Marc Van Oosterdorp
Benny Madalijns
Non-fictie
  • 315 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

17 juni 2021 Viraal Nederland. Taal en cultuur van de eerste coronagolf
Het Meertens Instituut is een Amsterdams onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met het bestuderen en het documenteren van Nederlandse taal en cultuur. Centraal in het onderzoek staan de verschijnselen die het alledaagse leven in onze samenleving vormgeven. Het instituut sloot op 13 maart 2020 zijn deuren. Drie dagen later kondigde premier Mark Rutte een zogeheten “intelligente lockdown” af. De pandemie overspoelde kort daarop heel Nederland.
Zodra de omvang van de coronacrisis duidelijk begon te worden, gingen medewerkers van het Meertens Instituut, ieder vanuit het eigen vakgebied, de sociale en culturele gevolgen van de pandemie inventariseren en bestuderen. Wat voor verhalen vertelden mensen elkaar? Ontstonden er nieuwe rituelen? En waarom verschenen er ineens spandoeken in dialect in het straatbeeld? Niemand wist toen hoe lang de crisis zou gaan duren of welke ervaringen en gebeurtenissen een plaats in het collectieve geheugen zouden krijgen. Maar de onderzoekers waren het erover eens: wat zich nu ontpopte, was ongetwijfeld nieuwbakken “erfgoed van de toekomst”.
Bij Uitgeverij Sterck & De Vreese verscheen onlangs het boekje Viraal Nederland. Taal en cultuur van de eerste golf, onder redactie van Marc van Oostendorp en Simone Wolff. Een ietwat vreemde publicatie van 144 bladzijden waarin we een analyse voorgeschoteld krijgen van de manier waarop taal en cultuur meebewogen met ‘”het nieuwe corona-normaal”. Met bijzondere aandacht voor allerhande coronarituelen, coronageruchten en coronavragen op sociale media en uiteraard coronahumor:

“… morgenavond tussen 18:00 en 23:00 uur meet een satelliet met Ultra-Lasers de lichaamstemperatuur van de bevolking, om de huidige besmettingsgraad met Covod-19 in kaart te brengen. Het is heel belangrijk dat u naakt op het balkon, in de tuin of voor de voordeur buiten gaat staan en uw identiteitskaart in uw rechterhand omhoog houdt. Dank u voor de medewerking (Belangrijk onderzoek RIVM, p. 80).”
Dit soort mededelingen drijft subtiel de spot met het geloof in sciencefictionachtige technologieën waarmee de overheid de hele bevolking voortdurend zou (kunnen/willen) controleren. De eis om naakt buiten te gaan staan, maakt het bericht natuurlijk lachwekkend. Snoeiharde en morbide rampenhumor blijft echter achterwege. Kennelijk kwam de dreiging nu te dichtbij; op het thema ziekte en dood ligt blijkbaar een taboe als personen zelf, hun familie en vrienden ook slachtoffer kunnen worden. Alhoewel. Toch geef ik jullie graag een van de grappen mee die speelde rond Pasen:


“… Speciaal bericht van Jezus: Gezien de situatie kom ik niet met Pasen naar beneden. Jullie komen maar naar boven (p. 69).”
De online-tentoonstelling met corona-verhalen, memes en grappen kan je raadplegen op de website van Verhalenbank (Nederland).
Tijdens de eerste maanden van de crisis ontstond een omvangrijke waslijst aan “nieuwe” rituelen zoals het applaudisseren voor mensen in de zorg of het buitenhangen van witte doeken. Bovendien zagen we overal protestacties tegen de maatregelen en ook viraal was er heel wat in beweging. We gingen thuis werken en thuis leren, hamsterden wc-papier en pasta, ontdekten het gemak van online vergaderen, droegen mondkapjes, wasten onze handen stuk, hielden anderhalve meter afstand, gingen op raamvisite, trokken de natuur in, verbouwden onze eigen groentes en bakten bananenbrood. Winkels, restaurants, theaters en musea moesten dicht, festivals en wedstrijden werden afgezegd. We keken met het bord op schoot naar de persconferenties en we haastten ons om tijdig op het balkon te staan klappen en te zingen voor de “zorgende” medemens.
Ook in de zogeheten Lage Landen bestaan er (zoals in elke samenleving) grote verschillen in achtergrond, opleiding, wereldbeeld, welvaart en gezondheid. Wat de coronapandemie de wereld leert, is hoezeer deze verschillen de mogelijkheden en onmogelijkheden van mensen om goed door deze crisis te komen juist uitvergroten. De onderzoekers stelden stapsgewijs en proefondervindelijk allerlei opmerkelijke fenomenen vast; die sommigen ook in ons land aanvoelden. Een belangrijk gegeven is dat de lockdown niet echt iets nieuws heeft geproduceerd als wel bestaande dingen serieus uitvergroot. Armen werden bijvoorbeeld sneller armer. Rijken nog sneller rijker (pp. 9 – 10).

Opvallend is ook de vaststelling dat er in deze ronduit onzekere tijden veel vaker dialect werd gebruikt in de openbare ruimte. De aandacht voor “het lokale” is volgens de onderzoekers een manier om troost te bieden en verbondenheid tot uiting te brengen. Dialect wordt dus net als andere plaatselijke, iconische elementen gebruikt om een gevoel van samenhorigheid te creëren. Niet “zomaar” kenmerken uit het dialect worden overgenomen, maar juist kenmerken die het op zichzelf al iconische taalgebruik nog “meer” iconisch maken. Dit zijn de zogenaamde sjibbolets. Een sjibbolet, oorspronkelijk een woord uit de bijbel, is een talig herkenningsteken waaruit je eenduidig kunt afleiden of iemand wel of niet bij jouw eigen groep hoort (mag/kan horen?). Een soort ons-kent-ons wachtwoord zoals de alom gebruikte afscheidsgroet “Houdoe”. En wat te denken van de opmerkelijke en wijd verbreide verkleinwoorduitgang “ke” zoals gehoord in de Brabantse sjibbolet-strijdkreet “We hebbe un clubke opgericht vur meense meej un lillek gezicht” (p. 47). Asjemenou!
Deze behoefte aan verbinding blijkt ook uit een telling van voornaamwoorden in amateurgedichten op de website Coronagedicht

Kras is het veelvuldig gebruik van het verbindende persoonlijk voornaamwoord “wij” (meervoud, tegenover het individualistische “ik”) en “ons”. Ze komen nu beduidend vaker voor:

 
ineens zijn we onafscheidelijk

gescheiden van elkaar

hoe een klap in het gezicht

ons allemaal wakker maakt

 
(Ineens, Luukse Dingen, 29 juni 2020, p. 30)
Nog een merkwaardige bevinding: de crisis heeft bij de meeste Nederlanders blijkbaar niet geleid tot een verdieping van het geloofsleven, maar er is voortaan wel meer behoefte aan zinbeleving, samenzijn en een nieuwe waardering voor natuur en milieu (p. 58). Sommige elementen die we vóór corona normaal vonden, zoals de drie zoenen bij de nieuwjaarsborrel, hoeven van de respondenten niet meer terug te komen. Verworvenheden van het coronatijdperk die veel Nederlanders (én Belgen) hierna wél willen behouden, zijn meer thuiswerken, minder forensen en meer aandacht voor elkaar (p. 64).

Het leukste om te lezen waren zonder meer de hoofdstukken die handelen over het dagelijks leven in tijden van corona van Sophie Elfers en Peter Jan Margry (Bevrijd van zoenen, p. 51), over coronahumor en broodjeaapverhalen op sociale media van Theo Meder (Online omgaan met de eerste Golf, p. 68) en over rituelen van Irene Stengs (Crisisrituelen/rituelencrisis, p. 82). Wat die rituelen betreft: bepaalde rituelen moesten opnieuw uitgevonden worden, zoals kerkdiensten via de livestream vanuit een lege kerk en zonder samenzang en Woningsdag in plaats van Koningsdag. En al die hartjes die opeens overal opduiken, worden door Stengs geïdentificeerd als “emotiemanagement” (p. 87). Tegelijkertijd toont de onderzoekster aan dat de heftige reacties op kerkdiensten in zekere megakerken in de bible belt, met 300 bezoekers én samenzang, laten zien hoe diep de jaloezie en de frustratie zitten, bijvoorbeeld bij ondernemers die door de coronamaatregelen hun bedrijf dreigen te verliezen of bij voetbalfans en festivalgangers die het gevoel hebben dat ze al maandenlang opgehokt zitten (p. 92).
Nuja. Geen handen geven, niet zoenen en niet bij anderen in de buurt komen, het klinkt ondertussen zo vertrouwd dat je vandaag bij een boek “over taal en cultuur van de eerste golf” bijna zou denken: duh, oud nieuws. Viraal Nederland moet je daarom in de eerste plaats lezen als een merkwaardig tijdsdocument waarin zekere tendensen in de maatschappij in kaart worden gebracht. De auteurs probeerden daar vanuit hun eigen vakgebieden ook een stuk duiding aan te verbinden. Hun artikelen zijn naar mijn aanvoelen zeer ongelijksoortig en uiteenlopend. Bovenal zijn ze totaal verschillend van kwaliteit, en dat is bijzonder jammer.

Het verzamelde materiaal is dan wel deel van “het erfgoed van de toekomst”, maar met alles wat er op dit moment in de laaglandse samenleving broeit, is het duidelijk dat er nog vele andere vragen zijn die gesteld kunnen en moeten worden. Wat zijn bijvoorbeeld de economische gevolgen van de crisis die in het dagelijks leven van gewone burgers leidt tot faillissementen, werkloosheid en financiële spanningen? Welke historische, sociale en financiële tegenstellingen liggen ten grondslag aan de agressie tijdens de verschillende rellen her en der? Denk maar aan Urk. Wat gebeurt er achter de voordeur van (risico)gezinnen waar nu iedereen moest thuisblijven de conflicten hoog opliepen? Is er daadwerkelijk sprake van leerachterstanden door al dat digitale afstands-onderwijs-gedoe?

Tot slot nog dit. Taal en cultuur zijn altijd en overal in ontwikkeling en in beweging, maar welke kant ze opgaan en waar ze uitkomen wordt steevast bepaald door de omgeving en de omstandigheden. Gedegen geestes- en cultuurwetenschappelijk onderzoek kan, in onze omgang met dit soort virussen, daarom evenzeer een waardevol en richtinggevend kompas zijn. Bovenop de virologie en de epidemiologie wel te verstaan, niet als plaatsvervanger…
Marc Van Oosterdorp
Benny Madalijns
Non-fictie
Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en doctor in de Archeologie & Kunstwetenschappen. Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen, zoals het boek 'Ondanks alles / Malgré tout' (ASP). En schilder & collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. Hij is ondervoorzitter bestuursorgaan Instelling Morele Dienstverlening Vlaams-Brabant. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies