Erik Menkveld
Benny Madalijns
fictie
  • 42 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

5 januari 2026 Het grote zwijgen
Bij het lezen van ‘Het grote zwijgen’ van Erik Menkveld werd mij al snel duidelijk dat dit geen roman is die zich makkelijk laat lezen. Het boek vraagt aandacht, concentratie en de bereidheid om mee te gaan in het trage maar zorgvuldig gekozen tempo waarin het boek geschreven is. Daar staat tegenover dat het veel te bieden heeft: een zorgvuldig opgebouwd portret van een vriendschap onder spanning en een indringend tijdsbeeld van een Europa dat zijn vanzelfsprekendheden ziet afbrokkelen. Een beeld dat onmiskenbaar resoneert met de onzekerheden en verschuivende verhoudingen van onze eigen tijd.
Hoewel muziek een prominente rol speelt, is Het grote zwijgen geen roman over muziek alleen. Muziek fungeert eerder als denkkader, als taal om grotere vragen te onderzoeken: over vriendschap, loyaliteit, verantwoordelijkheid en de manier waarop persoonlijke overtuigingen zich verhouden tot maatschappelijke en historische ontwikkelingen. Menkveld benut muziek niet om te imponeren, maar om te verdiepen; zij vormt het medium waarin ideeën botsen en verschuiven.
Het hart van de roman wordt gevormd door de relatie tussen componist Alphons Diepenbrock en de jonge criticus en latere componist Matthijs Vermeulen. Hun eerste ontmoeting is gebaseerd op wederzijdse erkenning. Vermeulen bewondert Diepenbrocks muziek en intellectuele statuur; Diepenbrock ziet in Vermeulen een serieuze en scherpzinnige geest. Wat begint als een leerling-meesterverhouding groeit uit tot een hechte vriendschap, gedragen door gedeelde ideeën over kunst en integriteit.
Die vriendschap is echter vanaf het begin ongelijk. Het leeftijdsverschil, het verschil in maatschappelijke positie en artistieke erkenning blijven voelbaar. Naarmate Vermeulen zich ontwikkelt tot een zelfstandige componist en denker, verandert ook de dynamiek tussen de twee. Kritiek die aanvankelijk wordt gewaardeerd als betrokkenheid, begint te schuren. Wat ooit vanzelfsprekend gedeeld werd, wordt onderwerp van twijfel.
Menkveld laat deze verwijdering geleidelijk plaatsvinden. Er is geen plotseling conflict, geen dramatische breuk, maar een opeenstapeling van kleine verschuivingen: andere accenten, onuitgesproken verwachtingen, groeiende stiltes. Juist die terughoudende aanpak maakt de ontwikkeling overtuigend en herkenbaar. De roman laat zien hoe vriendschap niet noodzakelijk strandt op verraad, maar kan uitdoven door verschil in richting.
Die innerlijke spanning en vervreemding krijgen op meerdere momenten een expliciete formulering. Zo beschrijft Menkveld een moment van zelfbewustzijn waarin een personage ervaart hoe onzeker menselijke zekerheden zijn:

(…) En hij voelt even de bevreemding opkomen — bevreemding over het leven in hem en over dat eigengereide lichaam waarmee een mens zichtbaar blijkt te zijn in deze onverklaarbare tijdelijke werkelijkheid.

Dit citaat raakt aan een kern van de roman: het besef dat identiteit, overtuiging en artistieke roeping niet vastliggen, maar onder druk van tijd en omstandigheden kunnen gaan wankelen. Het grote zwijgen verwijst hier niet alleen naar wat niet wordt uitgesproken, maar ook naar het ontbreken van vaste antwoorden.
De historische context - de jaren rond de Eerste Wereldoorlog - is nadrukkelijk aanwezig, maar nooit nadrukkelijk opgedrongen. De oorlog fungeert als morele achtergrond die het denken en handelen van de personages beïnvloedt. Vooral bij Vermeulen wordt zichtbaar hoe historische gebeurtenissen doorwerken in zijn opvattingen over kunst. Zijn ervaringen als journalist in België maken het voor hem moeilijk kunst los te blijven zien van maatschappelijke werkelijkheid.
Diepenbrock reageert anders. Zijn idealistische opvatting van muziek als toegang tot iets hogers en tijdloos komt onder druk te staan. Hij verstilt, twijfelt en raakt uiteindelijk in artistiek opzicht geïsoleerd. Menkveld beschrijft dit zonder oordeel of ironie. Het is geen afrekening met idealisme, maar een genuanceerde weergave van de kwetsbaarheid ervan in een ontwrichtende tijd.
Juist het verschil in reactie tussen beide mannen maakt de roman interessant. De tijd dwingt hen tot herpositionering, maar biedt geen duidelijke richting. Er is geen eenduidig juiste houding, slechts verschillende manieren om met dezelfde ontregeling om te gaan. Die openheid voorkomt dat het boek een pamflet wordt; het blijft literatuur die ruimte laat voor interpretatie.
Naast de vriendschap spelen ook liefdesrelaties een belangrijke rol. De verhouding van Diepenbrock met zijn leerlinge Jo en de latere relatie tussen Vermeulen en Elisabeth, Diepenbrocks vrouw, zijn geen romantische hoogtepunten, maar complicerende factoren. Zij maken zichtbaar waar loyaliteiten verschuiven en spanningen al aanwezig zijn.
Een ogenschijnlijk alledaagse scène laat zien hoe het verleden zich onvermijdelijk aandient. Wanneer Vermeulen in een eethuis wordt aangekeken door een onbekende jongen, denkt hij:“Waar ken ik die jongen toch van?” Deze korte, maar beladen vraag symboliseert een belangrijk thema van de roman: het onvermogen om het verleden volledig te verdringen. Blikken, herinneringen en zwijgende confrontaties functioneren als morele spiegels. Het zwijgen is hier niet leeg, maar geladen met wat niet onder ogen wordt gezien.
Elisabeth is daarbij een opvallend zelfstandig personage. Zij weigert zich te beperken tot een louter ondersteunende rol en maakt bewust keuzes die haar positie veranderen. Haar relatie met Vermeulen lijkt minder ingegeven door passie dan door herkenning en gedeelde vitaliteit. Daarmee draagt zij bij aan de ontwrichting van de vriendschap tussen de twee mannen, zonder dat zij als schuldige wordt neergezet.
Menkveld vermijdt eenvoudige morele schema’s. Liefde verschijnt hier niet als oplossing, maar als een kracht die bestaande verhoudingen onder druk zet en zichtbaar maakt waar zij al kwetsbaar waren.
Stilistisch is Het grote zwijgen een verzorgd en bijzonder ambitieus boek. Menkvelds achtergrond als dichter is merkbaar in zijn niet aflatende aandacht voor ritme en formulering. Zinnen zijn zorgvuldig opgebouwd, dialogen zijn geconcentreerd en beschouwingen over muziek nemen ruim de tijd. Dat vraagt inzet van de lezer en zal denkelijk niet iedereen aanspreken.
Toch past deze stijl mijns inziens goed bij de thematiek. De roman kiest bewust voor reflectie boven vaart. Menkveld schrijft geen boek dat wil meeslepen, maar een boek dat wil blijven hangen. Soms gaat dat ten koste van lichtheid, maar daar staat tegenover dat de roman een grote mate van consistentie en diepgang behoudt. Het zwijgen waar de titel naar verwijst, werkt zo ook door in de vorm.
Thematisch laat Het grote zwijgen zich goed plaatsen binnen een Nederlandstalige traditie van romans waarin oorlog en morele onzekerheid centraal staan. Naar mijn aanvoelen bestaat er een duidelijke verwantschap bestaat met De donkere kamer van Damokles (1958) van Willem Frederik Hermans. In beide romans ondermijnt de geschiedenis morele zekerheden en blijkt het moeilijk om achteraf nog vast te stellen wat juist handelen was. Bij Hermans leidt deze onzekerheid tot radicale twijfel en destructie; bij Menkveld krijgt zij een stiller, menselijker karakter. Zwijgen is hier geen bewijs van schuld, maar van morele aarzeling.
Ook Het behouden huis (1951), eveneens van Hermans, vertoont thematische overeenkomsten. Net als bij Menkveld verdwijnen vaste normen onder invloed van oorlogsomstandigheden. Toch is de uitwerking anders: Hermans kiest voor een compacte, bijna allegorische vorm, terwijl Menkveld morele verschuivingen geleidelijk laat ontstaan, ingebed in relaties en gesprekken.
Met Het stenen bruidsbed (1959) van Harry Mulisch deelt Het grote zwijgen het inzicht dat het verleden zich niet laat afsluiten. Schuld en herinnering blijven doorwerken, ook wanneer personages menen verder te zijn gegaan. Waar Mulisch deze thematiek vormgeeft via expliciete symboliek, blijft Menkveld dichter bij de historische werkelijkheid en het innerlijk van zijn personages.
In dit bredere literaire kader laat Het grote zwijgen zich ook verbinden met recente Nederlandstalige literatuur. Net als in hedendaagse romans van auteurs als Marijke Schermer, Marieke Lucas Rijneveld en Gerda Blees staat niet morele zekerheid, maar morele aarzeling centraal. Zwijgen fungeert daarbij niet als onverschilligheid, maar als teken van verantwoordelijkheid en ongemak wanneer vaste kaders ontbreken. Waar recente literatuur deze thematiek vaak benadert vanuit het persoonlijke en het lichamelijke, blijft Menkveld trouw aan een beschouwende en historisch verankerde benadering. Juist daardoor leest Het grote zwijgen ook vandaag als een roman die vooruitloopt op hedendaagse vragen over overtuiging, integriteit en morele kwetsbaarheid.
Dat deze roman zijn zeggingskracht heeft behouden, krijgt extra gewicht wanneer men bedenkt dat Erik Menkveld in 2014 is overleden en Het grote zwijgen zijn enige roman is gebleven. In een tijd waarin overtuigingen opnieuw onder druk staan en vanzelfsprekendheden wankelen, toont deze roman hoe mensen proberen stand te houden zonder terug te vallen op absolute waarheden. Kunst, vriendschap en persoonlijke integriteit bieden houvast, maar blijken geen vaste zekerheden.
Menkveld schrijft zonder moraliserende toon en zonder oplossingen aan te reiken. Juist die terughoudendheid maakt het boek zeer geschikt voor een humanistische lezing: het nodigt uit tot nadenken over verantwoordelijkheid, loyaliteit en de grenzen van idealisme, zonder de lezer een bepaalde richting op te sturen.
Het grote zwijgen is een bedachtzame en gelaagde roman die aandacht en geduld vraagt, maar daar veel voor teruggeeft. Menkveld schetst overtuigend hoe een vriendschap kan verschuiven onder invloed van persoonlijke ontwikkeling en historische omstandigheden. Zijn personages zijn kwetsbaar, zoekend en menselijk, zonder te worden geïdealiseerd.

Ik geef Het grote zwijgen bijgevolg graag vier sterren.

Benny Madalijns
Erik Menkveld
Benny Madalijns
fictie
Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en doctor in de Archeologie & Kunstwetenschappen. Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen, zoals het boek 'Ondanks alles / Malgré tout' (ASP). En schilder & collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies