Wanda Bommer
Benny Madalijns
fictie
  • 10 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

30 oktober 2026 De zevende
Wanda Bommer werd in 1969 in Amsterdam geboren en groeide op in het Westfriese Grootebroek. Na haar debuut ‘Boom’ in 2008 en ‘De Ark’ in 2020 publiceert ze nu haar zevende roman, met de veelzeggende titel ‘De zevende’.
Bommer noemt het boek een op zichzelf staand verhaal, waarmee ze tegelijk haar hele oeuvre aan elkaar wil binden. Ze nodigt haar lezers uit om met haar af te dalen in het konijnenhol, en die uitnodiging mag men letterlijk nemen.
In de raamvertelling komen zeven vrienden op een gure avond samen voor een housewarming. Om de ongemakkelijke sfeer te verlichten, nemen ze elkaar de maat aan de hand van de zeven hoofdzonden. Volgens de flaptekst loopt het spel uit de hand, richten alle vrienden hun pijlen op Suzanne Meijers en raakt Suzanne op weg naar huis vermist.
Wie Suzanne daarna volgt, belandt met haar in het Konijnenhol, iets wat lijkt op een ondergrondse wereld met gewelfde gangen, toortsen, traliedeuren en zelfs een receptie (p. 66). Haar begeleider Richard loodst haar erdoorheen. Al wie daar woont, blijkt een literair personage te zijn.
Bommer laat Suzanne er onder meer Kafka Tamura ontmoeten, de jonge held uit Kafka op het strand van Haruki Murakami. Verder kruisen Winston Smith uit George Orwells 1984, Mae Holland uit Dave Eggers' The Circle en Hannibal Lecter uit de romans van Thomas Harris haar pad. Suzanne kent Lecter van de verfilming van The Silence of the Lambs met Anthony Hopkins.
Mijns inziens heeft Bommer Murakami grondig gelezen. In Kafka op het strand loopt de vijftienjarige Kafka Tamura van huis weg en vindt hij onderdak in een bibliotheek. Bij Bommer beheert hij dan ook de bibliotheek van het Konijnenhol (p. 120).
In die bibliotheek ontdekt Suzanne dat ze zelf een personage is, met Wanda Bommer als haar Schrijver (p. 123). Daarmee begint Bommer een metafictioneel spel over de verhouding tussen werkelijkheid en fictie. Richard en Kafka vragen zich af of ze hun Schrijver met een god mogen gelijkstellen, want een Schrijver schept een universum en beslist wie erin leeft, wie sterft en hoe alles afloopt.
Ook Lewis Carroll heeft Bommer aandachtig gelezen. Ze plaatst de hoofdstukken rond Suzanne onder de titel Down the Rabbit Hole, naar het openingshoofdstuk van Alice's Adventures in Wonderland uit 1865. Net als Alice tuimelt Suzanne pardoes in een wereld waar de logica van de bovenwereld niet meer geldt, en wanneer Allan, een andere gids, Suzanne met zijn sleutelbos voorbij een traliehek leidt, denk ik onwillekeurig aan Alice en haar gouden sleuteltje.
Naar mijn aanvoelen heeft Bommer bovendien lessen getrokken uit Die sieben Todsünden, het gezongen ballet van Kurt Weill en Bertolt Brecht, dat kort na hun vlucht voor de nazi's in 1933 in Parijs in première ging. Brecht laat daarin Anna langs zeven Amerikaanse steden en zeven hoofdzonden trekken, en splitst haar in een Anna I en een Anna II, die eigenlijk één en dezelfde persoon zijn.
Bommer zet een vergelijkbare splitsing in tussen de schrijfster en haar personage. Ook Suzanne Meijers is schrijfster, en in de bibliotheek verneemt ze van Kafka dat haar Schrijver haar dezelfde leeftijd, afkomst, loopbaan en gezinssituatie heeft gegeven als zichzelf (p. 123). Ze delen zelfs hun schrijfstilte: Suzanne heeft al zes jaar geen letter op papier gezet (p. 312), en ook tussen De Ark en De zevende liggen zes jaar.
Naar mijn aanvoelen vormen Suzanne en Wanda Bommer zo een paar zoals Anna I en Anna II, twee gestalten van één persoon. Ook de vrienden in de raamvertelling hanteren de zeven zonden als meetlat om een ander te veroordelen, en ook bij Bommer staat uiteindelijk één zondebok in het middelpunt.
In het Konijnenhol geeft Bommer het spel een politieke dimensie. Allan legt Suzanne uit dat de mens zelf de grootste bedreiging voor zijn soort vormt, en dat hij de polarisatie, het aloude verdeel en heers, dringender vindt dan de klimaatcrisis. Mae Holland onderwerpt elke nieuwkomer aan de zogenaamde Realisering, een ritueel met thee en een op een sauna gelijkende cabine.
Na de Realisering weet elke bewoner welke personages aan de top van de piramide de macht bezitten. Volgens Mae zijn die machthebbers losgekomen van hun Schrijver en vergelijkbaar met zelflerende computersystemen. Suzanne vraagt zich af of men hen hun daden dan nog kwalijk mag nemen.
In het cursief gedrukte slot verlegt Bommer het perspectief naar de kosmos. Ze laat er een bezoeker verslag uitbrengen over een expeditie naar de aarde. Die bezoeker richt zich tot een raadselachtige hogere instantie, die Bommer consequent met een hoofdletter Het noemt.
De bezoeker zoomt uit van de aarde naar het melkwegstelsel en beschouwt de mensheid als een organisme van miljarden cellen, die men met de verdeel-en-heersmethode tegen elkaar kan opzetten (p. 316). Zodra de cellen liefdevolle verbindingen aangaan, mislukt de methode, waarna Het droogjes besluit dat men daar nog iets op zal moeten verzinnen.
Schetst Bommer hier een dystopisch of een hoopgevend wereldbeeld? Ik denk dat ze het midden houdt. Ze beschrijft een dystopisch machtsmechanisme en plaatst er vriendschap en liefde als tegengif tegenover, maar ze laat haar kosmische waarnemer meteen naar een nieuw middel zoeken, zodat ze hoogstens een voorlopige hoop biedt.
Toch blijf ik met een dubbel gevoel achter. Bommer mengt Murakami, Carroll, Orwell, Eggers en Harris tot één geheel en strooit er bovendien nog een royale portie muziekverwijzingen overheen. Bij wat ze zo samenstelt, denk ik aan een veelkleurige ijslolly: ik genoot van de eerste likken, maar de smaak was er snel af.
Kafka Tamura en Winston Smith krijgen bij Bommer weinig meer dan een gastrol. Bij Murakami blijft Kafka Tamura een raadselachtige jongen, die zelf niet goed weet waarheen hij op weg is. Bij Orwell houdt Winston Smith een geheim dagboek bij, waarin hij zijn twijfel aan de Partij durft toe te vertrouwen.
Bij Bommer treden beiden vooral op als gidsen en als gesprekspartners in een debat over polarisatie. Daardoor verliezen ze veel van de innerlijke spanning en de raadselachtigheid die ik uit hun eigen romans ken.
Het sterkst voel ik dat bij de muze, die Suzanne aan het slot van De zevende toespreekt. Dat de muze daarbij plots een zacht Ach so laat horen, zonder dat Suzanne weet waarom ze Duits spreekt, lees ik graag als een knipoog naar Brecht.
‘Wat een goed verhaal, hé,’ zegt ze uiteindelijk. 
‘Wat?’
‘Zet tilt haar hoofd op, kijkt me verbaasd aan. ‘Wat je beleeft hebt in het Konijnenhol natuurlijk.’
‘Oh, dat. Dat is geen verhaal. Het is een gebeurtenis, een ervaring.’ 
‘Wacht maar tot je het hebt opgeschreven.’ 
‘Opgeschreven? Ik ga het niet opschrijven. Ben je gek.’ 
‘Natuurlijk ga je het wel opschrijven! Je bent schrijver!’ 
‘Dat waag ik te betwijfelen. Ik zet al zes jaar geen letter op papier. Mede omdat jij me in de steek hebt gelaten.’ 
Dat klinkt bitter. Nou en. Ze verdient het.
 ‘Ach, so,’ zegt de muze zacht. Geen idee waarom ze opeens Duits praat.
Aan de overkant van de vijver danst het rode lampje langs de oever. Heel ver weg klinkt het stompje fluitje. Het lichtje verandert voortdurend van richting. 
‘Ik kon niet anders dan wegblijven,’ zegt de muze. 
‘Anders was je de realiteit nog langer ontvlucht. Dan had je je eindeloos in die ene na de andere fictionale wereld kunnen verbergen. Maar je moest hier doorheen.’ 
(p. 312)
De muze verklaart vervolgens dat een schrijver alles mag verzinnen en zijn verzinsels mag vermengen met de waarheid, en voegt eraan toe: 'Binnen het universum van jouw verhaal is alles waarachtig, en tegelijkertijd is alles gelogen' (p. 313).
In die woorden hoor ik de echo van een passage uit De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren, een roman van Murakami waarnaar ik vaak terugkeer. Daarin zegt een personage tegen zijn toehoorder dat het hem onverschillig laat wat die met zijn verhaal doet.
Volgens hem zal de toehoorder het vroeg of laat toch geloven, uiterlijk op zijn sterfbed, wanneer hij de logica ervan volledig zal begrijpen: 'De wérkelijke logica, snap je? Ik heb daar nu alleen een zaadje van geplant' (Murakami, 2014: 96).
Murakami reikt zijn lezer een zaadje aan, geen bos bloemen, en laat het rusten in het hoofd van zijn personage. Wie een zaadje krijgt, moet het zelf laten ontkiemen, en net daarom blijf ik langer nadenken dan bij een kant-en-klare verklaring.
Bommer wil het zaadje meteen laten kiemen en het tegelijk inpassen in haar betoog over polarisatie, vriendschap en macht. Naar mijn aanvoelen doet ze Murakami's zin daarmee geweld aan, omdat ze net iets te veel net iets te nadrukkelijk tot één nieuw geheel wil samenballen.
Ook haar muze ontsnapt niet aan die drang. Al bij Hesiodos, de Griekse dichter die rond 700 voor onze jaartelling de afstamming van de goden bezong, zeggen de muzen dat ze naar believen leugens kunnen vertellen die op de waarheid lijken, of de waarheid zelf (Hesiodos, Theogonie, vs. 27-28).
Bommer maakt van haar muze daarentegen vooral een woordvoerster van haar eigen stelling, en laat haar met Suzanne bijna zakelijk afspreken dat ze blijft op voorwaarde dat Suzanne het verhaal opschrijft. Daarmee legt Bommer haar muze aan banden, en ontneemt ze haar precies het onberekenbare dat de Grieken in de muzen vreesden.
Dat neemt niet weg dat Bommer met De zevende een ambitieuze en vaak geestige roman schreef over twijfel en nuance in een tijd van zwart-witdenken, door haar uitgever terecht als vilein aangekondigd. Haar humor blijkt bijvoorbeeld wanneer Winston Smith vertelt dat hij zijn kantoor losjes op het Oval Office heeft gebaseerd, maar dan in een gezellige versie (p. 233).
Mijns inziens had Wanda wel iets meer vertrouwen mogen stellen in haar eigen stem dan in haar welgevulde boekenkast. Ook Alice moest eerst krimpen, voor ze door het kleine deurtje de tuin in kon.

Benny Madalijns

Wanda Bommer
Benny Madalijns
fictie
Madalijns is doctor in de Letteren en Wijsbegeerte (VUB) en auteur van een beperkt en bewust selectief gepubliceerd oeuvre op het snijvlak van filosofie, literatuur en kunst. Daarnaast ontwikkelt hij een beeldende praktijk als schilder en collagist, in voortdurende wisselwerking met zijn schrijfwerk. Hij publiceert essays en reflecties op zijn blog Wemelende Kantlijnen. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies