• |
Pieter Serrien en Eva Fastag
Marc De Bock
Non-fictie
  • 357 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

25 juni 2020 De laatste getuige. Hoe ik de Dossinkazerne en de holocaust overleefde
Pieter Serrien (°1985) is historicus en auteur van boeken waarin persoonlijke getuigenissen van soldaten en burgers tijdens de twee wereldoorlogen centraal staan.
Onder de noemer ´De laatste getuige´ publiceerde hij vorig jaar twee opgetekende getuigenissen.
De eerste is het verhaal van Louis Boeckmans die Breendonk, Buchenwald en het werkkamp Blankenburg overleefde. De tweede kwam in december 2019 uit en vertelt het fascinerende verhaal van Eva Fastag, de Joodse Holocaustoverlevende die typiste werd in de Dossinkazerne. Deze voormalige Belgische legerkazerne in Mechelen werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter gebruikt als doorgangskamp om Joden en zigeuners te transporteren naar de concentratiekampen in Oost-Europa.
Voor de totstandkoming van zijn achtste en (voorlopig) laatste boek trok Pieter Serrien eind augustus 2019 zelfs naar Israël om er de unieke getuigenis van de inmiddels 103-jarige (!) maar nog steeds alerte en pientere Eva te registreren.

Het boek heeft een originele, zeer geslaagde structuur. De hoofdstukken zijn chronologisch opgebouwd. Maar er is nog meer: in elk hoofdstuk vertelt Eva eerst wat ze zich herinnert, daarna neemt Peter Serrien telkens het woord om haar getuigenis historisch te duiden.
Eva is vijfentwintig als ze op 22 juli 1942 met de trein terugkeert van haar Brusselse werkplek en wordt opgepakt in het station Antwerpen-Centraal naar aanleiding van de eerste Jodenrazzia in het land. Ze belandt eerst in Breendonk en vijf dagen later in de Dossinkazerne die pas als verzamel- en doorgangskamp was ingericht. In de afdeling “Aufnahme” wordt zij - dankzij haar opleiding aan de beroepsschool in de Antwerpse Offerandestraat – als typiste belast met het opstellen van lijsten voor de deportatie van meer dan 25.000 Joden naar Auschwitz-Birkenau. Elk van hen heeft zij in de ogen gekeken toen de ongelukkigen een voor een aan haar schrijfmachine verschenen. Ze moesten al hun bezittingen aan de Duitsers afgeven en werden op vernederende wijze gefouilleerd. Ze verloren zelfs hun identiteit: ze kregen enkel nog een kartonnen nummerplaatje aan een stukje touw rond de hals.

“Ik heb nooit geweten dat die mensen naar hun dood werden gestuurd. De naam Auschwitz had ik nooit gehoord”, verklaart Eva.
Op dezelfde afdeling zijn ook andere Joodse meisjes werkzaam die eveneens in het Centraal Station werden gearresteerd. Onder meer Mala Zimetbaum. Zij werd op 15 september 1942 met Transport X naar Auschwitz-Birkenau afgevoerd waar ze zich zou ontpoppen tot een bijzondere heldhaftige legende waarover na de oorlog diverse boeken en films werden uitgebracht.

Waar ze kan, vervalst Eva de transportlijsten. Families en vrienden gaf ze opeenvolgende nummers  zodat zij in dezelfde zaal opgesloten zaten in Dossin en uiteindelijk in dezelfde wagon werden gedeporteerd. Dit deed ze ook voor weerstanders, die zo hun ontsnapping konden voorbereiden. Daarbij aansluitend zet Serrien de schijnwerpers op een unieke, stoutmoedige daad in de geschiedenis van de Holocaust: drie Belgische jongemannen dwongen het XXste-treinkonvooi ter hoogte van Boortmeerbeek te stoppen. Een groot aantal Joden wist te ontsnappen. Nergens elders is in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog dergelijke bevrijdingsactie op een Jodentransport uitgevoerd.
Na drie weken Dossin wordt Eva’s grootste nachtmerrie werkelijkheid. Zij ziet haar ouders en drie broers op het binnenplein. Vele pogingen om hen vrij te krijgen mochten niet baten. Ze wordt verplicht om hun namen op de transportlijsten te typen. Op 15 september 1942 begeleidt zij haar vader, moeder, broers David, Gerson en Abraham-Itshak naar de wagon van Transport X. Het was de laatste keer dat ze hen zag. Dit zijn zowat de meest schrijnende fragmenten uit het boek.

Wat later namen de SS’ers Eva en de andere vrouwen van de “Aufnahme” mee naar Noord-Frankrijk om meer dan 1330 Joden uit de werkkampen van de Organisation Todt in te schrijven voor Transport XVI en VII. Op 30 oktober 1942 wordt de terugreis naar Mechelen aangevat.
Eva beschrijft hoe ze verder trachtte te overleven, steeds in angst en onzekerheid. En maken we dieper kennis met een aantal van haar vrouwelijke lotgenoten in de kazerne. Zoals Irène Spicker (1921-2014) die wist te overleven dankzij haar schilderstalent. Deze dame werd in juli 2019 herdacht met een straatnaambord op het plein tussen de vroegere Dossinkazerne en het huidige herdenkingsmuseum. Ook de mannelijke Joodse werklieden en bedienden komen uitvoerig aan bod, met als uitschieter Abraham “Arnold” Dobruszkes die door zijn vaardigheden als elektricien in de kazerne kon blijven werken en in 1945 … met Eva zou trouwen! En niet te vergeten Maurice Van Rees, die stiekem een extra kopie van de transportlijsten had bewaard. Dankzij hem weten we vandaag precies wie wanneer en met welk transport werd afgevoerd. De Duitse kampcommandanten en de Vlaamse collaborateurs passeren eveneens de revue.
In het achtste hoofdstuk, “Wat ik nooit had durven hopen”, doet Eva het onwaarschijnlijke verhaal van haar vrijlating op 9 juni 1944, na bijna twee jaar gevangenschap, uit de doeken. Zij komt terecht in Brussel waar ze onderdak en werk vindt. Maar de vrees om opnieuw opgepakt te worden, blijft haar achtervolgen - de Duitsers plannen nog een finale razzia op alle nog in België verblijvende Joden!

Het laatste hoofdstuk belicht het leven van Eva na de bevrijding tot op vandaag. Hiermee wordt een boek afgesloten dat men in één ruk verslindt: de inhoud is spannend, boeiend en interessant, instructief en adembenemend tot de laatste bladzijde. Ik heb het boek zelfs twee keer gelezen!
Alle lof verdient Eva Fastag die de moed vond om haar herinneringen te delen “in de hoop dat we met dit boek vooral de jonge generatie leren hoe gewone mensen meegesleept kunnen worden in haat die resulteert in het uitmoorden van andere gewone mensen”.
Niet minder waardering ook voor Pieter Serrien die zich ongetwijfeld enorme inspanningen heeft getroost om dit prachtwerk af te leveren. Vooral de verhelderende historische commentaren die hij laat volgen op de getuigenissen van Eva, optimaliseren de inhoudelijke kwaliteit. In “Het einde van Dossin” onthult hij zelfs dat de vrijlating van Eva kadert in een vrij onbekend element uit de geschiedenis van het Joods verzet tijdens de Holocaust.

Ter afronding voorzag de auteur dit boek achteraan van een tijdlijn voor de periode 1940-1945, een lijst van de belangrijkste personen in de Dossinkazerne en een uitgebreide bibliografie voor wie zich verder wil verdiepen. De teksten zijn veelvuldig geïllustreerd met fotomateriaal en documenten.
Pieter Serrien en Eva Fastag
Marc De Bock
Non-fictie
-
_Marc De Bock -
Meer van Marc De Bock

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies