Elli H. Radinger
Dirk Ooms
Non-fictie
  • 530 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

4 april 2022 De wijsheid van wolven
“De wijsheid van wolven” van Elli Radinger is een boek waar ik niet veel wijzer van geworden ben. Er is om te beginnen al die vreemde ondertitel: “Hoe ze denken, leidinggeven en voor elkaar zorgen: wat de wolf ons kan leren over mens zijn.” Ik kan leren over mezelf door te rade te gaan bij de wolf? Op de cover kijkt een wolf je bovendien diep en ernstig aan, bereid om in alle vertrouwen consult te geven, zo lijkt het.
Deze bestseller vind ik echter doorspekt met dwaze speculaties en lieflijk maar mal geleuter. Staat daarin precies vermeld hoe het met die dieren is gesteld? Echt waar? Ik vermoed dat dit boek bestemd is voor mensen die, zo tegen het slapengaan aan, snakken naar verhalen over een harmonieuze wereld met onder meer waardige wolven die over het algemeen erg lief zijn voor elkaar, een wereld waarin de mens veeleer een nare en domme spelbreker is. De auteur vindt voortdurend dat wolven feitelijk betere mensen zijn. Goede want wijze wolven… Wijsheid komt zonder diploma’s of schoolse studies, maar stoelt op levenservaring, zeg maar ouderdom. Mocht van een kind beweerd worden dat het wijs is dan zou men vrezen dat het ook al last heeft van ouderdomskwaaltjes. Er werden de laatste tijd nog zulke titels uitgebracht: “De wijsheid van vogels”, “De wijsheid van honden”, “Kattenwijsheid”, “De wijsheid van bomen en kruiden” en ook “De wijsheid van stenen” (stenen zijn meestal stokoud). Wijsheid alom, maar de mens, deze eeuwige nieuwkomer op aard, wil er niet van weten.
Voordat ik begon te lezen dacht ik dat die “wijsheid” van wolven wellicht op de eerste plaats hun manier van samenleven zou behelzen en niet zozeer hun tafelmanieren, vrijetijdsbestedingen of de voordelen van samenzang. Het verbaasde me niet dat zo’n wolvengroep een sterke leider kent (je mag niet meer spreken van een alfamannetje of alfawijfje), dat is algemeen geweten. Volgens de auteur is deze leider eerder een verlicht despoot, een rechtvaardige, wijze (uiteraard) en dus goede leider, autoritair maar aardig. Ik ben jammer genoeg vrij democratisch aangelegd en bijgevolg niet te vinden voor een dictatorschap. Velen zullen nu nog Poetin een leuke leider vinden en zeker heeft die man leuke tot charmante trekjes, maar noem me ouderwets: ik heb niet graag zulke alleenheersers.
Wat mag ik eigenlijk geloven van hetgeen in dit boek beweerd wordt? De auteur weet beslist wat van wolven af, al schrijft ze in haar boek op p. 162: “Hoe langer ik wolven observeer, hoe minder ik over ze weet”, tja: goed dat ze het schrijven van dat boek niet te zeer heeft uitgesteld. Ze houdt vooral bovenmatig veel van wolven, maar beweert hier en daar zaken die zacht uitgedrukt merkwaardig zijn en die maken dat ik zeer argwanend sta tegenover het hele boek. Is de domesticatie van de hond echt begonnen doordat een vrouw een gevonden wolvenwelp de borst gaf wat - zo speculeert Radinger door - zou verklaren waarom wolven en vrouwen een bijzondere band hebben? Volgens de auteur kan het zijn dat vrouwen (“wij vrouwen”) zich “diep vanbinnen” hun bijzondere rol in de evolutie herinneren, vandaar die “nauwe band met wolven”. Het is een wonder dat hierbij geen veelbetekenende maanstand wordt vermeld.
Het boek behandelt onder meer het eetgedrag van wolven. “De natuur is geen Disney-film,” merkt Radinger op, de “dood is altijd bloederig en afschrikwekkend.” Wolven zijn nu eenmaal carnivoren. Maar volgens haar zijn “de bio-industrie en veetransporten veel wreder”. Ik zou dat laatste helemaal niet durven onderschrijven. De mens slacht heel wat dieren maar dat is omdat er nu eenmaal erg veel mensen zijn die vlees lusten: miljarden. Als we zo sociaal als wolven zouden zijn, levend in kleinere groepen en even onverdraagzaam naar andere groepen toe zodat “militaire operaties” om territoria te veroveren of te verdedigen voortdurend nodig zouden zijn - “eigen roedel eerst!” - dan kon de planeet het met wat minder slachtvee stellen. Ik veronderstel dat men in slachthuizen ook zo snel mogelijk een dier wil doden, zonder nodeloos lijden. Het is jammer dat Radinger niet echt uitlegt hoe dat bij wolven geschiedt, wel merkt zij op dat wolven geen “doodsbeet” hebben: ze zijn niet in staat om een prooidier van enige omvang snel af te maken. Zo’n prooidier wordt opgejaagd, herhaaldelijk gebeten en als het uitgeput van bloedverlies gaat liggen is de ellende nog niet voorbij, precies omdat wolven geen “doodsbeet” hebben. Meestal komt dat erop neer dat van zo’n prooidier vleesstukken worden afgescheurd terwijl het nog leeft. Zouden mensen daaraan een voorbeeld moeten nemen?
Wolven zouden dol zijn op spelen, zoals verstoppertje, springen op dichtgevroren meren en vooral  het onderzoeken van menselijke spullen: rugzakken, kussens, een autoband… Dat laatste komt in feite áltijd neer op vernielzucht, puur vandalisme en niets anders, een “manier” van spelen die we niet zouden pikken van medemensen, me dunkt. En dan vergelijkt ze dit met het speelgedrag bij mensen. Ze vraagt zich af of “onze kinderen” nog wel kunnen samenspelen. Nee: die kinderen zijn immers volgens haar verslaafd aan iPhone en iPad. En volwassenen, zo stelt ze, hebben het te druk om nog te spelen… Dus, vraagt ze retorisch, hebben wolven niet beter door “dan wij” hoe belangrijk spelen is? Ik vind dat er geen speelzieker dier bestaat dan de mens en vraag me af hoelang het geleden is dat de auteur zich nog onder mensen heeft begeven.
Volgens Radinger is “één van de redenen” waarom de mens wolven en niet chimpansees heeft “uitgenodigd ons leven te delen” haar veronderstelling dat mannelijke chimpansees slechte papa’s zijn. Ik denk dat het op de eerste plaats de onvoorwaardelijke volgzaamheid is van de wolf die van de hond zo’n trouwe mensenvriend maakt. Als er één dier levensecht in “Animal farm” van Orwell geportretteerd staat zijn het wel de honden, die maken wat graag deel uit van ordediensten van om het even welke dictator.  Ronduit onnozel wordt het wanneer Radinger in alle ernst vertelt over haar ervaringen met een “sjamanistische wolvenworkshop” in Beieren, te dwaas voor woorden.
Op de achterflap staat te lezen dat Peter Wohlleben, bekend van boeken over bomen, dit “één van de intelligentste en scherpzinnigste boeken over de natuur” vindt, misschien onder meer omwille van deze opmerking van Radinger (blz. 161) in haar wolvenboek: “Het geduld van bomen ontroert me, elke keer wanneer ik een oude eik zie.” Ik moet bekennen dat ik de grootste moeite heb om een geduldige eik te onderscheiden van een luie eik, of van een onwillige eik, of zelfs van een wispelturige eik. En nu maar knus naar warme bedjes toe, enz.

Dirk Ooms
Elli H. Radinger
Dirk Ooms
Non-fictie
Dirk Ooms is huis- en tuinman, en boekenwurm
_Dirk Ooms - Recensent
Meer van Dirk Ooms

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies