24 juli 2026
Ook maar een mens - Hoe te antwoorden op alle ellende in de wereld
Het boek begint luchtig met baas Frank, die naar zijn hond kijkt en zich afvraagt hoe de hond naar hem kijkt. Snel gaat hij over tot: “wat is de mens, en hoe verhoudt zij zich tot andere wezens?”, waarbij het gebruik van de zij-vorm onmiddellijk opvalt, wat hij volhoudt doorheen het boek.
Filosoof Frank Meester is de uitvinder van een nieuwe filosofische stroming: het inconsequentialisme (zie zijn vorige boek). Enkele bouwstenen daarvan: totale consequentie is niet mogelijk, “we hoeven ons niet vervelend te voelen als het niet helemaal lukt. Een beetje is al heel wat”. Deze zin is een geruststelling, want wat hij voorstelt, is niet altijd gemakkelijk. Hij introduceert drie inconsequentialistische begrippen: doedenkvoelen, emotiestempel en safowezi, die hij met aangepaste voorbeelden aan de lezer voorstelt.
In deel I toont hij aan dat we onderdeel zijn van de natuur. In deel II gaat hij daarop voort: als wij, menselijke dieren (en méér is het niet), deel zijn van de natuur, hoe moeten we ons leven dan leiden? Hij besluit het boek met de vragen wat onze plaats is in het geheel en wat voor zin het allemaal heeft.
Het uitgangspunt is zijn gezelschapsdier, een teckel, die hij een gedachten-experiment toeschrijft: hoe ziet ze haar baasje, en hoe zorg ‘ik’ voor ‘mijn mens’? Al op pagina 39 begint Frank Meester te filosoferen en verschijnt de naam Wittgenstein voor het eerst. Die Oostenrijkse filosoof wijst hem de weg naar menselijke eigenschappen, zoals de dode hoek, die symbool staat voor allerlei ‘blinde vlekken’, die verklaren dat de mens tegen een ‘denkgrens’ stuit.
Descartes en Spinoza helpen mee om de grenzen van het menselijk denken in beeld te brengen. In hoeverre bepaalt onze geest ons handelen? Dat wordt uitgelegd met het voorbeeld van ‘een hand optillen’, een lichamelijke actie die start in de primaire motorische cortex. De volledige uitleg staat tussen haakjes, is niet gemakkelijk en zou je kunnen overslaan. Hebben we een vrije wil? Heeft een koe een vrije wil? Kan een plant zich schuldig voelen? Werken bomen samen?
Om aan te tonen hoe verkeerd vorige generaties soms dachten, introduceert de auteur Schopenhauer, een misogyne filosoof, maar één van de eersten die zich serieus bekommerde om niet-menselijke dieren.
Om tot het begrip “safowezi” als mensbeeld te komen, verwijst hij naar Sartre voor de keuzes, naar Foucault voor de omgeving en naar Weil voor de eigenheid van de ziel. Je hebt dit begrip nodig om deel II te kunnen verstaan. Daarin komt de tweede titel aan bod: de ellende in de wereld, want de mens is een “klungelwezen, een doedenkvoelmachine, met blinde vlekken…”.
Meester denkt na over interessante onderwerpen, zoals “het onderwijs is een kritiekmachine” of hoe imitatie een goed, misschien zelfs het beste leermodel is. Vreemd genoeg brengt dat hem bij de dood en de “ellende van het einde”. We willen onsterfelijk zijn, maar lees eerst Alle mensen zijn sterfelijk van Simone de Beauvoir, zo raadt hij aan, want dan verander je misschien van gedachten.
De techniek is typisch voor de menselijke diersoort, maar ook daaraan zijn nadelen. Maakt de taal ons tot een unieke diersoort of niet? We zien ellende in de wereld rondom ons, maar raakt die ons of niet? Wat doen we, maar wat doen we niet en hoe komt dat?
Alle levende wezens maken deel uit van de overpeinzingen in dit boek, ook de mug, onze gevaarlijkste predator. Omdat “alles met iets samenhangt” zou een denkexperiment “waarbij je je probeert in te leven in alle wezens” mooi, belangrijk, nuttig en helaas onmogelijk zijn.
Op een prettige, quasinonchalante manier trekt Meester de lezer mee in zijn gedachtegang. Humoristische bewoordingen, ironie en sarcasme zijn nooit veraf. De voorbeelden zijn goed gekozen. Meester spreekt consequent over “de mens en andere dieren” en over “de mens, zij”. Lees ook het Dankwoord! De literatuurlijst en het register sluiten het boek af.
Gerda Sterk
Dit boek werd eveneens gerecenseerd door Paul Van Aelst.