Anoniem
Benny Madalijns
fictie
  • 21 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

27 juni 2026 Het verhaal van Tristan of het einde van de Ronde Tafel
De eerste volledige Nederlandse vertaling van de Tavola Ritonda verscheen begin 2026 bij Athenaeum en verdween vrijwel onmiddellijk zonder enig spoor van publieke aandacht, wat veelzeggend is, niet zozeer over de blinde vlekken van een literaire cultuur die, geconfronteerd met een tekst die niet in haar vertrouwde categorieën past, simpelweg wegkijkt.
Wie de moeite neemt dit boek te lezen, ontdekt een verhaal dat aan felheid, psychologische scherpte en morele lading weinig te wensen laat tegenover gelijk welke hedendaagse roman.
[...] In de Naam des Heren, amen. Dit boek bevat de verhalen over de Ronde Tafel, over heer Tristan, heer Lancelot en veel andere ridders, die hieronder worden verteld. Mijne heren, dit boek vertelt de wonderschone avonturen, de ridderlijke wapenfeiten en de spectaculaire toernooien die plaatsvonden ten tijde van koning Uter Pendragon en de leden van de Oude Tafel, zo'n driehonderd jaar na de dood van Onze-Lieve-Heer Jezus Christus, Zoon van de enige ware, levende God. Het gaat ook over de heldendaden uit de tijd van koning Artur en de dappere ridders van de Nieuwe Tafel, in het bijzonder over Tristan, Lancelot, Galaad, Palamedes en alle andere dolende ridders van de Ronde Tafel, alsmede over tal van vreemde ridders, afkomstig uit verafgelegen streken, die zichzelf destijds in gevechten op de proef stelden. We zullen tevens laten zien hoe de ondergang van de Ronde Tafel werd veroorzaakt door de hachelijke onderneming van de Graalqueeste. Luister aandachtig, welwillend en beleefd naar dit verhaal, opdat het iedere luisteraar vreugde verschaft en verstrooiing biedt. (pagina 31) 
De legende in grote lijnen… Op een schip van Ierland naar Cornwall drinken Tristan, de knappe neef en beste ridder van de verradelijke koning Mark, en Isoude, diens aanstaande bruid, per ongeluk een liefdesdrank die Isoudes moeder uitsluitend voor het bruidspaar had bestemd. Van dat ogenblik af zijn zij aan elkaar verbonden in een liefde die alle grenzen overschrijdt: de sociale grenzen van het hof, de morele grenzen van de huwelijkstrouw en de christelijke grenzen van de zedenwet. Wat volgt is een jarenlange, uitputtende dans van list en bedrog, van vernuftige vermommingen en halsbrekende ontsnappingen, een liefde die zichzelf in stand houdt door zich voortdurend te verbergen. 
De anonieme Toscaanse compilator laat er geen misverstand over bestaan: de liefdesdrank is geen romantisch tovermiddel maar een ronduit duistere, destructieve kracht. Hij citeert zijn Oudfranse bron met onheilspellende precisie: 'Il ont beü lor destrucion et lor mort' zij hebben hun verderf en hun dood gedronken.
La Tavola Ritonda o L'Istoria di Tristano, geschreven rond 1330-1335 door een anonieme Florentijn, is nu dus voor het eerst volledig in het Nederlands vertaald door Marie-José Heijkant, die decennialang Italiaanse Arthuriaanse letterkunde doceerde aan de universiteiten van Nijmegen en Leiden, in 1997 al een gezaghebbende wetenschappelijke editie van de Italiaanse tekst bezorgde bij Luni Editrice in Milaan, en in 2018 de omvangrijke studie Tristano Multiforme publiceerde over de narratieve Arthuriaanse traditie in Italië. 
Haar vertaling leest vloeiend zonder ooit de ruwheid en de directheid van het veertiende-eeuwse proza te verloochenen, wat voor een tekst van deze ouderdom en complexiteit geen geringe prestatie is.
De anonieme compilator portretteert zijn held als een man van verbluffende veelzijdigheid: ridder, dichter, musicus en trickster tegelijk, de man van de vele maskers, die zich vermomt als pelgrim, als waanzinnige gek, als priester, als vrouw en als monnik, die razend van jaloezie als wildeman in het woud leeft, maar tegelijk de eerlijkste en dapperste ridder van de Ronde Tafel is. 
In zijn juridische duel met Morholt werpt hij zich op als verdediger van het recht tegenover bruut machtsmisbruik, en in een langdurige, bloedige oorlog in Bretagne bezorgt zijn militante en tegelijk diplomatieke vastberadenheid een duurzame vrede aan een uitgeput volk. Zijn naam wordt door koning Artur zelf zorgvuldig opgetekend in een register dat doet denken aan de ledenboeken van gilden en broederschappen, en de melancolieke held met de vele maskers ontpopt zich aldus als het paradigma van de volmaakte ridder, wiens hoofse deugden, trouw, moed, liefde en hoffelijkheid, verbonden zijn met de vier elementen als bouwstenen van de goddelijke schepping.
Opmerkelijk is ook de figuur van Dinadan, de sceptische dwarsligger in het verhaal, de enige die hardop en met scherpe tirades kritiek durft te leveren op het nodeloze geweld van de dolende ridders en de destructieve kant van de hoofse liefde, en dat in de nuchtere, zakelijke taal van de koopman eerder dan in de verheven retoriek van het ridderideaal. Hij is de held van het woord zoals we die kennen uit de Novellino en de Decameron, een vroege intellectuele tegenstemmer die de ideologie van zijn eigen verhaal ondervraagt en daarin merkwaardig modern aandoet.
Tegenover deze complexe, edele held staat de platvloers slechte koning Mark, gekenmerkt door wellust, toorn, afgunst, jaloezie, lafheid en verraad, een figuur van zo aantoonbaar slechte reputatie dat hij al vroeg in het verhaal voor het gerecht wordt gedaagd wegens een valse aanklacht van moord. De overspelige minnaars verdedigen met vernuft, lef en onuitputtelijke vindingrijkheid hun persoonlijk geluk tegen zijn kwaadaardige hofspionnen, en de dichters die dit verhaal bezongen waren zich terdege bewust van de gevaarlijke subversiviteit van hun eigen materiaal: alle sociale, morele en christelijke wetten van de feodale samenleving worden er onbeschaamd mee overschreden.
Wat mij bij dit alles het meest treft, is hoe weinig de anonieme Florentijn gelooft in zijn eigen excuus. De liefdesdrank is een handig literair hulpmiddel om de vernietigende kracht van de begeerte buiten de vrije wil van de minnaars te plaatsen en hen zo moreel te ontlasten, maar de tekst zelf ondergraaft dat mechanisme voortdurend, want Tristan en Isoude kiezen, keer op keer en met vol bewustzijn, opnieuw voor elkaar, zij liegen, zij bedriegen, zij manipuleren het godsoordeel met een eedformule die technisch correct maar moreel ronduit gevaarlijk is, en zij zijn geen willoos meegesleeurde slachtoffers van een toverdrankje maar mensen die weten wat zij doen en het desondanks doen, omdat zij eenvoudigweg niet anders kunnen. 
Dante plaatste Tristan als negatief exemplum van de wellust in de hel van zijn Divina Commedia, naast Dido, Cleopatra en Francesca da Rimini, maar de Toscaanse compilator trekt precies de omgekeerde conclusie: zijn Tristan is geen zondaar maar een tragisch, grootmoedig mens, gevangen in een conflict tussen persoonlijk geluk en maatschappelijke orde dat geen oplossing duldt, en dat is geen middeleeuwse naïviteit maar een lucide en onbarmhartige kijk op de menselijke conditie.
Het meest verrassende van deze versie is evenwel het slot, dat radicaal afwijkt van de Franse bronteksten. Na Tristans tragische dood door het vergiftigde wapen van de kleingeestige koning Mark volgt een uitgebreid verhaal over een militaire wraakexpeditie van koning Artur en zijn dolende ridders, een episode die uitsluitend in Italiaanse en Spaanse teksten voorkomt en die nauw aansluit bij de bloedwraakcultuur die de Florentijnse kronieken uit de dertiende en veertiende eeuw zo goed kenden. De straf die aan Mark wordt opgelegd, is ongenadig en tegelijk treffend passend: opgesloten in een ijzeren kooi op een hoge toren met vrij uitzicht op het graf van Tristan, wordt hij vetgemest totdat hij sterft aan zijn eigen vraatzucht, zijn lichamelijke ontucht als spiegel van zijn morele verrotting, waarna zijn schedel en gebeente publiekelijk worden tentoongesteld.
Maar ook de Ronde Tafel overleeft Tristan niet, en hier bereikt het boek zijn werkelijke, donkere diepgang. Na zijn dood gaan de ridders niet meer op avontuur, en het verhaal eindigt met het tragische relaas van de vernietiging van de Ronde Tafel: de giftige, onverzoenlijke haat tussen de clans van Lancelot en Gauwain, het overspel van Lancelot en Guenevere en de meedogenloze wraakzucht van Mordred leiden tot een bloedige, catastrofale veldslag van de dolende ridders onderling, Artur raakt zwaargewond en wordt meegevoerd naar Avalon, waar hij sterft, en wat rest is een droge catalogus van de belangrijkste ridders van de Oude en de Nieuwe Tafel met hun familiewapens. De wereld die zij vertegenwoordigden gaat ten gronde aan precies diezelfde hebzucht, wellust en hoogmoed die een halve eeuw eerder Dante als de drijvende krachten van het menselijk falen had verbeeld.
Een bittere, scherpe moraal voor een tekst die op het eerste gezicht een sprankelende avonturenroman lijkt.
(…) Daarna trok Lancelot ongewapend en moederziel alleen door het woud van Darnantes. Aangekomen bij een abdij trof hij daar Bohort, Hector van Mares en Blioberis aan, die een boetvaardig leven leidden in de wildernis. Lancelot bleef bij hen om boete te doen voor zijn zonden. Hij leefde nog een jaar en drie maanden, werd priester en droeg de mis op, waarna hij stierf en het aardse bestaan verliet.

Zo ging de macht van de Ronde Tafel en van de dolende ridders ten onder. Na hen was er niemand meer die dezelfde gebruiken en gewoontes in acht wilde nemen of in stand wilde houden, en er was niemand meer die op avontuur ging om zichzelf of anderen te bevrijden. Integendeel, alle mensen die overgebleven waren na de dood van koning Artur verlieten de stad Camelot en de omgeving: iedereen trok weg en keerde terug naar zijn eigen land.

Hier komt een einde aan ons boek en daarmee aan alle verhalen, ridderlijke wapenfeiten, avonturen, gevechten en toernooien van de dolende ridders. We hebben laten zien dat koning Artur afstamde van koning Uter Pendragon, die een goud-azuur geruit wapenschild voerde of volgens sommigen een azuren veld met gouden sterren; dat Lancelot en zijn geslacht afstamde van koning Ban van Benoyc, die een zilveren veld met twee vermiljoenrode dwarsbalken voerde; dat Tristan afstamde van koning Meliadus van Leonis, die een azuren veld met een zilveren dwarsbalk met aan weerskanten een gouden sierrand voerde, of volgens sommigen een gouden leeuw; dat Palamedes afstamde van koning Scalabrino, die egaal zwarte wapentekens voerde; dat Gauvain, Agravain, Gariët en Guerrehet nakomelingen waren van koning Lot, die een rood-wit gevierdendeeld wapenschild droeg; dat Perceval, Lamorat, Driant en Agloval nakomelingen waren van koning Pellinor, die een wit veld met een zwarte berg voerde; dat Brunor de Zwarte, Dinadan en Daniël nakomelingen waren van de koning van Orbellanda, die een gouden veld met een groene slang voerde. En ook alle andere ridders van de Oude en de Nieuwe Tafel hadden ieder hun eigen wapenschild.

Nu maakt ons boek er met een punt een einde aan, bij de genade Gods, per omnia secula seculorum, amen.

Hier eindigt het boek over de Oude Tafel en de Nieuwe Tafel. 

Amen.

(pagina’s 488-489)
Heijkants uitvoerige inleiding is op zichzelf al een kleine studie waard, want zij maakt duidelijk hoe de anonieme Florentijn zijn rijke Franse bronnen niet klakkeloos volgde maar vrijmoedig bewerkte, aanvulde met avonturen die elders nergens te vinden zijn, en zorgvuldig afstemde op een stedelijk, welvarend publiek van kooplieden en bankiers in Toscane en Venetië, voor wie de dolende ridders een herkenbaar ideaal belichaamden van orde, vrede, solidariteit en gemeenschapszin. Die burgerlijke, pragmatische oriëntatie onderscheidt de Tavola Ritonda wezenlijk van haar Franse voorgangers en geeft het verhaal een scherpe politiek-morele dimensie die het voor een vrijzinnig lezer bijzonder toegankelijk maakt.
Het verhaal van Tristan of het einde van de Ronde Tafel is geen boek over de middeleeuwen alleen, maar over de onmogelijkheid van de trouw, over instituties die zichzelf overleven lang nadat de mensen die hen droegen verdwenen zijn, en over een liefde die haar volle gewicht pas toont wanneer zij alles om zich heen heeft meegesleurd in haar val. 
Naar mijn aanvoelen heeft Marie-José Heijkant ons met deze vertaling een literair monument bezorgd dat ruimschoots vijf sterren verdient.

Benny Madalijns
Anoniem
Benny Madalijns
fictie
Benny Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte (PhD, VUB). Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen en schilder-collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies