29 augustus 2025
De heks van Gottem
Na de late middeleeuwen, in het zuiden gevolgd door de renaissance en een schuchter begin van de moderniteit, gaat het met Noord-Europa ‘schijnbaar’ steeds beter. Daar is echter plots een spelbreker, de reformatie maar vooral ook veel rebellie, oorlogen en politieke onrust. Samen met het verzet tegen de bezetters, de Spanjaarden, zijn er in de meeste Vlaamse steden en dorpen verschillende religieuze belangengroepen die elkaar voortdurend bekampen.
Komt daarbij nog een vreselijke pandemie, de ‘haastige ziekte’ of de pest, die je samen met iedere vreemdeling, vluchteling, bedelaar of muitende soldaat plots ongevraagd op het boerenerf kunt krijgen. Er zijn de beeldenstorm, hagenpreken, geuzen en hostiespuwers maar ook geestelijken en perverse priesters die de gelovigen met hel en verdoemenis om de oren slaan of naar de brandstapels verwijzen.
De gewone sterveling probeert zo goed mogelijk het hoofd boven water en vooral op zijn romp te houden. De overheid en de machthebbers zijn er in de eerste plaats enkel voor de rijke stedelingen en handelaars. Er zijn in de streek van de Leie nog enkele landbouwbedrijven die naast runderen en tarwe vooral vlas telen, verwerken en het eindproduct leveren aan de textielbaronnen van o.a. de republiek Gent. Ook al zijn heel wat boeren omwille van geloof, plunderingen en tegenslagen naar het Noorden gevlucht, daar zijn toch nog enkelen die goeie zaken doen. Er zijn nog steeds drukbezochte herbergen, overvloedig bier en feestelijkheden. Het boek begint net zoals het verhaal van Mario Puzo The Godfather met een boerenbruiloft. Handig, je kent meteen de verschillende personages, hun verwantschappen en rol in dit drama maar vooral ook de sluimerende intriges en vetes. Frederic Vermeulen vertelt het trieste en waargebeurde verhaal van zijn over(X9)grootmoeder Tanneke Sconyncx, de gedoodverfde maar ook doodgemartelde heks van Gottem!
Helemaal op dreef gekomen gaat hij verder: “En vele parochianen zijn zo gespleten als een slang. Geloven wat hun leenheer gelooft. Vandaag de paus, morgen Calvijn en overmorgen weer de paus”. (Thomas samen met Anna op weg naar Gent met een lading vlasbollen, blz. 26)
4 september 1575: Boerenzoon Thomas van het Hof ter Leien trouwt met Anna, de oudste dochter van Olivier De Coninck, landman van het Hof te Varent in Gottem. Daar zijn aanwezig en al of niet in feeststemming zijn neef Jacob maar ook een sinistere neef van Anna, Hubrecht. De stuurse jongeman, zoon van een griffier, ambieert de job van baljuw en geeft ongezouten zijn mening over ketters. Cathelyne, de meid, gaat rond met kroezen bier en gebak. De speelmannen brengen muziek en dans op het erf. Lieven en Judoca, de ouders van Thomas en tante Martje hebben er schik in. Het huwelijk is weliswaar gearrangeerd door de vaders maar toch is er (al)chemie in de lucht als het kersverse paar na het feest schuchter naar het woongedeelte van de boerderij verdwijnt.
Norse Hubrecht heeft dan vroegtijdig het feest verlaten nadat hij nog een niet mis te verstane opmerking maakte over de vader van Thomas. Lieven was ooit puur uit nieuwsgierigheid op een hagenpreek van Simon Seynaeve. . “De volgelingen van Simon en dus ketters sloegen ooit de Sint-Amanduskerk in Merkegem aan gruzelementen en of Lieven daar toevallig ook bij was?”, wil neef Hubrecht weten. Komt daarbij dat de jaloerse aspirant baljuw zijn oog heeft laten vallen op zijn beeldmooie pasgetrouwde nicht dan vermoed je meteen hoe dit verhaal voor Anna zal eindigen.
We schrijven eind 16e eeuw en de opstandige Gentenaars zijn de harde hand van keizer Karel niet vergeten. Zijn zoon Filips II regeert vanuit Spanje met nog meer repressie door o.a. de bloeddorstige hertog van Alva. Het adellijke hoofd van Filips van Montmorency, de graaf van Horne rolt in Brussel van het schavot. Sommige steden worden in de as gelegd en iedereen wacht angstig af wanneer en waar de volgende Spaanse furie zal toeslaan.
Is er in deze woelige periode nog plaats voor goed bestuur, onpartijdige eerlijke rechtspleging en menselijkheid? Helemaal niet en iedereen is overgeleverd aan pure willekeur en machtsmisbruik. In het Gravensteen huist de Raad van Vlaanderen waarbij je terecht kan als je een uitspraak van de vierschaar van de heerlijkheid waarin je woont betwist. Uiteraard enkel als je een advocaat kunt betalen maar ook dan sta je machteloos tegen valse getuigenissen, corruptie en belangenvermenging.
Het gaat aan Anna allemaal een beetje voorbij want een boerderij runnen is geen sinecure. Ze heeft belangstelling maar vooral ook kennis van wat de natuur biedt aan kruiden en planten tegen de meeste kwaaltjes. Er is het voor die tijd revolutionair kruidenboek van meester Dodoens met prachtige natuurgetrouwe illustraties die het ook voor de analfabeet bruikbaar maakt. Uiteraard is dit werk te duur voor Anna. Een zere keel, winderigheid, braken en pijnlijke maandstonden, Anna heeft, zoals de meesten die zich geen chirurgijn kunnen permitteren, voor de meeste kwalen een plantje of een poedertje in huis. Ook dat maakt je plots verdacht of is na afgekochte getuigenissen een bruikbaar bewijs voor hekserij en tovenarij. Een tegenslag, een sterfgeval of een koe ziek? Het is altijd de schuld van een heks en/of de duivel!
Het leven verandert plots voor Thomas, Anna en hun drie kinderen als ze het aanbod krijgen om naar het kleinere Hof te Varent, het ouderlijk huis van Anna, te verhuizen. Dit betekent afslanken van personeel, beter rendement maar ook terug naar een Gottem waar ze niet echt meer welkom zijn. Neef en baljuw Hubrecht aast nog steeds op Anna. Ontslagen verzuurde werknemers, jaloerse dorpelingen, verdachtmakingen en hardnekkig bijgeloof voeden stilaan het verhaal dat zal leiden tot de ondergang van Anna en haar gezin.
Er volgen officiële beschuldigingen, rechtszaken, arrestaties, verhoren met vreselijke martelingen en dan is het na een onder vreselijke pijnen afgedwongen bekentenis duidelijk: Tanneke Sconyncx is een heks! Moet het ook vermeld dat in een wanhopige poging om haar onschuld te bewijzen viezerik pastoor Jeronimus Raede haar een officieel attest belooft. Dit gaat gepaard met een soort ritueel waarbij zowel moeder als de 17-jarige dochter aan diverse vernederende testen worden onderworpen. Priester Raede op zoek naar duivelstekens heeft vooral interesse in de schaamstreek van beide poedelnaakte vrouwen.
Haar onschuld bewijzen wordt een hopeloze strijd want zowat iedereen gesteund en/of betaald door baljuw Hubrecht heeft er plots baat bij dat Anna berecht en veroordeeld wordt. Anna sterft moegestreden in de kerker van Tielt op 2 juni 1603 ten gevolge van de vreselijke martelingen en ontsnapt daardoor gelukkig aan de brandstapel. Je leest dit boek vol walging en je voelt voortdurend de onmacht en de hulpeloosheid van de kleine man en vooral de kleine vrouw die gewoon probeert te overleven in een dystopische wereld.
“Nee, nee”, roept ze uit. “Meester Waelspeck, alstublieft, niet de driepikkel.” Ze krijst het uit en probeert zich uit alle macht los te rukken wanneer de beul en zijn knecht haar krukje wegduwen en haar op het staketsel hijsen. Een verscheurende pijn verteert haar onderlichaam. (Anna in de gevangenis van Tielt, blz. 209)
Ik heb dit waargebeurde verhaal gelezen een ruime tijd nadat ik De onuitspreekbare zonde van Jonas Roelens heb gerecenseerd. Ook dat boek gaat over onverdraagzaamheid, bijgeloof, machtsmisbruik en willekeur tijdens periodes in onze geschiedenis waar we nu ten onrechte met bewondering naartoe opkijken. In Vlaanderen floreerden kunst, handel en architectuur zoals nooit eerder. We staan perplex voor meesterwerken, kathedralen en exotische luxeproducten.
Nogmaals moet ik vaststellen dat er een heel duistere kant zit aan dit plaatje, aan die godvruchtige drieluiken, de nobele opdrachtgevers en die monumentale altaarstukken in kerken en kloosters. Sterker nog, ik vond in De heks van Gottem naast vooral een onschuldig slachtoffer zowat iedere menselijke duivel terug in een corrupte cipier, een afgewezen hebberige ambtenaar, een sadistische ondervrager, een geloofsfanatiekeling en een seksueel roofdier. Het zijn precies dezelfde misdadigers die we nu liever uit de maatschappij halen. Toen en nu daarenboven nog een echte heks vinden? Moeilijk!
Michel Ackaert
Meer van Michel Ackaert
Michel Ackaert