Bas Jongenelen
Benny Madalijns
Non-fictie
  • 1231 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

9 februari 2023 De duivel in de Nederlandse literatuur
Vreemd toch dat de huidige paus Franciscus veel vaker dan zijn voorgangers verwijst naar de Duivel in zijn preken en op Twitter, waar hij maar liefst 40 miljoen volgers heeft. Hij gebruikt daarbij meerdere termen om hem te omschrijven, waaronder Satan, de Verleider, Beëlzebub en de Grote Draak.
Satan is geen metafoor of een vaag concept, maar een echt persoon met duistere krachten, zei hij in december 2017 tijdens een interview voor de katholieke tv-zender TV2000.
Met de Duivel in dialoog gaan is gevaarlijk, waarschuwt hij, en moet ten allen tijde vermeden worden. Hij is slecht. Hij is niet zoals mist. Hij is niet iets diffuus, hij is een persoon. Ik ben ervan overtuigd dat niemand ooit mag praten met Satan – als je dat doet, ben je verloren, zo sprak de kerkvorst. Hij doet altijd alsof hij aardig is – hij doet dat bij priesters, bij bisschoppen. Dat is hoe hij in je hoofd binnendringt. Maar het loopt verkeerd af als je niet op tijd beseft wat er gebeurt. We moeten hem zeggen: ga weg!
Bas Jongenelen (°1968) is docent Nederlands aan de Fontys Lerarenopleiding Tilburg en schreef in 2022 een boek over de duivel in de Nederlandse literatuur. En dan niet als theologisch concept, maar als personage in Nederlandse romans, verhalen, gedichten, popsongs, stripverhalen, vanaf de middeleeuwen tot nu. In tien thematische hoofdstukken gaat Jongenelen in op wat er in onze literatuurgeschiedenis zoal verteld is over waar de duivel van paus Franciscus vandaan komt, onder welke namen hij opduikt en in welk soort kwaad hij zoal gespecialiseerd is.
De auteur wil in zijn boek, naar eigen zeggen, zoveel mogelijk literaire bronnen bespreken en zo min mogelijk volksverhalen en sagen die eeuwenlang rondverteld zijn om in de 19e en 20e eeuw opgetekend te worden. Hij wil de lezer een bruikbare handleiding aanreiken, zodat we hem kunnen plaatsen als we hem tegenkomen in een literaire tekst.
Dirc van Delft beschrijft in zijn Tafel van den Kersten Gheloven (circa 1400) uitvoerig over de zeven hoofdzonden en hoe die zeven hoofdzonden ontegensprekelijk samenhangen met zeven duivels: (…) De eerste heet Beëlzebub, dat betekent: man van vliegen. De volgende duivel heet Asmodeus, dat betekent wurger. De derde duivel heet Behemot, dat betekent een beest, die zich voegt bij de mensen. De vierde duivel heet Mammon, dat betekent: de heer van de rijkdom. De vijfde duivel is Apollion, een verdrietbrengende werker of een beoefenaar van pijn. De zesde duivel is Satan, dat betekent wederzaak – die van jaloezie afgunstig is omdat wij zijn rijk willen bezitten. De zevende duivel is Leviathan, dat betekent: een toelegger van last en van kwaad tot erger (Soorten duivels, pp. 41-46).
Dit boek gaat specifiek over de duivel als literair personage, dus als de duivel in een verhaal slechts genoemd wordt, is dat niet toereikend (want geen personage). Er zijn bovendien nogal wat literaire personages die het slechte vertolken en die duivelse karaktertrekken hebben: Voldemort, Sauron, Darth Vader, Gargamel, De Dikke Deur, Krimson, Professor Moriarty, Mordred, Ernst Stavro Blofeld, Bromsnor, Eucalypta, Ludo Sanders, Meester Kwel, Newman, Dr. Eggman, Skeletor, Megatron, De Baron en vele anderen. Maar Jongenelen behandelt deze verschillende personages niet – zelfs Dracula komt niet voorbij. Niet alleen omdat een aantal van hen niet tot de Nederlandse literatuur behoren, maar ook omdat ze niet de duivel zijn. Ze zijn slecht en ze doen kwaad – maar duivels zijn het niet. De duivel is de duivel als hij de duivel is.
De vroegste vermelding van de duivel op het grondgebied waar tegenwoordig Nederlands wordt gesproken, vinden we op de Tongerse defixio: een vervloekingstablet uit de eerste eeuw na Christus. Het is een loden plaatje van twaalf bij veertien centimeter met een vervloeking erop, opgegraven bij Tongeren. De oudste Nederlandse tekst die overgeleverd is waar de duivel in voorkomt, is de Utrechtse doopbelofte uit de 8e eeuw. Deze doopbelofte op schrift werd door rondreizende missionarissen meegenomen om mensen de gelegenheid te geven zich tot het christendom te bekeren. De tekst is een dialoog tussen de priester en de bekeerling. De priester stelt een vraag en de bekeerling dient er antwoord op te geven (Literaire duivels, pp. 15-16).
Jongenelens boek gaat bovendien over bezetenheid, hoe de duivel kinderen kan verwekken, hoe hij stervelingen pleegt te verleiden en hoe het toeven is in zijn thuisbasis, de hel. Hoe je hem volgens de verhalen kunt oproepen, in veelal met bloed ondertekende contracten je ziel aan hem verkoopt, en hoe vooral boeren hem uiteindelijk dan toch te slim af zijn. En natuurlijk over hoe met name allerlei voorafbeeldingen van de ‘berouwvolle zondaar’ vaak nog net op tijd uit zijn lelijke klauwen kan redden. En dan gaat het niet alleen om bekend werk als Mariken van Nieumeghen (pp.116-117) , Vondels Lucifer (pp. 24-26), Vestdijks De kelner en de levenden (pp.98-100). Ook Hannah van Binsbergen (pp. 27-28), A.F.Th van der Heijden (pp.79-82), Hubert Lampo (p.139), Jacomijne Costers (pp. 87-91), drs. P. (p. 23), kabouter Wiplala (p. 105), ‘poenschepper’ Lambik (p. 172-174)), Faust en zijn knecht Wagenaar (pp.130-138), en ridder Walewein (pp. 150-154) fietsen voorbij.
Jongenelens heilige overtuiging dat de duivel een verzinsel is, leidt overigens tot een interessant hoofdstuk over hoe bijvoorbeeld in kluchten gelovige onnozelaars flink opgelicht kunnen worden met duivelse verkleedpartijen, sluwe goocheltrucs en toverspreuken in pseudo-Latijn of koeterwaals: La hu bolda merlo, cras in saluo regghen / Quod, quid, quus, quas, quom, qua, dixit qui & quara / Et omnes doemones, qui ad inferos habitare (De duivel gespeeld, p. 207).
Ik vond het bijzonder jammer dat de auteur het naliet om ook maar enigszins te verwijzen naar hét meesterwerk der meesterwerken wat duivelse aangelegenheden betreft: De meester en Margarita van de Oekraïens-Russische schrijver Michael Boelgakov. De duivel en zijn handlangers overvallen, ergens tussen 1925 en 1940, de Russische stad Moskou. De stad is in paniek: willekeurige mensen worden plotseling krankzinnig of onthoofd, veranderen in vampiers of verdwijnen op mysterieuze wijze. De eerste zwaar gecensureerde versie van het boek verscheen pas in 1967. Het geldt vandaag als een van de belangrijkste romans uit de 20e-eeuwse wereldliteratuur.
Ondanks dit toch wel belangrijke manco werkt Jongelens boek mijns inziens nochtans bijzonder aanstekelijk. Het staat bol van droge humor, kromme logica en ironische of sarcastische commentaren. Bovendien jongleert hij met een overvol blik nieuwsgierigmakende titels. Ergo. Dankzij zijn wijze raadgevingen weet ik nu tenminste waarop ik moet letten, als ik ‘de Verleider’ of een van zijn goddeloze trawanten straks weer eens tegenkom, al dan niet in een verzonnen verhaal. En vermits Franciscus officieel bevestigde dat de duivel echt bestaat, voel ik me om zo te zeggen pauselijk gerechtvaardigd om deze recensie aan het Humanistisch Verbond aan te bieden.
Toffe peer die duivel van Jongenelen! Hoe reëel zijn bestaan ook moge zijn, de duivel waarover hij het in dit uitdagende boek van uitgeverij Gompel & Svacina heeft, laat zich niet gemakkelijk pakken. Mogelijk omdat hij zich afwisselend laat aanspreken met ronkende titels als Masceroen, Satan, Lucifer, Beëlzebub, Mephisto, Heyntje-Pek, de Lasteraar, Bafometh, Moenen, Tortelblisse, Modicack, Niek, Joost, de Tegenstander en de Morgenster.
Nuja. Pleased to meet you / Hope you guess my name / But what's puzzling you / Is the nature of my game (met dank aan The Rolling Stones en hun onnavolgbare hit Sympathy for the Devil uit 1968).

Benny Madalijns
Bas Jongenelen
Benny Madalijns
Non-fictie
Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en doctor in de Archeologie & Kunstwetenschappen. Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen, zoals het boek 'Ondanks alles / Malgré tout' (ASP). En schilder & collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. Hij is ondervoorzitter bestuursorgaan Instelling Morele Dienstverlening Vlaams-Brabant. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies