Sander Herremans
Nick De Clippel
Non-fictie
  • 299 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

30 november 2022 De gelovige atheïst
Op de cover van het boek zitten Shiva, Jezus en Marx rond een kampvuur onder een wassende maan met een heldere ster in het concave deel. Jezus tokkelt wat op de gitaar. Het kumbaya-gehalte is hoog. Een geur van patchoeli en de herinnering aan groene parka’s, het peace-teken en het tijdperk van Aquarius komen bij wat oudere mensen aanwaaien.
De gelovige atheïst telt 301 bladzijden, zonder inhoudstafel, boekenlijst, register of voetnoten en heeft het over nagenoeg alles: Trump, de elektrische auto, the American dream, democratie, dekolonisering, de val van de Muur, de agrarische revolutie, de rode revolutie, de hoofddoek, Vlaams nationalisme, etc. De schrijver vraagt zich in de laatste bladzijden zelf af of hij er geen allegaartje van heeft gemaakt. Toch gaat het boek in de eerste plaats over religie(s) en Herremans’ overtuiging dat deze door een atheïst geherwaardeerd moeten worden.
De schrijver studeerde sociale en culturele antropologie, maakte een spirituele reis naar het Oosten, gaf vorming rond interlevensbeschouwelijke thema’s en geeft al een aantal jaren niet-confessionele zedenleer. Wie dat niet weet, zou het uit de tekst kunnen afleiden. De lezer krijgt behoorlijk wat info over de grote religies, over Atman en Samsara, over waarom de Kaäba noodzakelijk leeg is, over voodoo en vrijzinnigheid. En het mag gezegd: Herremans weet waarover hij praat en heeft over heel veel heel diep nagedacht. Verder mag de inhoud met een gerust geweten links genoemd worden, want de uitvoerige bespreking van zowat alle actuele problemen sluit aan bij gekende marxiaanse analyses en bovendien breekt de auteur achteraan nog een lans voor de woke-beweging (al weet ik niet zeker of die links genoemd moet worden).
Herremans legt omstandig uit hoe zijn levensbeschouwing eruit ziet. Dat begon toen hij op 8-jarige leeftijd atheïst werd (sic), omdat Sinterklaas een leugen bleek. Daarna was geloof een negatieve term, tot een reis door Indië en verder hem deed inzien dat religies ook voor de atheïst positief kunnen uitpakken.
“Voor de spirituele atheïst vormen de religies en godsdiensten van deze wereld een haast oneindige bron van inzicht in het bestaan.” (p.146). Toch als je ze bekijkt zoals Herremans dat doet. Op de juiste manier geloven kan niet zonder de historische en contextuele benadering. Letterlijk geloven staat gelijk aan bijgeloof en is nergens goed voor. Echte religie gaat over filosofische vragen waaraan de meesten zich niet wagen, over het absolute, het verbondene, het tijdloze. “[De] filosofische, atheïstische, antropologische en bovenal spirituele omgang met religies [is] steeds meer naar de achtergrond verdwenen ten koste van een meer letterlijke bijgelovige interpretatie” (p. 240, het staat ongelukkig geformuleerd, want uiteraard wordt ‘ten bate’ bedoeld).
Herremans gaat voluit voor een spiritueel atheïsme, net zoals Boeddha meent hij. Of zoals Jezus. Of Mohammed. Dat kan, want gelezen zoals Herremans lijken de verschillende religies vooral op elkaar. “Eigenlijk verschilt Jezus op een bepaalde manier maar heel weinig van de avatars of hindoegoden.” (p.71) Voor wie het allemaal echt begrepen heeft, is God maar een manier van spreken, een metafoor voor het transcendente, het verbondene, het al.  Dat die visie weinig te maken heeft met de manier waarop de miljarden gelovigen dat zien, lijkt Herremans niet echt van belang. Het blijft vreemd dat de schrijver doorheen het boek gebruik blijft maken van een idiosyncratische lezing van ‘God’ en tegelijk frequent verwijst naar zijn atheïsme.
De positieve houding ten opzichte van religies wordt door Herremans wel erg ver doorgedreven. Nagenoeg alles wat geen letterlijke lezing is, wordt door de auteur goedgepraat. Bijvoorbeeld zouden religies niet homofoob zijn in actuele zin, maar ging het oorspronkelijk over het vrijwaren van het voortplantingsvermogen van de groep. Hoe een evolutionaire uitleg een moreel probleem niet echt oplost, gaat in de spirituele zoektocht verloren.
Het kapitalisme is slecht en gaat voor Herremans samen met letterlijk geloven. Maar natuurlijk maakt geld niet gelukkig en het liberalisme dat erbij hoort, is voornamelijk een ideologie die de rijken dient. Bovendien kan kapitalisme geen levensbeschouwelijk kader bieden. Marx daarentegen wordt een der grootste profeten van zijn tijd genoemd; communisme is door en door religieus en “heel erg op God gericht in de atheïstische zin van het woord”. (pp.194 -199).
De gelovige atheïst telt vrij arbitrair vier delen. Het vierde en laatste deel wordt evenwel nog gevolgd door een nabeschouwing én een epiloog. Dat doet wat denken aan klassieke symfonieën die vaak twee of meer slotakkoorden nodig hebben eer de dirigent het stokje neerlegt. Veel wetenswaardig komt er niet meer bij, maar we lezen wel wàt Jezus op de gitaar tokkelde op de cover, na de kumbaya met Shiva en Karl en dat ook Legba en Nandi erbij waren (Nandi komt uit de Hindoe-mythologie, Legba uit die van de Yoruba, NDC). Blijkbaar was dat Ring of Fire (p.301) van Johnny Cash. Nochtans geen atheïst.

Nick De Clippel
Sander Herremans
Nick De Clippel
Non-fictie
Nick De Clippel is master in de filosofie (KULeuven).
_Nick De Clippel -
Meer van Nick De Clippel

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies