9 maart 2026
De vrolijke misantroop. Deel I: januari-juni 2024
Floris van den Berg (°1973) is wellicht de productiefste filosoof van de Lage Landen. Zijn schrijverscarrière nam een bliksemstart in 2009, toen hij kort na elkaar drie boeken publiceerde: ‘Filosofie voor een betere wereld’ (Houtekiet), ‘Geleefde Brieven, deel 1: Prometheus’ (Papieren tijger) en ‘Hoe komen we van religie af?’ (Houtekiet). Daarna volgden er nog een twintigtal, waarvan het voorlopig laatste in de rij het eerste deel van zijn dagboek is. Hij documenteert daarin de maanden januari tot en met juni van het jaar 2024.
Van den Bergs grote thema’s zoals veganisme, milieufilosofie, atheïsme, secularisme, humanisme, onderwijs, vrije meningsuiting, feminisme, dierethiek, kunst, muziek, lichamelijkheid en sport komen er vanzelfsprekend alle in aan bod. Over elk van die thema’s publiceerde hij essays en boeken, geeft hij lezingen en doceert hij aan de Universiteit Utrecht, de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie en de Vrije Universiteit Brussel. Tot voor kort was hij ook voorzitter van de Nederlandse vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte.
Floris van den Berg is geen man die tijd verkwanselt. Er zijn te veel problemen waarover filosofen zich behoren op te winden en Van den Berg geeft continu het goede voorbeeld. Daar is niet iedereen hem dankbaar voor. “Wie onze fouten toont maakt zich zelden geliefd”, had Montaigne kunnen schrijven. Van den Berg begrijpt niet waarom zovelen de urgentie niet inzien van datgene waarvan hij wakker ligt. Hij ergert zich aan laksheid, domheid, traagheid, lompheid en aan allerlei andere tekortkomingen van onze soort. Eens hijzelf door rationeel nadenken tot een inzicht is gekomen, vindt hij het moeilijk om te accepteren dat anderen hem daarin niet volgen. Nog erger zijn diegenen die zijn logica en argumenten snappen, maar er niet naar handelen. Zoals de agnost die zich geen atheïst wil noemen of de vegetariër die de stap niet zet naar veganisme. Van den Berg feliciteert je niet omdat je op de goede weg bent. Hij bekritiseert je omdat je halt houdt, nodeloze omwegen maakt en laks en inconsequent bent. Zijn doeleinden zijn een gezonder ecosysteem, minder dierenleed, meer respect voor mensenrechten, redelijker denken en meer levensvreugde.
Het is niet moeilijk te begrijpen waarom hij zoveel tegenkanting ondervindt. Er is immers geen gebrek aan mensen die botsen met zijn idealen. Dat ondervindt hij ook op de universiteit en de hogeschool, plaatsen waar je openheid, tolerantie en rationaliteit verwacht. Maar veel studenten hebben weinig algemene kennis en zijn besmet door meerdere virussen tegelijk: dat van het postmodernisme, het cultuurrelativisme en het gedachtegoed van woke. Van den Berg geeft tijdens zijn colleges ook hierover zijn ongezouten mening, onderbouwd met sterke argumenten. Hij schreef er boeken over, zoals Wokabulary (Aspekt, 2022) en Het spook van woke (Aspekt, 2023). Dit soort goede daden blijft zelden ongestraft. In een – anonieme – evaluatie vraagt een student zich af of “de docent wel op de universiteit thuishoort”. Van den Berg schrijft hierover in zijn dagboek: “Zo ziet het begin van cancelen door een woke student eruit”.
Het thema komt vaak terug. Verderop haalt hij de schrijver en filosoof Sebastien Valkenberg aan, die in een column de bekende aan Voltaire toegeschreven uitspraak citeert: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen”. Woke activisten, vervolgt Valkenberg, volgen een heel ander, veel gevaarlijker adagium: “Ik verafschuw wat je zegt en zal er alles aan doen om te verhinderen dát je het zegt”.
Van den Berg stipt meerdere andere problemen aan in het hoger onderwijs, dat hij zeer goed kent van binnenuit. Zo worden docenten zonder enige onderwijservaring benoemd en besteden sommigen meer tijd aan inclusie en het belang van zogenaamde safe spaces dan aan onderzoek en aan onderwijs dat er echt toe doet. Hij ergert zich aan ‘academische nietszeggendheid’ en stelt vast dat docenten filosofie veel aandacht geven aan auteurs en denkers die dat niet of nauwelijks verdienen. Aan Jean Paul Sartre bijvoorbeeld, die niet begreep hoe fout Stalin en het communisme waren. Ik citeer: “Afschuwelijk om Lacan, Derrida, Baudrillard, Bataille, Lyotard, Heidegger, Sloterdijk te moeten lezen”.
Daar staat tegenover dat geen enkele filosofiedocent een scherpzinnige humanistische filosoof zoals H.G. Wells bespreekt. Wells schreef tientallen boeken in meerdere genres waaronder ook sciencefiction. Daarom neemt men hem in academische kringen niet ernstig, voor zover men hem al kent. Bijwijlen voelt Van den Berg zich vervreemd van wat nochtans zijn natuurlijke biotoop is, wat hem de volgende zin ontlokt: “Ik geloof niet meer in de universiteit”. Verderop is hij dan weer opgetogen over positieve reacties van zijn studenten en beschrijft hij enthousiast hoe hij helemaal opgaat in een lesvoorbereiding of het klaarstomen van een nieuwe cursus.
Al komen de klachten regelmatig terug, zoals het feit dat linkse academici hem beschouwen als ‘radicaalrechts’. Dat is absurd: Floris Van den Berg is uitgesproken democraat en liberaal, en werkte in de periode dat hij zijn dagboek bijhield aan een kritisch ‘Woordenboek extreemrechts’. Het woke denken is problematisch, maar extreemrechts noemt hij een “gevaar voor de open samenleving”. Toch bestempelt men in sommigen universitaire kringen zelfs iemand die zich positief uitlaat over rationaliteit en wetenschap en het postmoderne denken bekritiseert, vrijwel onvermijdelijk als ‘conservatief’ en ‘rechts’. Dat zorgt voor ideologisch vertekend onderzoek en onderwijs, wat vanzelfsprekend problematisch is. In Vlaanderen schreef de Leuvense hoogleraar filosofie Andreas De Block er een boek over, zie daarover dit gesprek in De Gedachtestreep.
Het dagboek van Floris van den Berg gaat uiteraard niet uitsluitend over zijn academische beslommeringen. Het is een lijvige mix van professionele en persoonlijke, soms ook intieme notities en beschouwingen over alles wat hem bezighoudt: onderwijs en onderzoek, maar ook de medische problemen van zijn partner, de bekommernissen omtrent zijn jongvolwassen zonen, zijn reilen en zeilen in sociale kringen, de omgang met vrienden en vriendinnen, wat hem vrolijk maakt en zorgen baart, nationale en internationale politieke kwesties, boeken en muziek, en zoveel meer.
Van den Berg houdt tientallen borden in de lucht en hij wil niet dat er ook maar eentje op de grond terechtkomt. Doorgaans gaat dat goed, soms ook minder. Zo kan je uit de dagboeknotities die hij aan zijn voorzitterschap van De Vrije Gedachte wijdt, reeds afleiden dat er problemen zitten aan te komen. En inderdaad, toen in oktober 2025 de vereniging de prijs ‘vrijdenker van het jaar’ aan de Nederlandse journalist, columnist en radiomaker Theodor Holman gaf, leidde dat tot conflicten binnen de vereniging. Dat Holman Israël steunt, viel niet in goede aarde bij meerdere leden van de vrijdenkersvereniging. Het leidde tot het aftreden van Van den Berg als voorzitter, samen met andere bestuursleden.
In zijn dagboek klaagt Van den Berg erover hoeveel tegenkanting hij krijgt van sommige leden, maar hij noemt zichzelf evengoed een moeilijk man. Dat laatste is zowel waar als onwaar. In mijn ervaring is Floris van den Berg in persoonlijke interacties met mensen hoegenaamd niet moeilijk, maar steevast vriendelijk, amicaal en tolerant. Daar staat tegenover dat hij als docent, spreker en auteur vaak streng is, en dat tegenover om het even wie. Dat siert hem net. Ambiguïteit is niet aan hem besteed, en hypocrisie al helemaal niet. Zo windt hij zich op over de opvattingen van de Nederlandse filosoof Paul Cliteur, waarvan hij de belezenheid en eruditie bewondert en waaraan hij intellectueel gesproken veel te danken heeft. Cliteur heeft begrip voor Poetin en steunt Thierry Baudet. Zowel Van den Berg als Baudet doctoreerden bij Paul Cliteur, maar het belet Van den Berg niet om te schrijven: “Hoe kan Cliteur zo ziende blind zijn en blijven?” Hij schenkt wel vaker klare wijn over mensen die hem nauw aan het hart liggen. Ik hoop dat die zijn eerlijkheid respecteren, als ze zijn dagboek lezen.
De vrolijke misantroop geeft niet louter een inkijk in het dagelijkse leven van een docent, auteur en filosoof. Het is ook op zichzelf een boek dat talrijke ethische en andere wijsgerige onderwerpen aankaart. Je kan het in groep lezen en bespreken, of er een lessenreeks aan de universiteit of hogeschool aan besteden. Dat zou bijzonder leerzaam zijn. Van den Berg heeft het over de religieuze indoctrinatie van leerlingen in een bijbelgetrouwe scholengemeenschap, over veganisme als morele plicht, over het recht om de koran te verbranden, over de misdaden van het kolonialisme, over het al dan niet rechtvaardig zijn van oorlog, over de aard van de democratie, over het onethische van de voedingsindustrie en over lelijke architectuur en hoogstaande kunst, om maar enkele voorbeelden te geven. Aan elke paragraaf die hij aan deze onderwerpen wijdt, kan een goede docent een hele les koppelen.
Daarbovenop komt een hele reeks schrijvers ter sprake: Philipp Blom, Samuel Pepys, Cyrille Offermans, Ton Lemaire, Peter Singer, Bertrand Russell en vele anderen. Met sommigen zijn de meeste lezers ongetwijfeld vertrouwd, anderen leer je kennen dankzij Van den Berg. Zeer aangenaam zijn de citaten van meer of minder bekende auteurs boven elke dagboeknotitie. Ze stemmen vrolijk of niet, maar zetten telkens aan tot nadenken. Ik geef enkele voorbeelden: “True ignorance is not the absence of knowledge, but the refusal to acquire it”. (Karl Popper, notitie 15 april) “There’s simply no polite way to tell people they’ve dedicated their lives to an illusion.” (Daniel Dennett, notitie 20 april, een dag na het overlijden van Dennett.) En nog eentje om te illustreren dat het er lang niet altijd ernstig aan toe gaat in het dagboek – en het leven – van Floris van den Berg: “Don’t drink to get drunk. Drink to enjoy life”. (Jack Kerouac, notitie 11 mei.)
Ondanks de vele zorgen van Floris van den Berg, zoals over de klimaatopwarming, het erbarmelijke leven van een ontelbaar aantal dieren, het intellectuele niveau van zijn studenten, de onveilige wereldpolitiek, de toenemende macht van foute wereldleiders, enzovoort, is hij in wezen een gelukkig man, die weet wat levenskunst betekent. Van den Berg is een van die mensen die aan één leven niet genoeg zal hebben. “Er is zoveel te zien, te lezen, te wandelen, te schrijven, te organiseren, te doceren, te verbeteren, te klimmen, met de boys te doen.” Als lezer weet je: hij meent dit, het komt recht uit zijn hart. Ik hoop dat de publicatie van deel twee van dit inspirerende en meeslepende dagboek niet lang op zich laat wachten.
Johan Braeckman
Johan Braeckman had een gesprek met Floris van den Berg in De Gedachtestreep over zijn boek Tegen beter weten in, zie hier.