Philip Kerr
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 507 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

20 februari 2023 Berlijnse trilogie. Deel I. Een Berlijnse kwestie.
In grote lijnen is de “Berlijnse Trilogie” een zeer herkenbaar detectiveverhaal.
Om te beginnen is het hoofdpersonage, de detective Bernhard Gunther, de grootste gemene deler van alle detectives: een gewone man van middelbare leeftijd, met spleetjes van ogen, met een amper onderdrukte grijns die stopt in zijn mondhoekjes, dat spannend fronsje met de wenkbrauwen dat toont dat hij branie heeft, een hoed met rand die, indien nodig, zijn ogen met een verhullende schaduw kan bedekken en de onmisbare regenjas met revers en een riem die hij dichtsnoert om zijn middel. Hij heeft lef, al is die soms wel door de omstandigheden genoodzaakt, maakt graag eerder scherpe, zelfs brutale opmerkingen als hij te maken krijgt met het gespuis waarvan hij moet bewijzen dat ze de misdaad gepleegd hebben.
Hij heeft ook altijd een klein kantoortje, ergens op een hogere verdieping, waar onvermijdelijk wordt ingebroken door de politie of de tegenpartij, die alles grondig overhoop haalt maar toch niet datgene vindt waarvoor ze kwamen. Regelmatig betrapt hij ze op heterdaad en dat eindigt er even gewoonlijk in dat hij toegetakeld wordt achtergelaten. Dat gebeurt trouwens nog meer in de loop van het avontuur en de doorsnee detective moet een bijzonder harde schedel hebben om alle stok- en knuppelslagen te blijven incasseren en na enkele dagen of zelfs een uurtje of zo, weer normaal te functioneren. Hij wordt ook altijd gevolgd, zowel door de tegenpartij als door de politie en er zitten dus altijd wel ergens mannen een krant te lezen of in een uitstalraam te kijken.
Soms is dat niet zo en moet hij ondervraagd worden en vermits hij taai is en niet gemakkelijk de gevraagde inlichtingen vrij geeft, wordt hij lelijk toegetakeld. Dat gebeurt meestal, toevallig, met een speurder die er een hartstikke lieve secretaresse op nahoudt die hem dan lieflijk verzorgt, handeling die er toe leidt dat haar stille “genegenheid”  aan het licht komt, met verdere al of niet gelukkige amoureuze verwikkeling en afloop. Zo een secretaresje blijkt ook dikwijls onverwachte talenten te hebben en helpt hem bij zijn gespeur omdat ze op die plaatsen geraakt waar hij niet komen kan.
Hij wordt ook altijd aangesproken om een moeilijk geval op te lossen door iemand die niet wil dat het openbaar gemaakt wordt en die niet alle details – een maîtresse - wil vertellen. Maar hij biedt een stevige som geld aan, waardoor onze privé “speurder”, zoals hij liever wil  genoemd worden, tegen beter weten in, toch aanvaardt de duistere zaak op te lossen. Hij kent ook altijd mensen uit “het milieu” die hem, tegen een kleine vergoeding, de nodige inlichtingen kunnen verschaffen.
Als het er op aankomt ergens binnen te breken moet hij niet onderdoen voor gelijk welk gespuis, is hij handig in het openen van deuren, al of niet met nagemaakte of “geleende” sleutels. Zo’n inbraak is altijd spannend want de eigenaar kan natuurlijk komen opdagen. Wat speurderswerk ook nog spannend maakt, zijn de onvermijdelijk achtervolgingen, te voet in donkere steegjes of verlaten fabrieksgebouwen of scheepswerven of met de auto, de onvermijdelijke “car chase”.
Het merendeel van deze dingen gebeuren ook daadwerkelijk in “onze Berlijnse Trilogie”.
En toch is dit eerste deel wezenlijk verschillend.
Eerst en vooral omdat de scenarioschrijver, Pierre Boisserie, zijn script gebaseerd heeft op een boek van Philip Kerr, een zeer succesvolle Britse schrijver die zijn bekendheid te danken heeft aan het originele idee de avonturen van zijn detective, “Bernie Gunter” te laten afspelen in Berlijn, ten tijde van het Naziregime, het Nazi-Duitsland van Hitler en zijn acolieten: Goebbels en Himmler, die er zelfs een rol in spelen.
Doctor Herman Six komt aankloppen. Zijn vrouw, Lisa, was nog niet zo lang geleden gestorven en dat had blijkbaar een grote invloed gehad op zijn dochter, Grete, die zich eigenaardig begon te gedragen. Ze trouwt met Paul Pfarr en een fortuin aan juwelen verhuist mee. Papa Six zorgt er wel voor dat ze veilig opgeborgen zitten in een brandkoffer met superveilig slot, in de kelder van hun huis. Hij toont een foto van het pronkstuk, een parelen halssnoer. Dochter en man worden dood aangetroffen, onherkenbaar verkoold, in hun huis dat was afgebrand. Ze waren al dood vooraleer het huis in brand gestoken werd, zo getuigen kogelwonden. Wie zijn de daders? De juwelen zijn verdwenen, natuurlijk. Hoe lukte men er in de kluis te openen? Heeft de beroemde filmster en maîtresse van Six er wat mee te maken? Waarom nodigt ze onze detective anders uit in haar appartement en gaat ze zo ver, tot zijn grote verrassing en genoegen, met hem in bed te duiken. Vermits Bernhard ook nog in de vertrekken van Goebbels terechtkomt, wordt hij door hem dringend uitgenodigd en moet hij ook voor hem aan het werk gaan. Enfin: “the plot thickens”.
Het avontuur speelt zich af in de periode van de Olympische Spelen van Berlijn, met Jesse Owens en zijn grote overwinning, tot grote ontstemming van Hitler, en de almaar toenemende onderdrukking van de Joden die telkens minder en minder mogen. Ze mochten uiteindelijk bijna niet meer ademen zoals een Joodse tweedehands verkoper het zegt, “maar ook dat zal niet lang meer duren.”
Daar maakt Kerr (en in extensie Boisserie en Warzala) het zichzelf niet gemakkelijk mee, want het wil zeggen dat zijn held constant met twee vijanden af te rekenen kreeg: de misdadigers en de Nazi’s. Het betekent ook dat hij alles moest weten over het Naziregime, de Gestapo, Hitler, Himmler, de Jodenvervolging, de geschiedenis van de jaren dertig tot en met het einde van W.O.II.
Bernie Gunther laveert voorzichtig en behendig doorheen deze Nazi-toestanden en brengt zelfs, weinig geestdriftig, de Hitler groet als dat niet anders kan.
Hij praat met iedereen over alles, ook over het heersende regime, bedekt, indien nodig, maar hoort en zegt zeer kritische dingen. Onrechtstreeks krijgt de lezer zo een zeer levendig en historisch correct beeld van het Duitsland in die periode.
Ook Pierre Boisserie en François Warzala moeten, boven op wat Kerr al verwezenlijkte, grote inspanningen geleverd hebben om zich zo volledig te documenteren zodat ze ook de “gewone man”, in zijn dagelijks doen en laten, in zijn natuurlijk decor, kunnen tonen, aan het woord laten en de schakeringen van meningen en observaties weergeven.
“Weergeven” moet je letterlijk nemen, want een strip is een tekening en alles wat visueel “verteld” wordt, moet ook historisch correct zijn, van gebouwen, straten, winkels, auto's, mode van toen, de zelfs in een strip indrukwekkende zwarte uniformen van de Gestapo, het starre Nazi meubilair en binnenhuisinrichting. “Zo’n concentratie van slechte smaak,” zegt een personage. De reclame, het gebruik van ersatz benzine, de krant “Der Stürmer” met gotische druk, de Blaukopf champagne, het feit dat er overal en altijd op los gerookt wordt, de affiches en aankondigingen voor films en filmsterren van in die tijd, tot en met de kleinste gebruiksvoorwerpen zoals een pijp… Alles moet authentiek zijn.
François Warzala tekent professioneel, raak en aantrekkelijk in een stijl die aan Jacobs doet denken, maar met veel meer humor, veel lichter en speelser van lijn, met veel minder details en vooral veel minder tekst, binnen één frame. Hij moet dan wel oplossingen vinden om alles dat moet gezegd worden, ofwel tekenkundig en met frequentie van reeksen strips te vertellen of andere handige oplossingen zoals de lange uitleg die Bernhard moet geven aan zijn secretaresse, te laten afspelen tegen de interessante, wisselende achtergrond van het stadion en het verloop van de Berlijnse Olympische Spelen. Hij speelt ook knap met het gebruik van kleuren die zich mooi van toon aanpassen: bruingrijze kleuren bij een concentratiekamp, veelkleurig op de Alexanderplatz.
Hij heeft ook datgene gedoseerd wat sterk toedroeg aan de populariteit van schrijver Kerr: de scherpe, toegesnauwde beledigingen die zijn detective gul gebruikte om een tegenstrever woest te maken, in de aard van “Jij zou zelfs een strontvlieg misselijk maken.” En de beschrijvende “zo…als” vergelijkingen waar Kerr een echte meester in was.
Zoals: “Ze keek door me heen alsof ik vuil vensterglas was.”
 “Ik was beslist nog gewilder dan een pot vaseline in een homoclub.”
“Hij is zo cool als een schatkist die 50 vadem diep op de zeebodem ligt.”
“Hij zou zelfs de benen van een non met lijkverstijving nog van elkaar krijgen.”

Alhoewel zeer geestig, beginnen die toch, zelfs in het geschreven verhaal, te irriteren door hun overdreven aantal. In een strip zou dat totaal misstaan.
Boisserie-Warzala hebben dus blijk gegeven van alle talent en aanvoelen om van de strip een even groot succes te maken als van de roman. Ze zullen het nodig hebben om ook de vervolgdelen van de trilogie af te ronden en de spanningsboog die soms lichte zwaktes vertoont in verdere delen stevig neer te poten.

En nu begint die vervelende periode van wachten op het verder verloop en ontknoping…

Victor De Raeymaeker
Deel 1 van de verstripping van de detectiveromans van Philip Kerr. Berlijnse Trilogie bevat de eerste drie boeken over Bernie Gunther, een van de meest geroemde fictieve privédetectives ter wereld: Een Berlijnse KwestieHet Handwerk van de Beul en Een Duits Requiem.

Tekenaar François Warzala

Scenarist Pierre Boisserie
Philip Kerr
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies