Clara Lodewick
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 758 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

17 mei 2023 Merel
De “tentoonstelling bestaat al 45 jaar. Dankzij onze vrijwilligers”, herinnert de voorzitter de deelnemers en publiek. Dan worden er allerlei “bijzondere prijzen” uitgereikt vooraleer de “eerste prijs van alle categorieën” toegekend wordt. Merel wint ook dit jaar geen prijs op deze eenden-competitie en troost haar eend Frida en zichzelf met het besluit: “De Jury heeft gewoon geen smaak.”
Eenden kweken, is de eerste grote hobby waarrond het leven van Merel (45) draait. Ze woont in een klein boerderijtje in een klein dorpje op het Vlaamse platteland, kent iedereen (iedereen kent trouwens iedereen), gaat op café – de ontmoetingsplek van alle dorpelingen -  en geniet voor de rest van haar tijd, die ze alleen doorbrengt, van de kleine dagelijkse dingen, in en om het huis.
Haar tweede hobby is voetbal. Ze mist geen enkele wedstrijd, wat trouwens niet kan, want ze schrijft het verslag van iedere match voor de plaatselijke krant.
Ze is eerder klein van gestalte, een stevige Permeke-achtige vrouw met grote handen, alleenstaand, goed in haar sneakers. Iedereen in het dorp vindt haar sympathiek, omdat ze zich niet aanstelt, een milde humor heeft, anderen helpt waar dat past, rustig van haar landelijk huisje, tuin en eenden geniet, naar dat huwelijksfeest gaat, vandaag, het gebraden varken mee bewondert, meeluistert naar de speech van de lichtjes dronken vader van de bruid.
Er is één spelbreker. Suzie, de moeder van een lief jongetje, Finn. Die twee zitten thuis te wachten om te beginnen met eten, want papa is laat, na het voetbal. De avond wordt erg onprettig, want mama ruziet nijdig met Geert, haar man, terwijl het ventje er ongelukkig bij zit en er later verder moet naar luisteren van uit zijn bedje. Het is duidelijk dat het niet goed gaat met dat huwelijk.
Op een gezellig samenzijn de avond dat de ”45 jaar KVC Vollen” gevierd wordt, vraagt Suzie in de loop van een conversatie aan Merel wat ze denkt van de nieuwe douches. Eenvoudig vraagje tussen andere babbel maar toch het punt waarop het allemaal begint…
Merel antwoordt met een grapje: “Ah ja, heel schoon! Maar ik ben niet gebleven, want je man stond daar, poedelnaakt.” Iedereen lacht hartelijk. Behalve Suzie. Haar relatie met haar man is immers niet goed. Ze is nijdig. Ze praat over Merel. En praat. Het soort “Er is geen rook zonder vuur”-praat. “Ze slaapt met alle mannen in het rond.” In de kortste tijd krijgt Merel een reputatie. ”Ik heb gehoord...”, “Ze had ooit...” “Ze speelt het slim.” Suzie beklaagt zich bij haar vriendinnen. De roddels over Merel zwellen aan.
Suzie is erg jaloers en vraagt haar man om zich na zijn voetbaltraining naar huis te haasten. Het is uitgesloten dat Merel dicht bij hem kan staan. Erger nog, ze vertelt haar zoon Finn dat Merel een slechte vrouw is.  Alles wordt vervormd. Ze vertelt opzettelijke leugens, bijvoorbeeld aan de winkelierster. “Merel zegt dat, gezien het gezicht dat je trekt...” Verzinsels over haar leven beginnen de ronde te doen. Roddels gaan hun gang. Ze wordt bekritiseerd omdat ze te aanwezig is. “Overal zijn en alles weten.”
Kinderen herhalen wat hun ouders zeggen binnen hun besloten, kleine kringen, zonder filter en zonder de gevolgen te begrijpen. Haar vroegere vrienden, de mannen met wie ze biertjes dronk en de kinderen, keren zich af van haar. Ze wordt verstoten zonder echt te begrijpen waarom. Vooral wat de kinderen doen, treft haar, natuurlijk. En die doen echt onprettige dingen. Tot zelfs haar haar afknippen als op een avond in slaap valt met haar hoofd door het raam van haar auto.
Het wreedste en meest pijnlijke is wat gebeurt met haar eend en wat haar in het donker van de avond luidop doet huilen, zo luid dat men het overal in het dorp kan horen. Ook de kleine Finn, die als enige van Merel is blijven houden en haar bij haar thuis gaat helpen.
Merel is bijzonder. Hoe pijnlijk het ook is, hoe onbegrijpelijk ook, hoe kwetsend. En alhoewel Merel ook boos wordt op diegenen die het goed menen of die het weer goed willen maken, op geen enkel ogenblik wordt ze onredelijk of neemt ze de verkeerde beslissing. Ook niet wanneer haar jongere vriend (30) haar aanzet tot aanklacht en represailles. Toch blijf je verwachten dat ze zoiets niet zal kunnen volhouden. Niemand praat nog met haar. Ze vangt roddels op. Haar banden worden stuk gemaakt. Ze moet gaan winkelen in een ander dorp. Een ganse winter gaat zo voorbij. Ze blijft terugvallen op zichzelf, op wat schoonmenselijk is, op wat waardig is. 
Het is een eigenaardig soort album. Alles speelt zich af in een artificieël wereldje, in een niet zo ver verleden, nog voor het digitale tijdperk. Toch gebruikt Merel een gsm en op de redactie van de krant zie je laptopschermen. In een digitale omgeving zou zo een roddel campagne niet kunnen, zoals hier, met keine, insinuerende oppmerkingetjes, over de schouder kijkende, fluisterende groepjes.
Het is een verhaal dat lijkt plaats te vinden binnen het kader van een ander, artificieël verhaal en daar uitgepikt werd als les, als fabel, om iets duidelijk te maken, scherp te stellen. Het grotere geheel is een folkloristisch aandoend Vlaams dorpje, met een kerk in het midden, maar zonder pastoor of godsdienst, zonder politiek, zonder andere echo van de rest van de wereld.
Het verhaal van Merel is een stripverhaal dat dat zich pijnlijk scherp concentreert op pesten, het lelijke van achterklap, van roddel, van onderliggende jaloezie, menselijke wreedheid, lafheid, die nog duidelijker wordt omdat er sporadisch toch iemand is die boos wordt en er tegenin gaat en door de enkele schone mensen zoals de aandoenlijke, kleine Finn, symbool van onschuld en instrument van katharsis.
Het is ook eigenaardig omdat het een eerste strip is, getekend in een tekenstijl die grenst aan het kinderlijke, zoals die gebruikt wordt in kinderboekjes, waarbij gelaatsuitdrukkingen onduidelijk zijn, de lichaamsbewegingen niet uitgesproken en veel overgelaten wordt aan de invulling door de verbeelding van de kijker of gewoon in stilte gedacht wordt. De personages zijn nog onvast en lijken niet altijd op de zichzelf van vorige platen. En toch behandelt het een zeer volwassen thema. Net door het weglaten van al het overbodige tekent het uiterst scherp dat ene, enkele menselijke thema en zoomt er onverdragelijk pijnlijk op in.
Merel is het debuutalbum van Clara Lodewick (Brussel 1996), Sint-Lucasschool, “Haute École Saint-Luc“ een typisch Brusselse, vlot zowel in het Vlaams als in het Frans. Ze kent het plattelandsleven natuurlijk maar enkel zoals het nu is en dat gelijkt slechts heel weinig op het Vlaamse dorp in deze strip dat een vreemde anomalie blijft vertonen van oubollig-romantisch doordrenkt met het hedendaagse.
Toch vertelt ze het hele “Merel”-gebeuren op zulke manier dat je meespeelt, meevoelt. Je houdt van Merel, zoals ze is en omdat ze zo is, wat essentieël is in ieder goed verhaal, ook iedere strip. Clara tekent, zeer gedurfd, misschien met de durf van de debutant, iemand die pijn en verdriet heeft en ze laat dat pagina’s lang duren. Tegen de verwachting van de loop van het verhaal in, zou je een happy end verwachten. Maar zelfs dat krijg je maar gedeeltelijk en er blijft een donker stuk wrede heimelijkheid grinikkend achter.
Zoals elke betere strip of Graphic Novel moet je ook Merel traag en aandachtig “zien”. Lezen is slechts een gedeeltelijke ativiteit want tekst is niet de essentie van een getekende roman. Eén enkele plaat is soms essentieël om iets te duiden, één woord of zinnetje erg belangrijk, één gebaartje of iets wat iemand doet getekend in een reeks plaatjes over een ganse bladzijde, is van belang.
Clara kent strips, de toepassingen van zekere technieken en hoe effect te bereiken. In Merel past ze die ook toe, maar net zoals de tekening zelf, beheerst ze dat nog niet helemaal. Misschien is het dat premature en prille, dat onverwachte dat Merel charmant en ongewoon maakt. Het doet je uitkijken naar een volgend album van Clara en hoe ze zich ontwikkelt.
Zoals verwacht, maar toch telkens weer verrassend, mooi en aangenaam, uitgegeven door Dupuis en verteld in een 160-tal niet genummerde bladzijden.

Victor De Raeymaeker
Clara Lodewick
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies