Rüdiger Safranski
Benny Madalijns
Non-fictie
  • 157 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

7 juli 2022 Romantiek. Een Duitse affaire.
De Duitse filosoof en auteur Rüdiger Safranski is vooral bekend van zijn monografieën over Goethe, Schiller, Heidegger (Sein und Zeit), Nietzsche en Schopenhauer. In zijn veelgeprezen boek Romantiek. Een Duitse affaire uit 2007, dat enkele maanden geleden voor een derde maal werd herdrukt, richt Safranski zijn pijlen op een ontegensprekelijk invloedrijke geestelijke stroming van rond 1800.
Hij troont ons mee naar een luisterrijk tijdsgewricht vol mateloze eenlingen als Eichendorff, E.T.A. Hoffmann, Fichte, Novalis, Schelling en Tieck. Stuk voor stuk losgeslagen genieën die als een soort ‘bloemenkinderen’ (lang voordat het genoemde begrip in zwang raakte…) blijmoedig op pad gingen en daarbij voornamelijk ‘geheimzinnige wegen bewandelden die naar binnen gingen’ (Novalis, pagina 114).
De Romantiek wordt wel eens omschreven als een voortzetting van de religie met esthetische middelen. Of, zoals diezelfde Novalis het verwoordde: zij was de poging ‘aan het banale een verheven betekenis, aan het gewone een geheimzinnig aanzien, aan het bekende de waardigheid van het onbekende, aan het eindige een schijn van oneindigheid te geven’ (pagina 107 en volgende).
In het eerste deel ‘De Romantiek’ beschrijft Saffranski de grote Duitse romantici: de gebroeders Schlegel, Tieck, Wackenroder, Novalis, Hölderlin en vele anderen en het staat bol van de soms ronduit eclatante verwoordingen, bijvoorbeeld waar Novalis de Mozart van de jonge romantiek wordt genoemd (pagina 125).
Safranski interpreteert de romantiek als een wereldbeeld en niet louter als stijlperiode in de kunst- en literatuurgeschiedenis. Romantici zijn nu eenmaal groothandelaars in vrij streberige draaiboeken vol filosofische kapsones. Halfgare profeten die, in de woorden van Ludwig Tieck, steeds weer trachtten ‘het gewone vreemd te maken’. Vaak ligt er, zo schrijft hij ‘een schitterende utopie aan onze voeten, alleen zien we daar volledig overheen; alsof we slechts door een telescoop kunnen kijken’. Friedrich Schlegel ging nog een stapje verder en beweerde resoluut dat we ‘de wereld moeten herdenken in poëzie’ (pagina 87 en volgende).
In het tweede deel van het boek overloopt Saffranski de ontwikkeling van het romantische tot op de dag van vandaag. Hierbij gaat hij ook het misbruik van romantische motieven door het nationaalsocialisme niet uit de weg. Hij gaat onverbloemd op zoek naar die tijdstippen waarop het romantische politiek wordt en dus, in zijn oogpunt, ronduit gewelddadig. Dat doet hij opnieuw door een plenum aan denkers en kunstenaars die ‘met de romantiek worstelen’ te laten opdraven: Heine, Wagner, Nietzsche, Thomans Mann, Ernst Jünger en Heidegger.
Eén gedachtenlijn leidt ons via Wagner en het ‘dionysische’ bij Nietzsche naar Heidegger en de ‘stalen romantiek’ van Goebbels’ nationaalsocialisme (pagina 353). Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de nazi-ideologie louter romantisch was. Zo berustte het succes van de nazi’s eveneens op een technologische benadering van oorlog, economie en politieke propaganda die mijlenver van het romantische denken afstond (pagina 354). Maar het virulente nationalisme en de ideeën over het eigen, superieure volk behoren stellig tot de romantische erfenis. Alleen daarom al is het boek fascinerend om te lezen.
Safranski’s boek benadert het romantische fenomeen dan ook vanuit verschillende invalshoeken, waarbij filosofie en literatuur moeiteloos combineerd worden. Jammer eigenlijk dat hij nergens aandacht besteedt aan architectuur en beeldende kunst, en op Wagner na ook niet aan muziek (pagina 275 en volgende). Vreemd, want had Schiller niet geschreven dat kunst door haar spelkarakter de mens bewust kan maken van zijn ongeremde vrijheid en dat esthetische fijgevoeligheid onbetwistbaar aan de basis ligt van de ideeënleer van de romantiek (pagina 41). Niet zelden mondt dat soort overdreven esthetisering uit in openbare wereldvreemdheid. Zo zien we de schrijver en componist E.T.A. Hoffmann in 1813 uit een wonderlijk soort nieuwsgierigheid het slagveld van Dresden betreden met een glas wijn in de hand (pagina 221). Dat soort potsierlijke oorlogszucht en dito escapades vormen als het ware een rode draad door het tweede deel.
Maar aan alles komt een eind; ook aan het tijdperk van de Romantiek. Al leeft het romantische voort als geesteshouding in de poëzie, in de muziek, in de filosofie, in het alledaagse leven en niet in de laatste plaats ook in de politiek. Safranski eindigt zijn zoektocht in de romantiek (het romantische) van de revolutionaire beweging van 1968. ‘Hoeveel romantiek verdraagt de politiek?’, vraagt hij zich af en komt tot de slotsom dat het romantisme bij een bezielde cultuur hoort, maar dat romantische politiek resoluut gevaarlijk is. Voor de romantiek geldt immers hetzelfde als voor de religie: zij moet de verleiding om naar de politieke macht te grijpen kordaat weerstaan. Al te veel fantasie aan de macht was vermoedelijk toch niet zo’n superieur idee (pagina 392).
Nu ja, in de ‘romantiek’ en de hieraan gekoppelde roep om vrijheid, de terugkeer naar de natuur, de overwinning van de jeugd, het bezingen van de liefde en de leus om de verbeelding aan de macht te brengen onstonden nu eenmaal een aantal hardnekkige ‘romantische’ ideeën (over wie wij zijn, over wie we hadden kunnen zijn, over het belang van de eigen cultuur en hoe we best ons leven leiden…) waarop de golven van de in het boek telkens weer opgevoerde Verlichtingsidealen onafgebroken stuk dreigden te slaan. Tot op vandaag. Toch?

Benny Madalijns
Vertaald door Mark Wildschut 
Originele titel: Romantik. Eine Deutsche Affäre.
Rüdiger Safranski
Benny Madalijns
Non-fictie
Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en doctor in de Archeologie & Kunstwetenschappen. Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen, zoals het boek 'Ondanks alles / Malgré tout' (ASP). En schilder & collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. Hij is ondervoorzitter bestuursorgaan Instelling Morele Dienstverlening Vlaams-Brabant. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies