Brian Herbert en Kevin J. Anderson
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 2041 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

5 april 2023 DUNE. De Graphic Novel, Boek 1 en Boek 2
Met reden is “Dune” is een van de meest bekende sciencefiction verhalen ooit. Niet alleen is het spannend, berust het op de rijke verbeelding kenmerkend voor alle goede scifi, maar het is ontegensprekelijk ook een roman met rijke literaire kwaliteiten. Geschreven met zinnen die gedragen worden door een eigen cadans, bijzonder taalgebruik met zelfgeschapen woordenschat, een unieke wereld en verhaal die bijblijven.
Het speelt zich vanzelfsprekend af duizenden jaren in de toekomst wanneer de mensensoort zich over alle planeten van het bekende universum heeft verspreid. Met de verspreiding van mensen worden adellijke huizen gevormd, waarbij elk een planetair systeem bestuurt. Leto, het hoofd van Huis Artreides gehoorzaamt aan zijn keizer, Shaddam IV. Hij besluit Caladan, zijn thuisplaneet, te verlaten en met zijn ganse volk naar Planeet Arrakis te verhuizen. De planeet is uiterst belangrijk, omdat daar een substantie te vinden is die Mélange heet. Het is een stof die onontbeerlijk is voor het runnen van zowat alles in de beschaafde werelden van het heelal en het is een verslavende drug. Leto is ervan overtuigd dat zijn vijanden tegen hem samenspannen.
Mélange ligt echter niet zomaar voor het rapen. Ze moet onttrokken worden aan het woestijnzand. Woestijn is er genoeg. Het grootste deel van de oppervlakte van Arrakis bestaat uit een onmetelijke, onherbergzame zandwoestijn. In die woestijn leven echter reuzengrote zandwormen, die de ontginning uiterst moeilijk maken. Met grote snelheid voortbewegend onder de zandoppervlakte komen ze op elke beweging af. Op mensen en dus zeker op kleine fabriekjes die met helikopters op het zand geplaatst worden en proberen zo snel en zoveel mogelijk Mélange te ontginnen vooraleer het soms wel 400 meterlange monster komt opdagen en zonder moeite de ganse ontginningseenheid met man en muis opslokt.
Arrakis woestijnplaneet beter bekend als Dune.
In holen en grotten van de woestijn leeft nog altijd een volk - de Fremen- die de oorspronkelijke bevolking van Arrakis uitmaakten, maar door Keizer Shaddam IV onderdrukt werden en grotendeels uitgemoord. Zo denkt Leto tenminste. Dune heeft als centraal personage Paul Atreides, de jonge zoon van Leto en erfgenaam van Huis Atreides, die door de Fremen beschouwd zal worden als Muad’ Dib, een profetische leider die hen volgens een oude legende zal bevrijden.
Bij het begin van het verhaal komt Pauls moeder, Jesssica, die zelf een Bene Gesserit is, met speciale krachten zoals stemcontrole, Paul halen om door Eerwaarde Moeder Mohaim met een legendarische test op de proef gesteld te worden. Ze wil weten of hij al dan niet de Kwisatz Hadderach zou zijn. Het is duidelijk, de vragen rond Paul stapelen zich op. Als hij de test niet kan doorstaan, volgt dadelijk de dood. Toch moeten hij en zijn moeder gehoorzamen. Hij moet zijn hand in de Gom Jabbar plaatsen en ze er niet uittrekken, alhoewel er ondraaglijke pijnen zullen ontstaan die almaar toenemen.
Ik laat je een stukje tekst lezen om de kwaliteit en de “klank” van het schrijverschap even te kunnen ervaren.
“Uit de plooien van haar gewaad haalde ze een kubusvormig groen metalen doosje tevoorschijn met een ribbe van 15 cm. Ze draaide het om en Paul zag dat het aan een kant open was - zwart en vreemd beangstigend. Geen licht drong binnen in dat zwarte gat.” Leg je rechterhand in de doos,” zei ze. Paul balde zijn linkerhand tot een vuist toen het brandende gevoel in de andere hand heviger werd. Het werd langzaam erger en erger. Hij voelde hoe de nagels van zijn vrije hand in zijn handpalmen beten. Hij probeerde de vingers van de brandende hand te bewegen maar hij kon het niet. “Het brandt”, fluisterde hij. De pijn steeg kloppend omhoog in zijn arm, het zweet parelde op zijn voorhoofd, elke vezel van zijn lichaam schreeuwde erom dat hij zijn hand uit dat brandende gat zou trekken. Pijn! In zijn wereld bestond nog slechts die gefolterde hand en het oude gezicht van de eerwaarde moeder dat hem van een paar centimeter afstand aanstaarde. Zijn lippen waren zo droog dat hij ze nauwelijks van elkaar kreeg. Het brandt! Het brandt! Hij meende te voelen hoe zijn huid zwart opkrulde, het vlees schroeide en wegslonk tot alleen de verkoolde botten overbleven.”
Paul weerstaat de pijn en als hij zijn hand weer uit de doos mag trekken, is die volkomen gaaf.
Hij weet nu dat er met hem wat is, maar het wordt nog niet duidelijk gemaakt. Als Huis Atreides op hun nieuwe planeet aankomen, is het meteen duidelijk. Er is bedrieglijk en gevaarlijk bedrog in het spel. Er is een verrader in hun midden en overal zijn er gevaarlijke vallen geplaatst, die Paul bijna het leven kosten. Ze vliegen meteen de woestijn in om een ontginningsploeg aan het werk te zien. Daar blijkt de helikopter die met de ontginningseenheid moet wegvliegen gesaboteerd te zijn. De graaf en zijn team kunnen de werkploeg redden gevaar van eigen leven en door de eenheid achter te laten. Het nieuws verspreidt zich dat de graaf de levens van de mensen boven materieel bezit stelt.
De dramatische spanning van de eerste paar honderd pagina's komt voort uit het feit dat je weet dat er een onvermijdelijk verraad aan de horizon wacht en de vraag of er voldoende vertrouwen zal ontstaan bij de nieuwe heersers. Voor de rest is er de overheersende woestijn, het zand, de hitte, het ongelooflijk belang van water waarvan iedere druppel kostbaar is, de Fremen die de woestijn kennen zoals geen en of die vriend of vijand zullen zijn.
Je stapt in deze scifi roman een nieuwe wereld binnen. Een wereld en een verhaal met mensen waarvan er enkele zekere bovenmenselijke karaktereigenschappen hebben, met chopters (helikopters met gevederde vleugels), met als wapens dolken en zwaarden, sommige met een mythisch verleden en dus speciale krachten, naast hypermodern schiettuig allerhande, speciale pakken stillsuits die men moet dragen om in de woestijn te kunnen overleven en die geen druppel van je vocht laten verloren gaan, zelfs niet je urine die gerecycleerd wordt, wijze, overgeleverde spreuken of gekend vanuit boeken, het Kwaadaardige en onverbiddelijk Boze versus het rechtvaardige, het schone, het waardige, dreigingen, intriges, dubbeltalk, moorden, dromen, de kracht van de geest, middeleeuwse kledij samen met de meest futuristische uitrusting, hoop, het belang van geslacht, helden(daden), bloedgeboorte, familielijnen, subtiel woordenspel, de liefde bedrijven, eerder brutale en soms liefdevolle seks, sluwheid, complotten, de kracht van de kunstvorm, rechtvaardigheid, trouw, de waarheid, moed, voorspellingen, het juiste kiezen, deemoed… geestverruimende middelen en middeltjes. Een vreemd amalgaam…
En toch geloof je in die wereld, zoals je gelooft in ieder goed verteld verhaal, van sprookje tot literair meesterwerk en leef je erin mee, vooral met de hoofdpersonages, hun strijd en streven, met een dapper, onderdrukt en fier volk, met wat juist en rechtvaardig is.
Dune was in de jaren 60 een uit de scifi-ondergrond (een ernstig iemand las geen sciencefiction…) groeiend, niet te stoppen cultverhaal. Begrijpelijk, want het is niet enkel een goed verhaal, het is gewoon een knappe, intelligente, literair sterke roman. De ervaring met de drie eerste boeken - dagenlang in onze zonnige boomgaard zitten lezen, zoemende bijen rondom en de tijd die niet meer bestond - is het soort ervaring dat je bijblijft en gedeeld wordt door velen.
Ik liet je al het stukje met de Gom Jabbar lezen. Ik geef je er nog eentje, alhoewel twee dergelijke kruimels niet volstaan.
Paul staat klaar voor een tweegevecht.
“Paul staarde door de ring naar Jamis. Het lichaam van de man zag eruit als een stelletje verknoopte pezen om een uitgedroogd skelet. Zijn krysmes glansde melkig geel in het licht van de gloeibollen. Paul werd door angst overspoeld. Plotseling voelde hij zich alleen en onbeschermd, hier in deze kring van mensen, onder het doffe, gele licht. Zijn helderziendheid had hem kennisgegeven van talloze ervaringen, had hem aanwijzingen gegeven omtrent de sterkste stromingen van de toekomst de snaren van beslissingen die hem leidden, maar dit was het werkelijke nu. Dit was de dood die afhing van een oneindig aantal kleine ongelukjes. Alles kon hier de toekomst een bepaalde kant opsturen, besefte hij. Iemand die kuchte in de groep van toeschouwers, een afleiding. Een verandering in de helderheid van de gloeibollen, een misleidende schaduw. “Ik ben bang”, constateerde Paul.”
Tot zover om te benadrukken dat deze roman een literair werk is volledig gebouwd op de kracht van woord en zin. Een stripverhaal bestaat in opeenvolging van vakjes, frames, plaatjes die na elkaar geplaatst zijn, zo een strip vormen waarmee het verhaal verteld wordt… Wat oorspronkelijk gebruikt werd om op deze manier grappige verhaaltjes te vertellen (in het Engels heten ze nog altijd comics) groeide in lengte, onderwerp, kunde, stijl. Terwijl vroeger door en aan de opvoeders aangeraden werd kinderen geen stripverhalen te laten lezen, verschenen er weldra strips in de krant en waren die zo populair dat een stevig percentage abonnees van een bepaalde krant met de striptekenaar mee verhuisden naar een andere krant... Aan bepaalde tekenaars en hun stijl en werk werden massa’s artikelen en boeken gewijd. Dan kwam, eerst schuchter, het woord kunst opdagen en een toenemend aantal stripalbums waren dat en zijn dat ook nu meer en meer. Er worden bijzonder goede stripalbums getekend. Sommige tekenaars of reeksen kregen een echte cult aanhang. Sommige werden mooier uitgegeven dan de gewone, soms ongelooflijke goedkope, stripboekjes die aan de lopende band en met slappe kaftjes geproduceerd werden.
Eén van de genres die dikwijls aanleiding geven tot merkwaardige verstrippingen zijn romans.
Wat heel erg gewaagd is, heel erg moeilijk en dikwijls jarenlang teamwerk vereist. Een graphic novel is een getekend iets, samengesteld uit lijnen, het afgebeelde meestal in vakjes gestopt met zo weinig mogelijk tekst omdat de beelden alles moeten vertellen en dat soms zelfs beter doen dan de geschreven versie. De passage met de Gom Jabbar is daar een goed voorbeeld van. Dat moet. Anders versmachten de tekeningen omdat de frames volgepropt zitten met tekst. Enkele striptekenaars tekenden toch de betere strip maar deze graphic novel bleef lange tijd beperkt tot enkele groten, zoals Peeters-Schuiten en Moebius. Daar is nu veel verandering in gekomen. Plots zijn daar parels zoals Bleekwater en Beatrice van Joris Mertens, een monument zoals De Bom, heerlijke juweeltjes zoals de Boekenezel van Cordoba of de werkelijk baanbrekend inventieve Stolp van Odija en Stefaniec, de knap beheerste Een stil geloof in Engelen en andere.
Nu ligt ook het driedelig verstripte Dune in de winkel, getekend en verteld in die bijzondere 9e kunstvorm.
Dit, om toch eventjes te duiden dat het heel moeilijk is om kritisch over sommige graphic novels te schrijven, want er is zoveel in geïnvesteerd. De ambitie van de makers van Dune was dat het de meest definitieve stripversie van dit boek die sinds 1965 altijd al als één van de grote scifi-boeken ooit beschouwd werd, en het moest een getrouwe adaptie zijn - geen eigen interpretatie, geen eigen stempel hebben. Wat volgens mij een onmogelijke opgave is. Tussen woorden, die bij de lezer een eigen ver-beeld-ing oproepen en het beeld dat getekend werd en daar staat, is er onverbiddelijk een groot verschil. De verbeelding van de schrijver en de lezer zijn al niet dezelfde, laat staan die van tekenaars.
Wat meteen opvalt is de tekenstijl. Je wil meteen de personages zien, de grootse figuren, de mythische helden zoals je ze kent vanuit je ervaring en verbeelding van lang geleden. Je herkent ze niet. Ze zijn zo netjes, zo fijnlijnig “af” en “gewoon” uit het dagelijks leven gegrepen zijn. Ze zijn te “proper”, te werkelijk, hen ontbreekt de geur en de kleur van de mythe waarin ze moeten baden. Paul, bijvoorbeeld, is een gewone jongen en heeft niets van het “andere”, het legendarische, de persoon die ongekende krachten in zich draagt, ongewone dingen zal doen. Zijn moeder is mooi, natuurlijk, maar veel te jong, zonder die betoverende uitstraling van zienster, iemand die met haar stem anderen kan beheersen, die een “zienster” is, maar als het er op aankomt duchtig strijdvaardig uit de hoek komt. Ook Leto Atreidis is veel te gewoon, straalt niet die aanwezigheid, buitengewone kracht en leiderschap uit die aan hem toegekend worden. Tegenover zoveel bedrog, sluwheid, geweld, wreedheid, bedreiging, heb je als lezer deze helden nodig, personen waar je mee meeleeft, strijdt, hoopt, lijdt, twijfelt en bijna zeker weet dat ze “het” zullen kunnen. Je houdt ergens van ze. De aanblik van “gewone” personages ontgoochelt dan natuurlijk.
Wat niet wil zeggen dat deze personages niet doen wat de omstandigheden en het verhaal van hen vereisen. Dat doen ze prachtig, bewonderenswaardig en toenemend overtuigend, naargelang het verhaal vordert. In zulke mate dat ze er ook iets meer gaan uitzien zoals er van hen verwacht wordt. Het verhaal "is" er, neemt je mee, omhult je, verrast. Je wil gretig verder lezen en toch afremmen, langer genieten.
Als je de twee uittrekseltjes die ik meegaf, gelezen hebt, zal het meteen duidelijk zijn hoe ongewoon moeilijk het is het geschreven verhaal om te zetten in een getekend verhaal. Toch lukken de tekenaars daar herhaaldelijk zeer goed in. De tweede doelstelling van de makers, het moet een getrouwe adaptie zijn, is waarschijnlijk een jammer iets, want door gedeeltelijk je eigen ding te doen, experimenteer je, doe je vondsten, ben je creatiever. Die drive mis je ergens.
De prettige kant ervan voor de lezer is dat het verhaal er helemaal is, dat je alles stap voor stap “her-kent”, kan meelezen, mee herinneren en met verwachting uitkijken naar wat gebeurt op de volgende pagina’s en waarvan je weet dat het er zal zijn.
Niet alleen de ervaring van Paul met de Gom Jabbar maar herhaaldelijk, doorheen het boek met sterke beelden van de woestijn, de zandworm in actie, de grotten. Deel één is minstens even goed en eigenlijk sterker. Alles wat vliegt is hyper sciencefiction, modern, in een decor van gestroomlijnde hypermoderne gebouwen, steden en grootse luchten.
Het verhaal groeit, krijgt meer zwier en vaart, ook de tekening krijgt een duidelijke eigenheid, wordt overtuigender, zou zelfs meer ruimte kunnen gebruiken. De kleuren zijn bijzonder, soms grenzend aan het fluorescerende, gericht op het passende, sfeer scheppende effect. De dialogen komen uit de roman. Een vondst: om ruimte voor het beeld te laten, worden innerlijke dialoog en gedachten in aparte lijstjes weergegeven, met een eigen kleur voor iedere denker.
Het is een anomalie dat je je als recensent in bochten moet wringen om duidelijk te maken dat je hier toch echt twee prachtige albums in handen hebt. Iedereen die de oorspronkelijke Dune-romans niet gelezen heeft, is te benijden met een juweel van een verhaal en bijzondere striproman. De oudere lezer krijgt te maken met de Dune-vloek van een boek dat zich niet laat om-scheppen. Ook niet in een film, trouwens. De laatste verfilming krijgt bijna de juiste personages en de juiste atmosfeer te pakken, maar verliest zich hopeloos in gebrek aan lengte en in de Holywoodiaanse special effects.

Ik kijk uit naar een nog verder groeiend derde deel De profeet en ga eens proeven van een driedelige prequel De jonge jaren van Hertog Leto en andere spin-off verhalen.

Victor De Raeymaeker
Dune, de graphic novel 2
Dune was een zesdelige reeks sciencefictionromans van de Amerikaanse schrijver Frank Herbert (1920-1986). Adaptie naar stripromans door zijn zoon Brian Herbert.
Scenario door Brian Herbert en Kevin J. Anderson.
Getekend door Raul Allen en Patricia Martin.
Brian Herbert en Kevin J. Anderson
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies