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte (PhD, VUB). Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen en schilder-collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies