3 oktober 2026
Vrouwen in duistere tijden - Tien denkers van blijvende betekenis
En zeggen dat ik niet eens van plan was dit boek te lezen, ik had immers al ‘Het vuur van de vrijheid’ van Wolfram Eilenberger gelezen waarin hij vier vrouwen (waaronder Arendt en Weil) in de kijker zet. Ik vond dat voldoende en -ik val in herhaling- er is geen tijd om alle boeken te lezen. Gelukkig was ik door een welgekomen toevalligheid min of meer verplicht deze uitgave lezen en wat was ik daar, zowel tijdens het lezen als achteraf, blij om.
Filosofe Alicja Gescinska bracht in haar boek tien vrouwen samen die grote indruk maken, het zijn allemaal betrokken vrouwen die in hun leven vrijheid en vriendschap vooropgezet hebben, die menselijkheid en mededogen hoog in het vaandel droegen en die allen de moed hadden om zich uit te spreken. Ze waren zeer gevoelig voor elke vorm van onrechtvaardigheid en waren er rotsvast van overtuigd dat je niet moet wachten om het goede te doen. Elke vorm van wachten versterkt onmiskenbaar het kwaad. Het boek is een oproep om moed te tonen zich uit te spreken tegen kwaad en onrecht en om, zelfs in de kleinste vorm, proberen het lot van onfortuinlijke mensen te verbeteren. De uitgave doet een appel op ieders mogelijkheid om dat wat niet correct is aan te klagen. Stil blijven is toestemmen, stil blijven is onrecht kansen geven.
Naast drie overbekende vrouwen, Rosa Luxemburg, Hannah Arendt en Simone Weil, brengt Gescinska ook zeven minder bekende op het voorplan, telkens in aparte hoofdstukken. Elke vrouw verbindt ze met een fundamenteel aspect van hun denken. Bij Martha Gellhorn is dat ‘betrokkenheid’, bij Jeanne Hersch gaat het over ‘vrijheid, en Judith Shklar wordt gekoppeld aan ‘angst’.
Je zou enigszins kunnen stellen dat Alicja Gescinska de elfde vrouw is. De auteur vond bij de tien vrouwen veel van wat ook haar eigen denken kenmerkt. Via deze uitgave wordt zonder meer duidelijk waar ze voor staat. En dat is dat we ons niet van de wereld mogen afkeren. Dat we alert moeten blijven voor wat er gaande is. Via de levensgeschiedenis van de tien vrouwen, die chronologisch worden opgevoerd, krijgen we tegelijkertijd de geschiedenis van voornamelijk het eerste deel van de 20e eeuw voorgeschoteld en die was niet bepaald fraai. Een voorbeeld daarvan krijgt de lezer in het hoofdstuk over de Russische Anna Achmatova waarin de verschrikkingen van de goelag’s tijdens het sovjetregime beschreven worden, miljoenen dwangarbeiders moesten in erbarmelijke omstandigheden leven en werken.
Gescinska is ervan overtuigd dat de 20e eeuw ons zonder meer boodschappen meegeeft. En van die boodschappen mogen we ons dus, zoals ze meegeeft, niet afkeren. Via de vrouwen maakt ze dat duidelijk. Zowel de autoritaire leiders als de predikers die je aanzetten tot ‘het zich terugtrekken in het innerlijke’ zijn een gevaar, aldus Gescinska. Ze leiden tot de ondeugd om zich niet te bekommeren om politieke zaken die ons nochtans allen zonder meer aanbelangen. Alertheid moet er ook zijn wanneer autoritaire heersers hun pijlen richten op kunstenaars, cultuurdragers en intellectuelen omdat net die laatsten de realiteit onder de aandacht brengen en dat is net wat despoten en dictators willen verhinderen. Hannah Arendt was daar zeer stellig in, zich afkeren van de wereld uit gemakzucht leidt uiteindelijk tot verlies van vrijheid wanneer de totalitaire verleider uiteindelijk ook met je vrijheid aan de haal gaat. “Politiek is veel meer dan partijpolitiek. Politiek is hoe wij allen als individu handelen in de publieke ruimte”. (p. 155) Het boek etaleert dat afkeer van fascisme en communisme levendig moet blijven en dat een ‘sociale, liberale democratie’ in ere moet gehouden worden.
Dit boek kwam uit in november 2025, is toe aan de zoveelste druk en won de Socratesbeker. Dat laatste is niet verwonderlijk voor een boek dat geschikt is voor een groot publiek, het leven en werk beschrijft van een aantal opmerkelijke vrouwen, zowel filosofie als geschiedenis herbergt én een groot moreel appel bevat waar je als lezer onmogelijk aan ontsnapt.
Wat wél verwonderlijk is, is dat ik her en der commentaren las van degenen die niet zo enthousiast zijn over het boek. Onder andere het feit dat Gescinska de communistische Rosa Luxemburg in haar boek opnam en haar niet ‘typeert’ zoals zij vinden dat ze getypeerd moet worden. De discussies gaan enigszins mijn gewone pet te boven of graven te diep, maar mijn bescheiden mening is dat die tegenkanting het boek groot onrecht aandoet. Het is weinig eerlijk om daarop te focussen, terwijl het boek gaat over vriendschap, rechtvaardigheid en het zich openstellen voor alles wat van waarde is en om die waarde in ere te houden.
Het is weinig correct om een heel boek in een slecht daglicht te stellen omdat men het niet eens is met wat als een, in het kader van de doelstelling van het boek, nevenkwestie beschouwd kan worden. Ze hebben duidelijk de belangrijke boodschap van het boek niet (h)erkend. En ook negeren ze daardoor de unieke daadkracht van de geportretteerde vrouwen. Zoals die van de Zwitserse Jeanne Hersch die als enige haar armen strak tegen het lijf gedrukt hield in 1933 toen alle rechterarmen gestrekt de hoogte ingingen aan de universiteit van Freiburg waar rector Heidegger het woord nam.
Zoals die van de Nederlandse vrijgevochten Etty Hillesum die zich weigerde te laten leiden door haat en die er radicaal tegen was om ressentiment te beantwoorden met ressentiment. Zoals die van de Russische Judith Shklar die een hekel had aan ‘theoretische moeilijk- en gewichtigdoenerij’ van de intellectueel die niet echt bezig is met ‘wat echt belangrijk is voor de mens en maatschappij’ én die de aandacht vestigde op de spijtige ‘burgerlijke nalatigheid’ van de massa en de redenen waarom onrecht kan blijven bestaan.
Beter lezen dus, vooral de meer onbekende vrouwen. Het enige miniem minpuntje van het boek is wellicht dat tien vrouwen nogal veel is voor één boek, op het eind weet je niet meer wat je bij wie gelezen hebt. Maar daar is herlezen dus goed voor, de lezer kan het ook met mondjesmaat doen. En uiteindelijk blijft de boodschap hoe dan ook onverbiddelijk nazinderen. Het boek is “een antwoord op het kwaad” zoals de achterflap vermeldt. Dat nazinderen is waarschijnlijk ook de reden waarom ik de drang en de noodzaak bleef voelen om het boek te bespreken, het werd immers een beetje geweld aangedaan.
Sophia De Wolf
Meer van Sophia De Wolf