Kwintessens
Geschreven door Yves Schelpe
  • 189 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

28 augustus 2025 Over neutraliteit die kleur bekent
De recente commotie rond de verklaring van Belgische rectoren over Gaza heropent een oude vraag: moet een universiteit zich als instelling uitspreken over politiek gevoelige kwesties? Enkele stemmen uit academische, filosofische en politieke hoek verwezen daarbij naar het idee dat de universiteit het huis van critici is, maar niet zélf de criticus en besloten dan met de argumentatie: zwijg dan liever. Het is een elegante en verleidelijke stelregel. Maar is ze ook afdoende en houdt deze ook stand?
Ik ga niet in op het onderwerp zelf, maar wel op de manier waarop erover wordt geredeneerd. Daarmee wil ik het kader verschuiven: selectiviteit is niet per definitie hypocrisie. Dat je niet overal op reageert, maakt het niet automatisch fout om bij uitzonderlijke gebeurtenissen wel te spreken. Het sluit ook niet uit dat er ondertussen elders wel wordt gewerkt, nagedacht, geluisterd en gehandeld; veel daarvan gebeurt nu eenmaal buiten het zicht van het persbericht.
Toch wil ik die neutraliteit en het belang ervan niet zomaar wegwuiven. De verwijzing naar strikte institutionele neutraliteit heeft waarde: ze beschermt interne diversiteit en voorkomt dat minderheidsstandpunten in de verdrukking komen. Wanneer neutraliteit niet actief bewaakt wordt, kan ze door wisselende meerderheden of activistische druk worden ondergraven en zelf tot partijdigheid verworden. Juist daarom moeten instellingen hier grondig over nadenken en zeer duidelijk, transparant en genuanceerd communiceren. Dat betekent heldere lijnen aangeven over waarom men spreekt, welke criteria gelden, en welke revisies of herzieningen ingebouwd worden op de stellingname. 
Neutraliteit is een middel om academische vrijheid te waarborgen, geen doel op zichzelf. In extreme omstandigheden kan dat middel botsen met een andere academische waarde: waarheidsliefde gekoppeld aan menselijke waardigheid. Dan wordt de vraag niet 'moet je altijd spreken?', maar 'bestaat er een drempel waarboven zwijgen moreel problematisch wordt?'.
_De valkuil van zwart-wit
Het 'zwijg-dan-liever'-argument suggereert een binaire wereld. De werkelijkheid is grijs. We kunnen helder criteria definiëren die uitzonderingen rechtvaardigen, zonder meteen elk nieuwsfeit te becommentariëren. Denk aan de ernst of het unieke karakter, grove of systematische mensenrechtenschendingen die een uitzonderlijke drempel overschrijden. Maar ook de nabijheid en verantwoordelijkheid, een directe impact op studenten, personeel, partnerinstellingen of lopende academische samenwerking.
Historisch gezien is dat niets nieuws: tijdens de apartheid namen sommige universiteiten wereldwijd publiekelijk stelling tegen academische samenwerking met Zuid-Afrikaanse instellingen; zonder dat hun interne academische vrijheid daardoor instortte. Hetzelfde gold toen een aantal universiteiten openlijk pleitten voor klimaatmaatregelen; ook daar bleef intern debat mogelijk. Zulke voorbeelden tonen dat spreken niet automatisch leidt tot institutionele verlamming of activistische overname.
Er is ook een toegevoegde waarde: het onderwerp ligt op domeinen waar de universiteit raakvlakken of aantoonbare expertise heeft. Wel is zoiets best gebonden aan enkele garanties en een transparant proces: hoor en wederhoor, tijdsgebondenheid (door het te herzien na x-aantal maanden), en expliciet respect voor interne discussie en debat. Met zulke spelregels kweek je voorspelbaarheid zonder rigiditeit of zwart-witdenken. Je beperkt precedenten niet door te zwijgen, maar door duidelijk te zeggen wanneer en waarom je spreekt.
Dat zoiets niet makkelijk is, dat is evident. Maar wie die uitdaging uit de weg zou gaan, lijkt me de kern van leren, van debatteren, van onderzoeken, niet meer te vatten.
_Gevoeligheid als excuus
Neem thema's zoals euthanasie of abortus. Stel dat er binnen de academische gemeenschap een breed gedragen, door onderzoek onderbouwd inzicht bestaat over wat goede zorg en autonomie inhoudt. Moet een universiteit daar dan over zwijgen, alleen omdat het politiek gevoelig ligt? Dat is geen bescherming van het debat, maar eerder toegeven aan die gevoeligheid. Bij sommige onderwerpen gaat het nooit alleen om wetenschap – er zit altijd een keuze achter. Is die gevoeligheid dan echt een reden om te zwijgen?
Vaak volgt de vraag dan, vaak als argument: 'waarom wel reageren op het ene onderwerp, maar niet op het andere, zoals conflicten in Soedan of Jemen die minder aandacht krijgen?'. Een logische vraag, maar ze lost weinig op. Ze dwingt ons juist om duidelijke criteria te maken en daar open over te zijn. En ja, we moeten elkaar dan blijven vragen: 'Past dit binnen de drempels die we zelf hebben afgesproken?'.
Dat is geen teken van zwakte, maar precies wat je mag verwachten van universiteiten en het middenveld: keuzes uitleggen, herzien en steeds opnieuw toetsen aan de werkelijkheid.
_De zachte plicht om niet weg te kijken
Ik pleitte hier eerder al voor nuance, traagheid en luisteren: geen snelle verontwaardiging, maar wel eerst goed afwegen. Dat blijf ik verdedigen. Maar traag zijn is niet hetzelfde als stil blijven. Soms is spreken geen politieke reflex, maar gewoon een menselijke noodzaak. Juist omdat een universiteit meer is dan een gebouw waar meningen passeren. Ze heeft ook een zorgplicht voor haar gemeenschap en haar waarden. 
Wie weigert, moet uitleggen waarom – anders vult de ander je stilte zelf in. Dat geldt ook voor maatschappelijke thema's: als instellingen alleen zwijgen, bepalen anderen de betekenis van dat zwijgen.
We weten hoe gemakkelijk een meerderheid het verhaal van de autoriteit overneemt. Stilte kan dus betekenen dat je de dominante framing gewoon laat passeren.
En het vermijden van zwart-witdenken blijft cruciaal: morele realiteit is vaak grijs en vraagt om afweging per geval. Neutraliteit kan een waardevolle regel zijn, maar geen dogma dat elke morele afweging uitschakelt.
Luisteren is bovendien geen passieve bezigheid, maar ook actief aandacht geven aan wat niet gezegd wordt. Misschien is dat ook de rol die we van universiteiten mogen verwachten: luisteren, analyseren, en waar de feiten ondubbelzinnig wijzen op ernstige schendingen, die stilte doorbreken. Niet als verlengstuk van een actiegroep, maar als behoeder van een bredere, humane waarheid.
_Wanneer stilte kleur bekent
Neutraliteit is geen vrijgeleide om nooit kleur te bekennen. Het vraagt zelfreflectie, context en moed – de moed om te spreken waar dat nodig is, en de moed om te zwijgen waar woorden alleen maar ruis zouden toevoegen. Maar zwijgen zonder afweging? Dat is geen neutraliteit, dat is gemak.
Als we altijd 'liever zwijgen', geven we het publieke gesprek uit handen aan de luidste extremen. Neutraliteit kan mooi zijn, maar zwijgen is niet altijd neutraal, integendeel: soms is het gewoon niets doen. De discussie is niet of universiteiten zich mogen mengen in gevoelige kwesties, maar op welk moment ze mogen spreken en onder welke voorwaarden ze dat best doen. Volgens mij altijd volgens duidelijke spelregels en zonder dat er intern één mening wordt opgedrongen. Een voorbeeld van zo'n kader kunnen zogenoemde 'brave spaces' zijn. Zulke modellen tonen dat er raamwerken bestaan (o.a. op de VUB, maar ook andere onderwijsinstellingen) om 'moeilijke gesprekken' mogelijk te maken, pluralisme en academische vrijheid te beschermen – en ook binnen de context wanneer een universiteit een standpunt inneemt over een moreel thema.
En voor wie die slogan 'zwijg dan liever' toch verleidelijk en veilig klinkt: veiligheid is niet altijd moedig. Soms is spreken geen partijpolitiek standpunt innemen, maar gewoon de minst laffe optie, ook als ze niet zonder risico is.
_Addendum & introspectie (19/08/2025)
Zoals ik in mijn inleiding reeds schreef, erken ik de risico's van het doorbreken van neutraliteit. Daarom kan een universiteit of instelling dat voor mij alleen onder strikte voorwaarden: duidelijk aangeven waarom ze spreekt, op basis van welke criteria, en met ingebouwde herzieningen na verloop van tijd. Zo blijft er, zelfs wanneer neutraliteit tijdelijk wordt losgelaten, een schild dat interne diversiteit waarborgt zonder het debat te fnuiken of nieuwe ideeën te laten afvlakken.
Mijn voorkeur gaat nog altijd uit naar individuele stemmen, en naar stemmen die zich verenigen; dat signaal blijft sterker en gezonder. Maar enkel bij hoge uitzondering, en mét heldere spelregels, kan ook een instelling spreken over morele standpunten. Zolang ook duidelijk blijft dat ze daar nooit toe verplicht is.
Kwintessens
Yves Schelpe is analist en programmeur overdag, muzikant bij nacht (als Psy'Aviah), amateur simracer en fotograaf wanneer er nog tijd rest.
_Yves Schelpe -
Meer van Yves Schelpe

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws